ColumnArthur van Amerongen

De Spuistraat was vroeger mijn jachtgebied, met kraakcafés Vrankrijk en De Muur als epicentrum

In een vorig leven had ik pathetisch veel wisselende en vooral onbeschermde contacten met beeldend kunstenaars van de Rietveld en de Gristelijke kunstacademie in Kampen. Vooral het beeldige Hanzestadje was een neukparadijs vanwege de frisse plattelandsstudenten die in Kampen letterlijk en figuurlijk geheel van God losraakten. 

Ik lijd aan latexallergie en na elk nummertje met een kwastende bohemien op een schimmelend matras, moest ik op een drafje naar de soakliniek. Daarom associeer ik kunstenmakers met platjes, druipers, sief, schurft en hoofdluis, al vallen die laatste twee beessies niet onder geslachtsziekten.

Dit schoot door mij heen toen ik vorige week naar De Nieuwe Anita in Amsterdam wandelde, omdat Gabriel Kousbroek daar Anus nummer 5 presenteerde. Ik ben bevriend met Gaap en hij illustreert bovendien dit cursiefje, dus wijd ik niet uit over zijn Anus, want klef, incestueus nepotisme is mij vreemd. Derhalve citeer ik uit Min of meer opmerkelijke gebeurtenissen uit het leven van een treuzelaar, de bestseller van Cindy Hoetmer:

‘Ik hielp Gaap en Martyn met het vormgeven van de Anus, een onregelmatig verschijnend tijdschriftje met kunst en gedichten. Ik wilde mijn naam niet in het colofon hebben omdat de inhoud niet naar mijn smaak is. Kunst interesseert me sowieso geen fluit, maar deze kunst omvat ook nog bovengemiddeld veel konten en piemels.’

Wandelend van het Centraal Station naar De Nieuwe Anita passeerde ik de zogeheten Tabakspanden in de Spuistraat. Dit was vroeger mijn jachtgebied, met kraakcafés Vrankrijk en De Muur als epicentrum. De Muur was zó vies, dat ik daar eens oogbalgonorroe én wenkbrauwherpes opliep toen ik knipoogde naar een punkje.

Op Funda had ik gezien dat de Tabakspanden zijn opgepimpt. Toen die nog gekraakt waren, kwam ik er regelmatig aan mijn gerief. Nu huur je daar een knappe schoenendoos voor 3.000 euro per maand. Kopen mag ook: 1 miljoen euro. De anarchist in mij huilde. Homoboekhandel Vrolijk en De Bierkoning zaten er gelukkig nog, maar altogroenteboer De Spruitjes was verdwenen. 

In De Nieuwe Anita had ik afgesproken met Serge ‘Dichters dansen niet’ van Duijnhoven, Maarten Spanjer en Peter J. Muller. Cultheld Peter (Hitweek, Candy, De Nieuwe en Foxy) bracht net zijn schitterende autobiografie Seksbaron tegen wil en dank uit. Maarten schreef het voorwoord. 

Ik was blij, want ik waande mij weer even in de knusse vrijstaat Mokum van ooit. Bovendien hoefde ik ’s anderendaags niet naar de soakliniek, want er viel niks te neuken tijdens de vernissage. 

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden