Column Ibtihal Jadib

De toga van Ibtihal doet voortaan alleen nog dienst als carnavalskostuum

Ik heb me laten schrappen van het tableau. Dat ging heel gemakkelijk: ik moest inloggen op de website van de Orde van Advocaten en toen hoorde ik er, drie muisklikken later, niet meer bij. Mijn toga hangt nog op dezelfde plek in mijn werkkamer, toch ziet ze er nu wat mistroostig uit. Alsof ze weet dat ze voortaan slechts dienst doet op carnavalsfeesten.

Op m’n 22ste mocht ik in de rechtbank Rotterdam voor het eerst mijn opwachting maken om te worden beëdigd. De rechter knikte me bemoedigend toe terwijl ik hem met twee plechtig opgestoken vingers zonder gehakkel probeerde na te zeggen: ‘Zo waarlijk helpe mij God almachtig.’ Het was een geweldig geruststellende spreuk, aangezien ik geen idee had hoe ik dat advocatengebeuren ging klaarspelen, maar als zelfs God mij ermee ging helpen zou het vast goed komen. Onwennig liep ik kort daarna diezelfde rechtbank binnen, ditmaal geflankeerd door mijn eerste cliënt. Ik weet nog precies hoe de cliënt mij aankeek toen we voor het eerst kennismaakten: ‘Nee zeg, moet zíj mijn hachje gaan redden?!’ In plaats van een ervaren man met grijzende slapen zat hij opgescheept met de jongste bediende. Toen de cliënt werd vrijgesproken, was mijn eigen opluchting misschien wel groter dan de zijne. Ook een piepjong advocatenmeisje kon van betekenis zijn.

De overtuiging dat iedereen slimmer was dan ik zou nog een poos blijven, maar gaandeweg kwam ik erachter dat zelfs de meest briljante geesten een slechte dag konden hebben. En begon het steeds vaker voor te komen dat ik een goede dag had. Ik specialiseerde me in commuun strafrecht, vervolgens in jeugdrecht en ineens was daar enkel nog het plezier in m’n vak en niet meer de onzekerheid.

In het strafrecht komt iedereen voorbij. Het ene moment zat ik aan tafel met een calculerende professional, het volgende met een brakke student wiens ‘grapje’ werd ontvangen door een humorloos wetboek. Jong, oud, een zwerver of een directeur, door de straat gehard of een groentje die voor iemands karretje was gespannen, het maakte niets uit. Ik gaf ze een hand, ging zitten en luisterde. Ieder mens loopt rond met een verhaal dat relevant is.

Opvallend vaak kwamen er zaken voorbij als verslaving, schulden, eenzaamheid en psychische problemen. Toch kan de samenleving niet al te behulpzaam een helpende hand bieden aan daders, want dan zijn we soft, een gruwelwoord. Op m’n 22ste dacht ik nog dat ‘hard’ en ‘meedogenloos’ typeringen waren voor criminelen, maar het blijken tegenwoordig ook profileringen te zijn van beleidsmakers.

Afijn, nu ben ik advocaat-af en hoef ik me niet meer op te winden over de mislukte Jeugdwet of het steeds verder uitkleden van gesubsidieerde rechtsbijstand. In plaats daarvan wil ik uitzoeken of er nog andere dingen zijn in het leven die mij liggen. Dat klinkt vaag, en dat is het ook, waardoor ik het ene moment euforisch uitkijk naar de grenzeloze horizon die voor mij ligt en het volgende moment mezelf paniekerig afvraag waarom ik een mooi vak de rug heb toegekeerd. Heb ik hier wel goed aan gedaan? Nou ja, daar ga ik nu vanzelf achter komen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden