De strijd in Afghanistan is een gebed zonder end

Rob Vreeken en Arie Elshout becommentariëren beurtelings het buitenlandse nieuws.

Het Darlaman-paleis in Kabul, 2002. Beeld AP

Veel buitenlanders waren er niet in Kabul, toen op een weekend in september 1996 de Taliban de Afghaanse hoofdstad in handen kregen. Wat VN-volk, een bataljon hulpverleners en een handjevol journalisten (ik was een van de bevoorrechten).

Van gevaar was geen sprake. Gevochten werd er niet en buitenlanders werden door de Taliban nog niet als vijanden beschouwd. De jonge strijders met hun kalasjnikovs keken hun ogen uit, de meesten waren nooit in de grote stad geweest. De grote stad op haar beurt moest wennen aan deze ongeletterde boerenzoons uit het zuiden. Waartoe zou hun komst leiden, hoe lang zouden ze blijven? Waren de Afghaanse oorlogen, die toen al 18 jaar duurden, eindelijk verleden tijd? De vrouwen van Kabul verdwenen meteen al onder de boerka, zoveel was zeker, en de mannen moesten hun baard laten staan.

We zijn 22 jaar verder en één ding is duidelijk: de Taliban zijn er nog altijd. Ze heersen over steeds grotere delen van het land, in totaal zo’n 15 procent, en bedreigen ruim 275 van de 399 districten. Inmiddels heeft ook Islamitische Staat zich gemeld aan het Afghaanse jihadistenfront. Beide groeperingen plegen steeds vaker aanslagen. Begin deze week kwamen 57 mensen om bij een aanslag op een kantoor waar kiezers werden geregistreerd.

Om de Afghanen te helpen beschermen tegen deze gevaren overweegt de Nederlandse regering een nieuwe trainingsmissie naar Afghanistan te sturen. Medio mei komt het voorstel in de Kamer. Twintig tot dertig commando’s moeten speciale Afghaanse gevechtstroepen gaan opleiden.

Goed plan?

Jawel. Dat wil zeggen: ik ben altijd een warm voorstander geweest van steun aan de Afghanen, een bijzonder en sympathiek volk. Niet alleen voor hun scholen en ziekenhuizen, ook voor de opbouw van een leger- en politiemacht die de Taliban kan weerstaan. Dat de meeste Afghanen tegen het extremisme zijn, blijkt elke keer als er verkiezingen worden gehouden – in oktober is het weer zover. De Afghanen waarderen wat ik ondanks alles toch maar democratie noem.

Zal de trainingsmissie zoden aan de dijk zetten?

Geen idee. Een ‘langetermijnaanpak’, zo omschreef minister Ank Bijleveld van Defensie de Nederlandse bemoeienis met Afghanistan. Je zou ook kunnen zeggen: een gebed zonder end.

Miljarden zijn er sinds 2001 geïnvesteerd in de veiligheid van het land, maar heel veel resultaat heeft dat niet opgeleverd. Met name de acties van het Amerikaanse leger hebben waarschijnlijk meer extremisten gecreëerd dan uitgeschakeld. ‘We planten het zaad van onze eigen ondergang’, zei bevelhebber Stanley McChrystal in 2009. ‘Voor elke twee Taliban die we doden, krijgen we er twintig terug.’ Of voor de onder president Trump opgevoerde luchtaanvallen iets anders geldt, waag ik te betwijfelen.

Nederlaag vereeuwigd door schilder William Barnes Wollen: Last stand of the 44th Regiment at the Battle of Gandamak on 13th January 1842 in the First Afghan War. Beeld William Barnes Wollen

Dus laat het vechten aan de Afghanen zelf over. Buitenlandse inmenging in Afghanistan is niemand ooit goed bekomen; de Russen waren niet de eersten. Bijna 180 jaar geleden verloren de Britten er hun Eerste Afghaanse Oorlog met een nederlaag die met het woord ‘smadelijk’ geen recht wordt gedaan.

De Britse troepen hadden zich diep gehaat gemaakt bij de Afghanen, ook door hun seksuele contacten met Afghaanse vrouwen, en bliezen de aftocht. Een leger van 16.500 man (de meesten Indiaas voetvolk) verliet op 6 januari 1842 Kabul, richting Khyberpas. Al spoedig was nog maar een kwart van de stoet in leven; de rest was gestorven door de kou of gedood door Pathaanse krijgers. Slechts één man, de arts William Brydon, wist begin februari levend de stad Jalalabad te bereiken om verslag te doen van de tragedie.

En Rudyard Kipling dichtte:

When you're wounded and left on Afghanistan’s plains

and the women come out to cut up what remains

jest roll to your rifle and blow out your brains

and go to your Gawd like a soldier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.