Column Erdal Balci

De terrorist, de vader, de opa

De man die vorige week een aanslag pleegde in de tram in Utrecht is een stadsgenoot van mij. Een broze verschijning die geen indruk heeft achter­gelaten op zijn stadsgenoten. Bijna niemand kent hem in de stad, zelfs in de Turkse gemeenschap was hij een grote onbekende. Gökmen nam geen genoegen met de karige rol die het leven hem had toebedeeld, liet zijn geldingsdrang zien op het 24 Oktoberplein en behaalde resultaat. Niet alleen ik begin nu mijn column met hem, vele journaals over de hele wereld openden op de dag van zijn daad met zijn foto en met zijn naam.

Als kind heb ik de eerste dagen van de explosieve groei van die ­geldingsdrang meegemaakt. In een tijd dat mensen levenslang gelukkig konden zijn met de status die ze als dokter, leraar, timmerman of vakbondsman hadden, doken opeens in Utrecht uit het niets baardmannen in lange gewaden op. Nu we weten dat Gökmen uit een salafistisch ­Kaplancilar-nest komt, is de kans zeer groot dat zijn vader een van die mannen was. Aanhangers van prediker Cemalettin Kaplan waren ze, zo lieten ze weten. Hun doelstelling was een toekomst te creëren waarin de hele wereld onder de koran­wetgeving zou vallen.

De mens is op het hoogtepunt van zijn macht tijdens de verovering van andermans brein voor zijn eigen gedachtengoed. Zij wonnen zieltjes bij ons in de stad. Als roofdieren speurden ze bij scholen naar de zwakste kinderen in de moslimgemeenschappen, boekten successen, verkeerden op het toppunt van hun macht als mens. Met hun groene petjes, hun belachelijk wijde broeken, hun veel te lange baarden en hun jassen uit premoderne tijden lieten ze zich gelden.

De vader van Gökmen T. en diens vrienden woonden in een land waar voedsel niet schaars is. Ze waren in de kracht van hun leven, ze deden uitstekend werk voor de zaak, het kon niet anders zijn of ze zouden naar het paradijs gaan. Maar belangrijker dan dit alles: ze zouden niet in anonimiteit heengaan. Ze waren niet onopgemerkt gebleven. Door een paar propagandazinnen uit hun hoofd te leren,was het ze gelukt een zekere status op te bouwen. Ze hadden de sprong gewaagd naar het ­geluk van de tevreden dokter, leraar, ­timmerman en vakbondsman en hadden hun kans weten te grijpen.

In dat succes van jihadisten zie ik het ontstaan van de tumor van deze tijd. Met hulp van de nieuwe communicatiemiddelen zagen we het proces van de uitzaaiing van de foute cellen voor onze ogen gebeuren. Kennissen en familie zagen we in de klauwen vallen van die ziekelijke vorm van geldingsdrang. Internet bleek water en brood voor ze. Ze ­bliezen zich op en gaven daarmee de voorkeur aan een paar dagen roem boven een armetierig bestaan.

Waarvoor doen zij het? Waarom kapen jongemannen vliegtuigen om de Twin Towers in te vliegen? Is het werkelijk voor de 72 maagden in het paradijs? Ze kunnen die maagden toch ook krijgen met een vroom ­leven, zonder dood te zaaien?

Een tumor vraag je ook niet waarom die het mooie systeem van het lichaam verstoort. De tumor wil laten zien dat hij er ook is. Hij wil macht. Pas op het hoogtepunt van zijn macht wil hij sterven. Mohammed Atta, Gökmen T., Brenton ­Tarrant en alle anderen wilden ook schitteren. Meer dan andere alle ­eerdere generaties worden ze overspoeld door de mooie levens van ­anderen. Dood of levend, ze willen ruiken aan de roem. Ze willen ­bekendheid. Hun eigen dood is dan van ondergeschikt belang, als ze op het moment van de dood maar ­kunnen proeven van de ultieme ­manier van machtsuitoefening en van ­succes.

Internet, televisie en kranten rollen de rode loper voor ze uit. Als ­columnist doe ik er ook aan mee. Gökmen T. straft de wereld voor de fletse persoonlijkheid die hij altijd is geweest en hij haalt zijn gram door die wereld in het hart te treffen. Met zijn daad breekt hij met zijn vader die met hetzelfde probleem zat en niet verder ging dan vreemde kleren aan te trekken en aan poly­gamie doen. Zijn opa, die zolang het ­genoeg regende op zijn akkers, de gelukkigste man op aarde was, is ­alweer een man van een tijd die wij ons niet meer herinneren. De nieuwe ‘geldingsdrang’ is niet meer te genezen en gaat de mens verpulveren. Hij gaat ooit ten onder aan zijn idiote ambitie. Je zou er om kunnen huilen, maar ook kunnen ­denken dat het goed is voor de aarde.

Erdal Balci is schrijver en columnist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden