Verslaggeverscolumn Ariejan Korteweg

De strijd om de Hedwigepolder mag dan gestreden zijn, er zullen meer gevechten volgen

De akkers zijn leeg, de allerlaatste oogst is van het land af in de Hertogin Hedwigepolder. Er stond 79 hectare wintertarwe, 57 hectare consumptieaardappelen, 49 hectare mais, 15 hectare suikerbieten, 13 hectare uien en nog zo wat. Keurige opbrengst ondanks de lange droogte. De bietenbergen liggen nog aan weerskanten van het door hoge populieren omzoomde eenbaansweggetje, dat is bezaaid met takken van de eerste herfststorm.

Waarom zou je die takken ook weghalen? Er kwam al weinig volk, en nu heeft helemaal niemand hier nog wat te zoeken. De laatste protestborden zijn geblutst. De paar gebouwen verkeren in wisselende staat van verval. Van de pachterswoning aan de westkant staan alleen de muren nog. Eromheen hekwerk met geel lint: verboden te betreden, asbest. In de witgepleisterde woning van de beheerder, vlakbij waar grootgrondbezitter Gery De Cloedt zijn polopaarden hield, zijn de meeste ramen nog heel.

Alleen de muren staan nog. Beeld Ariejan Korteweg

Straks zijn de weggetjes uitgegraven, de zesduizend bomen gekapt. Dan is de toplaag van 70 centimeter vruchtbare Zeeuwse klei afgeschraapt en naar België getransporteerd. Dan zal hier iets gebeuren wat indruist tegen alles wat Nederland gemaakt heeft tot wat het is: de dijken worden doorgestoken, het Scheldewater mag komen.

Bij een zo tegennatuurlijke stap horen onnavolgbare processen. Tot aan de laatste fase is alles aan deze ontpoldering vreemd en duister. Want waarom is de aanbesteding voor het leeghalen van de polder voor de tweede keer uitgesteld? Waarom wachten met de werkzaamheden tot volgend jaar?

Aan de andere kant van de Scheldedijk varen intussen de schepen langs waar het allemaal om te doen is, beladen met containers die bestemd zijn voor de haven van Antwerpen. Zo was het afgesproken in 1839, toen België onafhankelijk werd: Nederland garandeert de vrije doorvaart over de Westerschelde. Dus wordt er telkens uitgebaggerd, om Antwerpen in staat te stellen Rotterdam naar de kroon te steken. De schade die dat veroorzaakt aan de natuur moet gecompenseerd worden, en daarom wordt de Hedwigepolder onder water gezet. Zo althans luidt in kort bestek de versie van de autoriteiten.

Om deze schepen is het te doen. Beeld Ariejan Korteweg

Ik ben hier met Johan Robesin (76). Robesin heeft een heel andere uitleg van wat hier gebeurt. Hij noemt het een knossel, Zeeuws-Vlaams voor kluwen. Een knossel die hij zelf al een jaar of vijftien probeert te ontwarren. Eerst als Statenlid, tegenwoordig als actievoerder. Al beseft hij heel goed dat de strijd gestreden is.

Zeven jaar geleden was Robesin landelijk nieuws. De Zeeuw, Statenlid voor de Partij voor Zeeland, had met premier Rutte en diens gedoogpartner Wilders een afspraak in het Torentje. Als ik nu eens beloof te doen wat ik kan om de Hedwigepolder droog te houden, zou jij dan op de coalitie willen stemmen bij de verkiezingen voor de Eerste Kamer – zo ongeveer moet de strekking van Ruttes woorden zijn geweest.

Hij schreef het boek Staart van de walvis, en werkt nu aan Alles voor de hertogin, een portret van De Cloedt, de gefortuneerde Belg die eigenaar is van de polder. Die er zijn paarden stalde, er fazanten wilde houden voor de jacht, er zijn kinderen leerde fietsen en zorgde dat de polder er mooi bij lag: geen oneindig kleiland, maar een afwisseling van akkers, bosschages en stukjes moeras. Robesin: ‘De mensen zeggen: die polder is voor hem nog geen knoop aan zijn jas. Maar zijn kinderen zijn er opgegroeid, het is van emotionele waarde.’ De bewondering van Robesin voor De Cloedt kent geen grenzen. De man zou wat hem betreft een standbeeld moeten krijgen, in Hulst.

Robesin, met de laatste oogst suikerbieten. Beeld Ariejan Kortweg

De strijd om de Hedwigepolder mag dan gestreden zijn, er zullen meer gevechten volgen. Antwerpen is een slokop, en Robesin kent de Belgen; het zangkoor dat hij leidt werkt veel samen met Vlamingen. Geen misverstand: hij mag ze graag. Maar toch. ‘Wij hebben de grote mond, zij zijn gewiekster; ze denken aan de lange termijn. De havenbaronnen kopen grond op in Zeeuws-Vlaanderen. Ze annexeren ons, omdat Antwerpen vrije toegang tot zee moet hebben. Straks zijn andere polders aan de beurt. Oost Zeeuws-Vlaanderen wordt Belgisch, het kan niet anders.’

We staan op de dijk, de kerncentrale van Doel en kranen van Antwerpen in de rug, aan onze voeten de lege polder. Troosteloosheid onder jagend zwerk. Robesin verwoordt het nog dramatischer: ‘De tranen van de voormalige boeren en pachters zijn het eerste zoute water in meer dan een eeuw op deze Zeeuwse poldergrond.’

Hij snuift. ‘Ze gaan hier eco-lodges bouwen. Het moet toeristisch worden, het grote Saaftinge-project. Wie wil er straks recreëren in een bak vol modder en slik?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.