column nico dijkshoorn

De soundtrack van je leven valt niet uit te poetsen, met of zonder Michael

Nu twee mannen in een vier uur durende documentaire alles hebben verteld over de ravage die Michael Jackson in hun leven heeft aangericht, wordt er driftig gediscussieerd of we nog wel naar Michael Jacksons liedjes mogen luisteren. Die gedachte ontroerde mij. Een mooi eerbetoon aan de brengers van het slechte nieuws. Een wereldwijde solidariteit met kinderen die verzopen in heldenverering en daarvoor een hoge prijs betaalden.

Maar zo zit het niet. Het gaat weer eens voornamelijk over onszelf. We raken iets kwijt, onze eigen onbezorgde jeugd, en onze voornaamste zorg is hoe wij daarmee omgaan. Dat is de discussie die nu wordt gevoerd: o, wat erg dat muziek die ons eerst vrolijk maakte nu voor altijd is verbonden met het volgende beeld: een masturberende Michael, starend naar de anus van een 7-jarig jongetje.

Ik vind dat een obscene reflex. Het gaat blijkbaar niet uitsluitend om de misbruikte jongetjes, maar ook om ons. We hadden posters op onze kamer hangen van iemand die niet alleen vreemde schedels, giraffen, aapjes en rare neuzen verzamelde, maar waarschijnlijk ook van een man die jongetjes zonder schaamhaar verzamelde. Hoogstwaarschijnlijk was Michael Jackson een moderne uitvoering van zijn held Peter Pan: een kinderziel, maar dan niet met Tinkerbell op zijn schouder, maar met Satan zelf.

Ik hoor op de televisie en op de radio nu al dagenlang gesprekken over steeds hetzelfde onderwerp: kan het nog, je hoofd bewegen op Beat It? Je hand om je ballen leggen wanneer je tijdens een verjaardag dronken door de kamer beweegt op Billie Jean? Voelen we ons dan nog net zo gelukkig als vroeger, toen we van niets wisten? Kunnen wij onze body nog down naar de grond shaken terwijl wij dancen en shouten? Was dat misplaatst, met een föhn op je witte overhemd voor de spiegel staan en heel hard Dirty Diana schreeuwzingen?

Een vreemde discussie, want het gebeurt al mijn leven lang. Tientallen liedjes werden uit mijn handen gerukt en voor eeuwig verbonden met een dramatische gebeurtenis. Marlene on the Wall van Suzanne Vega klonk door ons kleine flatje, ik kookte iets makkelijks, ik zong mee, de telefoon ging, ik hoorde de stem van mijn ex-vrouw steeds zachter worden en daarna stond ze opeens naast me: ‘Mijn vader heeft kanker. Niets meer aan te doen.’ Achter ons zong Suzanne gewoon door.

Ik liep over een bospad, had net twee uur verkering en toen maakte ze het uit. Daarna zong een vriend vlak naast mij I’m Not in Love van 10CC. Als ik nu in de auto de zin ‘Be quiet, big boys don’t cry’ hoor fluisteren, knijp ik in het stuur. Alle liedjes bij begrafenissen, ze zijn nooit meer hetzelfde. In Nederland alleen al zijn er tienduizenden mensen die huilen als ze het liedje Dust in the Wind van Kansas horen.

De soundtrack van mijn leven kun je zo achter elkaar zetten. Wooly Bully van Sam the Sham and the Pharaohs. Ik achter in een auto, mijn vader en moeder uitbundiger dan ooit. In the Garden van Van Morrison, mijn vader in zijn kist. Dat is niet uit te poetsen. Het werkt ook omgekeerd. Het gruwelijke liedje The Final Countdown hoorde ik toen mijn zoon zijn zwemdiploma haalde.

Muziek is nooit van ons. Muziek klopt niet aan of het gelegen komt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden