ColumnErdal Balci

De tragische Palestijn, omringd door de bezettingsdrang van zijn buren

null Beeld

Elia is een doorgaans zwijgzame man die vanaf zijn balkon de verrichtingen van een vreemde man gadeslaat die in de citroenboom in zijn eigen tuin klimt, de vruchten van de boom plukt en stap voor stap de boom van de Palestijn in Nazareth tot zijn eigendom maakt. Het verhaal van de Palestijn met de hoed en de bril begint met die citroenboom in zijn Palestijnse tuin. En wat kan een man, van wie de boom in de eigen tuin is afgepakt, anders dan de wereld intrekken om zijn verhaal te doen?

Elia is geen man die zich snel ergert aan zaken en al helemaal niet iemand die zich verbaal verzet tegen onrecht en misstand. Wel is hij gezegend met een scherp oog voor het subtiele. De nuances neemt hij waar en kijkt er met verwondering naar, om ze later eventueel in een intellectueel product te verwerken. Zo is hij niet alleen stil als zijn citroenboom wordt ingepikt, hij kijkt ook zwijgend toe als de vrouwen van zijn vaderland de culturele en religieuze onderdrukking maar moeten accepteren.

Parijs

Zo’n geboren observator wil op een gegeven moment iets doen met zijn bevindingen en Elia neemt op een dag het vliegtuig naar Parijs. Al gauw na zijn aankomst – nadat hij het oriëntalistische betoog van een filmproducent heeft aangehoord, over dat hij als Palestijn iets Palestijns moet maken en zich niet moet wagen aan een universeel verhaal – is het duidelijk dat aan de stille Elia de tragedie van heel Palestina kleeft.

Zoals het een pas in Europa gearriveerde man uit het Midden-Oosten betaamt, zit Elia met grote bewondering langdurig te kijken naar het mooie Parijs, naar het imposante paleis, naar het prachtige plein en naar de wonderschone benen van de dames. Maar er is iets met de schoonheid van de stad. Het onrecht, dat in het Palestijnse lijf van Elia meereist, verandert de stad langzaam in een plek waar oneerlijkheid, gebrek aan respect en geweld boven water komen drijven.

Elia gaat dan naar New York. De vraag die ondertussen al een hele tijd in de lucht hangt is of in een wereld waarin de citroenboom van Elia is ingepikt, rust en geluk mogelijk zijn voor de andere mensen van de wereld. Elia doet nooit iets anders dan stoïcijns kijken en beantwoordt ook deze vraag met een stille, hoopvolle verwijzing naar de scène waarin hij een nieuwe babyboom plant in dezelfde tuin en op die manier verlost denkt te zijn van het probleem.

Arabische diaspora

In New York is hij als filmmaker een van de vele sprekers op een conferentie over Palestina. De vele toehoorders klappen na iedere zin zo hard en zo lang dat de Palestijnse sprekers niet aan spreken toekomen. Elia is niet alleen een Palestijn wiens stem wordt gesmoord door de overenthousiaste Arabische diaspora aan de zijlijn, hij is ook de tragische figuur die is omringd door de bezettingsdrang van zijn buren, door de ‘vrienden’ van Palestijnen, die dat volk gebruiken voor hun religieuze expansiedrift, en door het groeiende, religieuze fanatisme bij landgenoten.

Dan neemt hij de taxi in New York. Als de taxichauffeur erachter komt dat hij een Palestijn is, gaat de bestuurder van opwinding hard op de rem staan. De taxichauffeur heeft een echte onderdrukte Palestijn in zijn auto, hij is net zo blij als kinderen die een panda van dichtbij mogen aanschouwen en verkondigt met hartstocht dat hij groot fan is van die ene man met de naam ‘Karafat’.

Palestijnse wonden

Het einde van de meesterlijke film It must be heaven nadert. De terugreis van Elia Suleiman naar Nazareth, de filmmaker die in zijn eigen film speelt, vangt aan. Thuis gaat hij verder met de ‘onmogelijke’ opdracht verhalen te maken waarin satire als zalf fungeert voor op Palestijnse wonden.

Thuis op het balkon staat Elia een verrassing te wachten. De man die de grote, mooie boom in de tuin van Elia had ingepikt, blijkt ook een oogje op de nieuwe boom te hebben die Elia voor zijn reis had geplant. En dan begint de aftiteling van de film van de Palestijnse filmmaker Elia Suleiman.

Een film die de kijker metgezel maakt van een in de verdrukking geraakt volk dat naar een uitweg zoekt. Elia Suleiman probeert op zijn eigen manier uit dat puin te komen. Hij is met liefde voor de mensheid geboren. Omringd door geweld en onrecht, vereffent hij de rekening door als antwoord op het absurde onrecht in zijn land een satirische, liefdevolle film te creëren.

Erdal Balci is schrijver en journalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden