Column Stephan Sanders

De tijd is voorbij dat Europa minzaam glimlachend naar Amerika kon kijken

Ooit, ergens in de jaren vijftig, toen het apartheids­regime in Zuid Afrika steeds drastischer de ‘rassen’ ging scheiden, moet mijn biologische vader van daar naar Londen zijn vertrokken. Was hij een migrant, een politiek vluchteling? Kwam hij met een vliegtuig? Op goed geluk? Geen idee, de man weet niet van mijn bestaan, ik weet van zijn bestaan via papieren en over­leveringen. Hij vond in Londen werk, een eenvoudig baantje, als magazijnbediende, en ook een flatje. In 1960 kwam deze migrant mijn biologische moeder tegen in een dancehall. Ook zij was een migrant, uit Nederland, waar ze de sleur ontvluchtte. Toch iets minder dramatisch. Je zou haar nu een gelukszoeker noemen. Dat is ook de passende naam voor al die Nederlanders die na de oorlog de grote sprong waagden naar Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland.

Die dancehall is van belang. De man die vader zou worden zonder het te weten, moet tegen haar gezegd hebben: ‘In het land waar ik vandaan kom, zou dit nooit kunnen. Een zwarte man dansend met een blanke vrouw.’ Ik denk dat hij white woman heeft gezegd. Ik denk dat ie Engelssprekend was. Daarna togen beiden naar zijn kleine flatje, verloren elkaar na die onenightstand uit het oog en negen maanden later werd ik geboren, als kind van een ongehuwde vrouw, die in Nederland afstand deed van haar baby.

Ik ben dus een volwaardig immigratieproduct. Helpt dat mijn positie te bepalen in de huidige migratiediscussie? Nee. De omstandigheden zijn zo anders, de aantallen zo drastisch gegroeid dat, zoals het heet, ‘in het verleden behaalde resultaten geen garantie bieden voor de toekomst’.

Ondertussen groeide ik op in de jaren zestig en zeventig in het Nederland van ‘er kan nog meer bij’. De ‘gastarbeiders’ werden gehaald en plompverloren aan het werk gezet, bijvoorbeeld in Enschede. Dat was dan weer een reden voor mijn adoptie­moeder om ze taallessen te geven.

Migratie was in principe een verrijking, of om het neutraler te zeggen, zoals de werkgeversorganisaties toen deden: onvermijdelijk. Want arbeidstekorten. Want groei economie. Want handen nodig.

Nog steeds is die onvermijdelijkheid een van de onderliggende argumenten die meespelen als er wordt gepleit voor een ruimhartig asiel- en migratiebeleid. Over asielzoekers bestaan internationale afspraken, die momenteel zwaar onder druk staan – ook al omdat de asielaanvragen de laatste 20 jaar fors toenamen; 2015 was het ‘topjaar’ met meer dan 59.000 aanvragen. Over migratie wordt gezucht en gesteund, ook al omdat Nederland zichzelf nooit zag als een ‘immigratieland’. De zelfdefinitie was belangrijker dan de feiten. Nu komen de verlegenheidsargumenten: ‘Je houdt die mensen toch niet tegen. De wereld is in beweging, de smokkelroutes worden steeds verlegd.’ In deze benadering, die voor ruimhartig doorgaat, schuilt een vreemde vorm van ontmenselijking. De migrant wordt onderdeel van een stroom, en die treft ons onafwendbaar als een natuurcatastrofe.

En natuurcatastrofes onttrekken zich aan politieke beslissingen. De politiek staat dan machteloos. Dat boezemt ‘de mensen thuis’ niet bepaald een groot vertrouwen in.

Vreemd genoeg tref je diezelfde ‘ontmenselijking’ ook aan bij degenen die niemand willen toelaten. President Trump geeft de Democraten de schuld van ‘de illegale immigranten die ons land overspoelen’.

Golven, stortbuien, noodweer. Weer geen mens te bekennen.

Ik herinner me nog de tijd dat in Nederland hoofdschuddend naar Amerika werd gekeken, omdat ze daar zoiets vreemds hadden als de rassenkwestie.

Maar de tijd is voorbij dat Europa minzaam glimlachend naar Amerika kon kijken en niet-begrijpend zijn schouders ophaalde. Zelfs nu Trumps beleid leidt tot kinderen die gescheiden worden van hun ouders en als gevonden voorwerpen in kooien worden bewaard, zien we niet de totale nachtmerrie, maar de uiterste consequentie van een volmaakt restrictief beleid dat sommigen ook in Europa voorstaan.

Trump geeft toe: ‘Het scheiden van illegale immigranten van hun kinderen ziet er slecht uit.’ Niet: is slecht. Is onmenselijk. Nee, de mens wordt hier gereduceerd tot een imagoprobleem.

Een menselijk migratiebeleid betekent: elk mens afzonderlijk erkennen. Niet als groep of als stroom. Dat betekent tellen, wikken en wegen. Kansen inschatten. Want het is niet ondenkbaar dat het ontvangende land het vluchtland gaat evenaren in labiliteit en uitzichtloosheid.

Stephan Sanders is journalist en columnist 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.