COLUMNSylvia Witteman

De schuddende dame was oud genoeg om zich nérgens meer iets van aan te trekken

Het foeilelijke verpleeghuis, waar mijn moeder opkrabbelt van een gebroken heup, bleek tot mijn verbazing te beschikken over een verrukkelijke, zonnige tuin. Bloemen, pergola’s, een terras, een vijver met fontein, en bovendien een paar kipjes, die zich gezellig schurkten in het warme zand, met breed opgezette kontveertjes.

Er was niemand. Ik ging op een bankje zitten en overdacht mijn leven. Zoiets moet nooit te lang duren. Gelukkig kwam er afleiding, in de vorm van een stokoude vrouw in een rolstoel. Ze parkeerde aan een tafeltje, glimlachte me toe, en zocht iets in de handtas die op haar schoot stond.

Dat laatste had nogal wat voeten in de aarde. Haar handen trilden zo hevig, dat haar lichaam ervan mee schudde, en haar vingers maakten onwillekeurige bewegingen, die deden denken aan het gebaar van ‘geld tellen’. Het zoeken in die tas ging zó moeizaam dat ik opstond en riep: ‘Zal ik u even helpen?’

‘Nee hoor, kind’, zei ze, weer met die glimlach. ‘Als ik dát niet eens meer zelf kan...’ Ze had een zware, schorre stem. Ik ging maar weer zitten en probeerde niet te kijken hoe ze sidderend verder groef, in die tas. De kipjes murmelden tevreden.

Eindelijk kwam er, uit de diepten van die beige handtas, een pakje sigaretten tevoorschijn. Marlboro Gold. Vroeger heetten ze Marlboro Light, maar die naam werd verboden. Door dat Light zouden rokers denken dat ze er slechts lichte kanker van kregen, of zoiets. Maar dat Gold dan? Dat klinkt nog veel zorgelozer dan Light, ja, het heeft zelfs beslist iets glamoureus. Marlboro Asgrauw zou beter zijn, of Marlboro Gangreenzwart, al trekt een verstokte roker zich daar ook niks van aan.

De schuddende dame was oud genoeg om zich nérgens meer iets van aan te trekken. Ze had inmiddels ook haar aansteker te pakken en het was haar, ook weer zo tergend langzaam, gelukt een sigaret uit het pakje te peuteren, waar ze nu eindelijk de brand in joeg.

Ze inhaleerde diep en begon reutelend te hoesten. In haar tas rinkelde een telefoon. Na een rinkeltje of acht had ze hem te pakken en ze lachte vertederd toen ze het scherm zag. ‘Mijn achterkleindochter’, verklaarde ze blij. ‘Dag schat!', riep ze. ‘Dag lieve, lekkere schat van me!’ Ze hoestte, luisterde en hernam: ‘Nee hoor, schat, het gaat heel goed met Omi. Iedereen is heel lief voor Omi, en Omi zit lekker in een hele mooie tuin een heerlijk sigaretje te roken.’ Ze gaf nog zo’n krakende hoestbui ten beste en vervolgde hijgend: ‘Wat zeg je, schat? Nee hoor, lieverd, Omi is juist heel blij. Omi heeft toch zeker een heerlijk leven?’

Ze méénde het.    

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden