De sultan van Oman is zo slecht nog niet

Sultan Qaboos van Oman zou zijn verlichte bewind moeten bekronen met een begin van echte democratie.

Analyses berusten op het vermogen verschillen te zien. Bij alle turbulente ontwikkelingen in de Arabische wereld gaat het zicht op die verschillen verloren. Niet alle autocraten zijn slecht, zoals sommige neoconservatieven zeggen, en ze moeten niet allemaal omver geworpen worden. De morele verschillen tussen de ene dictator en de andere zijn net zo groot als die tussen dictators en democraten. Er bestaat zoiets als een welwillende dictator, en we moeten ons niet afwenden van al diegenen die blijven.

Kenmerkende eigenschappen van goede dictators zijn visie, veronderstelde legitimiteit, een sociaal contract en het vermogen een maatschappij institutioneel complexer te maken, en dus klaar te maken voor meer vrijheid. Libiës Moammar Kadhafi bijvoorbeeld zit in de verste verte niet in dezelfde categorie als sultan Qaboos van Oman, waar de afgelopen dagen gewelddadige demonstraties van jongeren hebben plaatsgevonden. De Brezjnev-achtige voormalige dictator van Egypte Hosni Mubarak kun je niet vergelijken met de energieke Jordaanse koning Abdullah.

Visie
Sultan Qaboos van Oman heeft in het hele binnenland wegen aangelegd en scholen gebouwd, de positie van vrouwen verbeterd en het milieu beschermd. Hij regeert met een visie die lijkt op die van veel voormalige Aziatische dictators zoals de Chinees Deng Xiaoping, de Singaporees Lee kuan Yew en Maleisiës problematischer Mahathir Mohamad die hun samenlevingen van armoede verlosten en er ambitieuze middenklasse-maatschappijen van maakten. Net als bij de monarchen van Jordanië, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten berust de legitimiteit van sultan Qaboos op een koninklijke traditie. Van de door veiligheid gepreoccupeerde Noord-Afrikaanse politiestaten die zowel traditie als visie totaal ontberen, kun je dat niet zeggen.

Die legitimiteit berust op een sociaal contract dat de bevolking als burgers en niet als onderdanen beschouwt en dat als voornaamste doel economische en sociale vooruitgang heeft. De Chinese leiders weten dat zij voor minstens 7 procent economische groei per jaar moeten zorgen om te voorkomen dat er wijdverspreide onrust zal ontstaan. Maar zelfs als ze hierin slagen loopt het sociale contract af als de maatschappij zich ontwikkelt: burgers, en vooral jongeren, eisen dat politieke vrijheden hand in hand gaan met hun economische vrijheid. Om deze reden verschilt de ongedurige jeugd van China en Oman van die in noordelijk Afrika.

Paplepel
Het is hun met de paplepel ingegoten om steeds meer van hun heersers te verwachten: en als die heersers daaraan niet kunnen voldoen, komen ze in opstand. In Tunesië en Egypte komt de jeugd in opstand, omdat haar is bijgebracht met steeds minder genoegen te nemen. Ze heeft geduldig gewacht op een zwak moment van het regime om hun woede de vrije loop te kunnen laten.

Libië representeert vanzelfsprekend een megalomanie en sociale verpulvering die rechtstreeks uit de Middeleeuwen komen en waarvoor weinig recente parallellen bestaan. Kolonel Kadhafi bouwde geen instituties, terwijl welwillende dictators dat wel doen. In de Golfstaten werken de ministeries. In Tunesië en Egypte werken ze ook, maar niet zo goed. In Libië bestaan ze nauwelijks. Zoals Samuel Huntington in de jaren zestig opmerkte: hoe complexer een samenleving, hoe meer instituties nodig zijn om haar te besturen.

Het zou de taak van een dictator moeten zijn een samenleving hiërarchisch complexer te maken, zodat er verschillende economische klassen ontstaan en burgers van het ene niveau naar een hoger niveau kunnen. Ontwikkeling en het bevorderen van persoonlijke vrijheden maken dat mogelijk. Maar juist het succes van een welwillende dictator - zijn afzweren van tirannie - luidt zijn eigen ondergang in. Een zeker niveau van sociale complexiteit moet gepaard gaan met politieke vrijheden.

Tragedie
De enige andere mogelijkheid dan een tragedie aan het einde van een succesvolle regeerperiode is dat een dictator ziet dat zijn volk zijn heerschappij achter zich laat zonder dat daar chaos op volgt. Het is onwaarschijnlijk dat hij daar tijdens zijn leven krediet voor krijgt. Pas nu wordt in Indonesië erkend dat de langzittende dictator Suharto zijn land hielp zich voor te bereiden op een decennium van succesvolle democratie. Hij was corrupt, maar zijn heerschappij was niet ongunstig voor zijn volk.

Sultan Qaboos moet beseffen dat na het bevorderen van de sociale complexiteit van Oman, de bekroning van zijn heerschappij ligt in een minimum aan echte democratie. Als hij de demonstranten tegemoet kan komen door dat te doen, dan kan hij de Lee van de Arabische wereld worden. Lee die Singapore, dat een Afrikaans ontwikkelingspeil had, de Eerste Wereld in loodste.

Zo’n gedachte lijkt misschien achterhaald in tijden van zoveel democratische gisting. Maar als de huidige opwinding voorbijgaat, dan zal duidelijk worden dat het omverwerpen van tirannie veel meer behelst dan het uitschrijven van verkiezingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden