Column Caspar loopt

De Sint-Pietersberg heeft alles mee

Aflevering 238: De Limburgse Sint-Pietersberg was altijd al een begrip onder vlinderliefhebbers.

De Sint-Pietersberg op, samen met Herman Peeters, die hier al jaren vlinders inventariseert. Fysiek is er niet zoveel berg meer, ­vanwege de mergelafgravingen – al in de jaren ­zeventig schreef botanicus Victor Westhoff over de ‘vrijwel complete afbraak van dit botanische bolwerk’. De afgravingen stoppen dit jaar definitief, bij de ENCI-fabriek vallen ontslagen, en dat doet toch pijn, weet Peeters, die in het dagelijks leven voor de gemeente Maastricht werkt.

Maar als vlinderliefhebber is hij blij dat het overgebleven gebied nu in bezit is van Natuurmonumenten, dat beheert met het oog op vlinders en andere insecten, door corridors aan te leggen, te kappen, in fases te maaien en schapen te laten grazen. Omdat het niet meer vanzelf gaat. De ‘berg’ was altijd al een begrip onder ­vlinderliefhebbers. En nog ­altijd komen nergens in Nederland op zo’n kleine oppervlakte zoveel dagvlinders voor als hier: rond de veertig van de nog geen zestig ‘Nederlandse’ soorten. En dat kan weer niet zonder al die verschillende waard- en nectarplanten die hier in de kalkgraslanden bloeien.

Klaverblauwtje. Beeld Herman Peeters

De timing is niet perfect: midden in de junidip, een ­bekend fenomeen onder vlinderaars. Maar het mag de pret niet drukken. En juist nu is er kans om enkele bijzondere vlinders te zien die alleen hier voorkomen. We doen het vooralsnog met het icarusblauwtje en met koolwitjes. In juli en augustus treft Peeters hier op zijn rondes met gemak tientallen verschillende soorten vlinders aan. Een paradijselijk sfeertje hangt er dan.

De Sint-Pietersberg heeft alles mee: de schrale kalkgrond, ideaal voor diverse en bijzondere flora, de deels vochtige bodem, de warmte op de zonbeschenen hellingen. Gelukkig breekt de zon nu door en prompt is het weer dat past bij vlinderen: heet en plakkerig. En boven zien we ook wat de Sint-Pietersberg nog meer bijzonder maakt. Het is de noordelijkste uitloper van de Ardennen, het enige stukje Midden-Europa in Nederland, en het noordelijkste verspreidingsgebied voor veel ­vlindersoorten. We zien er alvast één, een klaverblauwtje, sinds een paar jaar weer een vaste ­Nederlandse soort, met dank aan Zuid-Limburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.