Opinie

'De stervende mens is tegenwoordig een 'loser' die je graag wegmoffelt'

Door onze focus op het vitale leven en eeuwige jeugd zijn we de dood gaan vermijden, schrijft filosoof Hans Schnitzler.

Beeld ANP

Scone leeringhe om salich te sterven. Zo luidde de titel van een werk dat rond 1500 in onze omgeving bijzonder populair was. Het was een bewerking van Ars moriendi, ofwel: de kunst om te sterven. Dit middeleeuwse zelfhulpboek genoot, net als veel hedendaagse zelfhulpboeken, een bestsellerstatus. Honderden jaren lang stond deze tekst hoog op het meest-gelezen-lijstje van onze voorvaderen. Aan het eind van de middeleeuwen circuleerden in Europa meer dan 100 uitgaven van, wat voor die tijd een kaskraker mag heten. Het was een verhandeling die haar succes dankte aan de vraag hoe men het sterven ter hand moest nemen - als levenskunst wel te verstaan.

Stervenskunst
Sterven als levenskunst. Voor de levenslustigen van vandaag een ver-van-mijn-bed-show. Wandel een boekhandel binnen, werp een blik op de stapels zelfhulplectuur en zie hoe het lange en gelukkige leven u toelacht: De maakbaarheid van het geluk, De kracht van het nu of diezelfde kracht maar dan van 'positief denken' of domweg: Leef! Wie naar een boek over stervenskunst vraagt, zal waarschijnlijk een meewarige blik en het standaardwerk van Kübler-Ross meekrijgen. Dat is overigens een boek over rouwverwerking en dus primair bedoeld voor achterblijvers .

Dat stervenskunst uit de mode is, hoeft geen verbazing te wekken. De Franse filosoof Michel Foucault heeft indringend beschreven hoe vanaf de achttiende eeuw het accent van de machtsuitoefening zich verlegde van de dood naar het leven. Kort gezegd: waar de soevereine vorst zijn macht uitoefende via het schavot en de beul, oefent de moderne machthebber zijn macht uit via de statistiek en de bureaucraat. Bevolkingsgroei, levensverwachting en productiviteit zijn dé machtsinstrumenten voor succesvol beheer van de productieve diersoort mens. Daarmee is de dood uit het publieke domein verdwenen en ondergronds gegaan. Dat wil zeggen: het is een particuliere aangelegenheid geworden en in diskrediet geraakt. Daar staat tegenover dat de verheerlijking van het naakte, biologische voortbestaan de status van een publieke geloofsbelijdenis heeft gekregen.

Lang, gezond en gelukkig leven
De eigentijdse zelfhulpindustrie weerspiegelt dit ethos. Men wijdt zich fanatiek aan het hier en nu, aan de openbaring van de geheime receptuur voor een lang, gezond en gelukkig leven. Vanzelfsprekend ligt dit vitale levensgeluk voor iedereen binnen handbereik, mits men maar de juiste geestesgesteldheid er op nahoudt - 'mindset' in het instrumentele jargon van zelfhulpgoeroes.

Voor diegene die in 'de kracht van het nu' staat of zich aan mindfulness dan wel tantra yoga overgeeft, liggen geluk en gezondheid voor het oprapen. Want geluk en gezondheid zijn keuzes, kwesties die men zich door de juiste mentale instelling kan toe-eigenen. Neem de 'tips and tricks' van de zelfhulpprofeten ter harte en het levensgeluk lacht u toe.

Deze maakbaarheidsboodschap sluit goed aan bij de meritocratische tijdgeest. Dat is overigens wel een tijdgeest die zo zijn keerzijden kent. Want wanneer gezondheid en geluk verdiensten zijn die op het eigen conto kunnen worden bijgeschreven, dan geldt hetzelfde voor ongezondheid en ongeluk. De norm is veilig en vitaal leven, en wie daarvan afwijkt of zich door tegenslagen uit het veld laat slaan, heeft dat aan zichzelf te wijten. Ook dat is immers een keuze, luidt de impliciete boodschap. Het is dan ook geen toeval dat het begrip 'loser' vandaag de dag hét scheldwoord is dat op de lippen van de gemiddelde tiener bestorven ligt.

Blinde vlek
Elias Canetti beschreef al in Massa en macht hoe de overlevende de stervende in wezen als verliezer percipieert. Die ervaring is onder het hypermeritocratische regime van tegenwoordig geradicaliseerd. Anders gesteld: het sterven is niet alleen getaboeïseerd, de stervende mens symboliseert bovendien die typische eigentijdse 'loser' die men bij voorkeur wegmoffelt of doodzwijgt. De verinnerlijking van de doe-het-zelf-boodschap 'leef lang en gelukkig' heeft de dood en het lijden buiten het leven geplaatst en tot dé blinde vlek van de westerse psyche gemaakt.

De aftakeling en de dood zijn uit het straatbeeld verdwenen, het vitale leven en de eeuwige jeugd zijn ervoor in de plaats gekomen. Wie dezer dagen een stadspark bezoekt, ziet zich geconfronteerd met hordes doodverachters die zwetend en puffend Magere Hein eruit proberen te rennen.

Hotelketens of kantoorcomplexen zonder fitnesscentrum zijn anachronismen geworden. Datzelfde geldt overigens ook voor de roker en zijn odeur, de melaatse van deze tijd. Centra voor preventieve screening schieten als paddenstoelen uit de grond en de farmaceuten kunnen de cholesterolverlagers en bètablokkers nauwelijks aanslepen. Dit zijn de alledaagse manifestaties van een levenshouding die in het naakte overleven haar voornaamste opdracht ziet.

Burgerrecht voor velen
Het moet gezegd: de resultaten zijn indrukwekkend. We leven langer en gezonder dan ooit; het sterven op hoge leeftijd is van een voorrecht voor weinigen tot een burgerrecht van velen geworden. En daarmee stuiten we meteen op het schaarsteprobleem dat ten grondslag ligt aan de huidige zorgcrisis. Het kapitaal dat we 'leven' noemen is namelijk niet alleen toegenomen (we worden ouder), het is tevens in zichzelf rond gaan zingen.

Het fysieke voortbestaan tegen elke prijs is een waarde op zichzelf geworden, een belofte die door de gezondheidszorg coûte que coûte ingelost moet worden. Maar de excessieve toename van oud leven in combinatie met een levenshouding die de niet-zieke mens als norm beschouwt, is onhoudbaar. Het ontbreekt ons eenvoudigweg aan middelen om dit allemaal in stand te houden.

Het regeerakkoord tussen VVD en PvdA heeft de discussie over zorgkosten in alle hevigheid doen oplaaien. Maar de verontwaardiging over de verhoging van zorgpremies leidt af van waar het werkelijk om gaat. Om de houdbaarheid van ons zorgstelsel te garanderen, is een debat vereist dat het dogma van zolang mogelijk (over)leven loslaat en de vraag naar kwaliteit van leven centraal stelt. En kwaliteit van leven betekent: ars vivendi inclusief ars moriendi, ofwel: levenskunst met inbegrip van stervenskunst.

Politiek
Doodsvermijding als levensprincipe is niet alleen de aanjager van de huidige zorgcrisis, ze heeft bovendien het individu de ruimte ontnomen zijn sterfelijkheid in relatieve autonomie op zich te nemen. De euthanasiepraktijk waarbij de huisarts belast wordt met de actieve levensbeëindiging van zijn patiënt, is daar een voorbeeld van.

Vroeg of laat worden velen van ons geconfronteerd met de vraag hoe lang het leven nog waard is geleefd te worden. Om te voorkomen dat deze existentiële afweging ons uit handen wordt genomen door bureaucratische rekenmeesters die er een kille kosten- en batenafweging van maken, moeten we ons ontworstelen aan een ethos dat zich krampachtig aan het leven vastklampt. Maar ook voor de politiek ligt hier een opdracht. Het accent moet worden verlegd van bio-politiek die het leven tot elke prijs in stand houdt, naar een verlichte vorm van thanatopolitiek die het leven ontvankelijk maakt voor de dood.
Het zou een verdienstelijk en nuttig zelfhulpboekje zijn: Mens, durf te sterven!

Hans Schnitzler is filosoof en publicist.

 
geluk en gezondheid zijn keuzes, kwesties die men zich door de juiste mentale instelling kan toe-eigenen. Neem de ‘tips and tricks’ van de zelfhulpprofeten ter harte en het levensgeluk lacht u toe
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden