Opinie

De toevallige escalatie is het grootste gevaar van Trumps presidentschap

De invloed van Trumps generaals kan sommige rampen vermijden, maar andere juist groter maken.

President Trump en Nationaal Veiligheidsadviseur Herbert McMaster aan boord van Air Force One. Beeld epa

Volgens de maatstaven van recente presidentschappen gebeurden er vorige week twee heel normale dingen in de Trumpregering. Op woensdag werd Steve Bannon, Trumps niet zo effectieve huisideoloog, uit de Nationale Veiligheidsraad gezet. En op donderdag liet de president het kruisraketten regenen op Syrië.

Bannons degradatie suggereerde dat Trumps buitenlands beleid iets van zijn beloofde America First-attributen verliest; de raketaanval leek dat te bevestigen. De aanval had kunnen gebeuren onder Bill Clinton of Ronald Reagan of George W. Bush - en dat geldt ook voor de reactie: politici uit beide partijen boden steun, linkse haviken en neoconservatieven waren opeens blij en critici van de Amerikaanse oorlogsvoering mochten als vanouds roepen in de woestijn.

Is dus hiermee de ideologische revolutie in het Amerikaanse buitenlandse beleid gesmoord? Als u echt verwachtte dat Trump zou regeren als paleoconservatief - en alleen geweld zou gebruiken als het Amerikaanse vasteland werd aangevallen, alle mondiale militaire bases zou sluiten en de verstikkende allianties zou wegdoen - dan is de raketaanval op Assad de jongste indicatie dat u in het ootje bent genomen.

Maar dat betekent niet dat Trump in dezelfde groef belandt als zijn voorgangers. De recentste presidentschappen werden gekenmerkt door beleidsoorlogen tussen verschillende kampen: neoconservatieven, Kissingerianen en Jacksonianen bij de Republikeinen - en linkse interventionisten, linkse realisten en het antioorlogskamp bij de Democraten.

Maar de regering-Trump telt weinig normale, civiele buitenlandexperts. Rex Tillerson heeft wellicht een realistische neiging en Nikki Haley een moralistische stijl, maar geen van beiden maakte tot nu toe deel uit van deze debatten. Mike Pence heeft lang niet de ervaring van Dick Cheney of Joe Biden. Als Bannons visie op een zijspoor belandt, is het heus niet zo dat Jared Kushner klaarstaat met een weldoordacht alternatief.

Wat Trump in plaats daarvan heeft, is generaals - James Mattis en H.R. McMaster en de andere generaals in zijn kabinet, plus natuurlijk de professionele militaire klasse zelf. En het is dit team van generaals - en niet een van de gebruikelijke buitenlands-politieke scholen - dat waarschijnlijk het staatsmanschap van Trump steeds meer zal sturen.

De professionele militairen beïnvloeden altijd het Amerikaanse buitenlandse beleid en militaire breinen zijn niet monolithisch (vraag maar aan generaal Michael Flynn). Maar het zou een nieuwe ontwikkeling zijn in de recente geschiedenis als het Amerikaanse beleid niet slechts beïnvloed, maar bepaald wordt door de militairen. Dat zou ook sterk beïnvloeden hoe de zwakker wordende Pax Americana verdedigd gaat worden in het Trumptijdperk.

Op bepaalde manieren belooft een door militairen aangestuurd buitenlands beleid meer gericht te zijn op stabiliteit dan andere benaderingen. Het zou minder vatbaar zijn voor ideologische ambities dan onder linkse haviken of neoconservatieven - en minder geneigd de VS te zien als agent van de democratische revolutie of als humanitaire engel der wrake. Maar ook sceptisch over veranderingen in onze strategische opstelling of het terugschroeven van bestaande verplichtingen - zaken die realisten en anti-interventionisten soms wel overwegen.

Als militairen het voor het zeggen hadden gehad in het Witte Huis van George W. Bush zouden ze waarschijnlijk niet geprobeerd hebben een democratie te vestigen in Irak. En als ze Obama's regering hadden bestuurd, hadden we waarschijnlijk niet Hosni Mubarak opgegeven of een regionale detente met Teheran gezocht. De herbevestiging onder Trump van oude militaire relaties (vooral met de soennitische staten in het Midden-Oosten), de minder luidruchtige aandacht voor mensenrechten en het terugkomen op grote beloften over grote deals met Rusland en China - het spoort met wat je zou kunnen verwachten van een door militairen geleid presidentschap.

Maar hoewel de militairen stabiliteit hoog in het vaandel hebben, hebben ze wel een sterke voorkeur voor, nou ja, militaire oplossingen. Dit zijn meestal niet enorme invasies of dure nation building-missies. Maar ze zien bommen en raketten en drone-aanvallen en (in kleine, terugtrekbare aantallen) laarzen op de grond als direct voorradige instrumenten.

Dus zou je van een door militairen gedomineerde besluitvorming verwachten dat ze wegblijft van massale betrokkenheid bij Syriës burgeroorlog... maar als zoiets gebeurt als Assads gebruik van chemische wapens, zou de eerste en sterke impuls een strafaanval zijn. Een soortgelijke logica zou ook op andere crisisplekken op de wereld gelden. Een buitenlands beleid van generaals zou een landoorlog in Azië vermijden. Maar openstaan voor beperkte interventies die ons, beetje bij beetje, dieper het conflict in zouden kunnen zuigen.

Op de keper beschouwd is de militaire blik op de wereld - de voorkeur voor status quo, maar met een sterke dosis harde macht - niet de slechtst denkbare visie die Trump kan overnemen. Maar waar het onvermogen van de president om te buigen in een groot gevecht samengaat met de bereidheid van militairen om een heleboel kleine gevechten te beginnen, ligt het grootste gevaar van zijn presidentschap: niet het moedwillig aansturen op oorlog, maar een toevallige escalatie die wordt aangemoedigd door Trumps generaals en waarvan de ultieme beslisser zelf niet weet hoe hij deze moet stoppen.

Ross Douthat is schrijver en columnist bij de New York Times.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.