De strijd tegen terreur is oorlog met andere middelen

De Belgische veiligheidsdiensten blijken niet opgewassen tegen hun taak. Ze kunnen wat betreft internationale samenwerking veel leren van hun Spaanse collega's.

Politie-agente fouilleert inwoners van stadsdeel Molenbeek in Brussel. Beeld reuters

De Franse president zegt het en premier Rutte zegt het: we zijn in oorlog met IS. In de opgelopen emoties was het kennelijk opportuun om even te vergeten dat na de aanslagen van 11 september de oorlog werd verklaard door de toenmalige president Bush. Daarvan weten we inmiddels wat het heeft gebracht: de rampzalige destabilisatie van Irak. De terreur van de IS waar we nu mee zitten is er een gevolg van.

Maar terreur is geen oorlog en zal dat nooit worden. Dat weten ze bij IS ook, alle martelarenpraatjes van hun zelfmoordterroristen ten spijt. Nieuw is hooguit dat de terreurbeweging dit keer beschikt over iets dat op een grondgebied lijkt. En inderdaad: het geeft een prettig gevoel om de Franse straaljagers te zien opstijgen om Raqqa te bombarderen.

Of het erg effectief is valt ernstig te betwijfelen. We zouden beter moeten weten. Al sinds de aanslagen in Madrid van 2004, met 193 doden en bijna tweeduizend gewonden de grootste terreuraanslag in Europa, hebben we ervaring met grootschalige terreur gepleegd door fundamentalistische organisaties van islamisten.

Link naar Brussel

Nog preciezer: al een jaar eerder klopte deze vorm van terreur aan de deur van Europa. In maart 2003 pleegden 14 terroristen uit de sloppenwijken van Sidi Moumen in Casablanca gelijktijdig op vier plekken in de stad aanslagen:op het Casa de España, een restaurant, de ingang van een luxe hotel en op weg naar het Joodse kerkhof.

De modus operandi leek griezelig veel op die van de aanslagen in Parijs, alleen was het dodental, inclusief 12 opgeblazen terroristen, hier 45 personen. In twaalf jaar tijd is de terreurmachine aanzienlijk effectiever geworden.

Maar er zijn ook lessen te leren. Al in Casablanca circuleerde het gerucht dat België een scharnierpunt zou zijn geweest in de organisatie van de aanslagen. Het bewijs ontbrak, maar een dik jaar later in Madrid was er wel sprake van een duidelijke link met Brussel, waar uiteindelijk een van de bedenkers, Youssef Belhadj, werd gearresteerd.

Elf jaar later stond Molenbeek opnieuw in de schijnwerpers als uitvalsbasis voor terreur. In België heeft de aanpak dus aanhoudend gefaald. Daar zijn een aantal oorzaken voor, die vooral wijzen op de gang van zaken bij de inlichtingen- en politiediensten. Minister van binnenlandse zaken Jan Jambon erkende dit weekeinde ruiterlijk de 'situatie in Molenbeek niet onder controle' te hebben. Dat wil zeggen: hij heeft kennelijk geen idee wat er gebeurt en krijgt er geen greep op.

Ruzie met Marokko

Veiligheidsexperts spreken van een 'georganiseerde chaos' van bestuurlijke versnippering van de politiediensten in de Brusselse regio. De leden van de terreur-cel stonden op de lijst van de inlichtingendienst, maar konden ongestoord hun wapens inkopen en vervoeren Parijs.

Dan is er de samenwerking van de verschillende inlichtingendiensten onderling. In Spanje werd na de aanslagen in Madrid een nauwe collaboratie met de Marokkaanse veiligheidsdiensten opgezet voor het uitwisselen van gegevens en uitschakelen van terreurcellen. Dat lijkt, gezien regelmatige arrestaties van veronderstelde terroristen en jihad-gangers aan beide kanten van de grens, aardig te werken.

De Belgische Staatsveiligheid daarentegen kreeg in 2008 een geweldige ruzie met de Marokkanen. Aanleiding was de zaak van Abdelkader Belliraj, een tot Belg genaturaliseerde Marokkaan die in Salé tot levenslang werd veroordeeld wegens moord en terreuractiviteiten, maar die tevens werkzaam zou zijn geweest als informant voor de Belgen. De vertrouwensbreuk zorgde voor een kink in de informatiekabel. Er is gebrek aan middelen.

De inlichtingendiensten in België beschikken nog amper over medewerkers die Arabisch spreken, laat staan het Marokkaanse Darija machtig zijn. Maar er was ook lang tekort aan een bredere visie om de bewoners van migrantenwijken als Molenbeek te benaderen en zo daadwerkelijk te betrekken bij het probleem van de terreur. Voortijdige signalering van radicalisering en het afglijden van individuen in de gemeenschap maakt daar een onderdeel van uit.

Het Belgische voorbeeld geeft aan waar het evident mis kan lopen en dus ook hoe het beter kan. Verdere samenwerking tussen politie- en inlichtingendiensten binnen Europa en met landen in de periferie als Marokko. Meer middelen binnenlands vrijmaken. Investeren in de lokale risicogemeenschappen vanuit een duidelijk sociaal en veiligheidsperspectief.

Het zijn voor de hand liggende maatregelen na Parijs. Of het daarbij moet blijven is een andere vraag . Net zoals het weinig realistisch is om te veronderstellen dat daarmee de terreur wel uit de wereld wordt geholpen. Maar het laatste wat we nu kunnen gebruiken is een werkelijke oorlog tegen IS. De strijd zal moeten worden gestreden met andere middelen.

Steven Adolf is correspondent van de Volkskrant in Madrid.

Steven Adolf is correspondent van de Volkskrant in Madrid. Beeld .
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden