Column Tv-recensie

De schijnbare vanzelfsprekendheid is wat De Spelende Mens zo mooi maakt

Volwassen mensen speelden alsof het de normaalste zaak van de wereld was. En waarom zou het dat niet zijn?

V’s televisierecensententeam bestaat uit Julien Althuisius, Hanna Bervoets, Gidi Heesakkers, Haro Kraak en, deze week, Frank Heinen.

Als kind wil je niks liever dan geen-kind worden. Een groot mens. Dat worden vergt geduld, en een minimum aan doorzettingsvermogen. De tijd die je van je einddoel scheidt, dood je door te spelen. Je speelt je een ongeluk, het spel is je menens en dan opeens ben je het. Groot, bedoel ik. Het valt niet mee, want de ander die je hoopte te worden, is er niet gekomen.

De voornaamste verandering is dat je nu nergens meer te klein voor bent. En spelen doe je nog maar zelden. Wat jammer is, want spelen leidt nergens toe. En er leidt al genoeg tot van alles.

Ik keek naar De Spelende Mens, de werkelijk wonderbaarlijke documentaire van Sanne Rovers, gisteravond (veel te) laat op NPO 3. Ik zag een besnorde man die een speelgoedvliegtuig ter grootte van een brugklasser uit de auto haalde. Ik zag een vrouw die als zeemeermin spetterde in een Sportfondsenbad. Een dansklasje. Volwassen mannen op een skateboard. Een voetbalteam. Parachutespringers. Alle soorten mensen passeerden de revue, behalve de mensen aan wie spelen vaak, ten onrechte, lijkt voorbehouden: kinderen.

In een buurthuis werd gesjoeld. Twee paaseitjes voor iedere beurt dat je boven je gemiddelde gooide.

Er werd niets ingeleid, uitgelegd, toegelicht. Gewoon: spelende mensen. Dat maakte het juist zo mooi: de schijnbare vanzelfsprekendheid. De dansleraar die zijn leerlingen verzocht om hem heen te gaan staan (‘Breng onszelf in een staande cirkel’) en vervolgens vroeg wie er wilde beginnen met in het midden zijn vorm uit te drukken. En de dansers dansten. Eerst een, daarna nog een, en uiteindelijk allemaal. Ze drukten hun vorm uit alsof er geen morgen was, en ook geen camera. Hun gezichten drukten allemaal hetzelfde uit. Iets wat ik bij gebrek aan een beter woord maar ‘overgave’ noem.

Of, misschien meer precies: spelernst. Ernst die nergens anders toe dient dan het spel zelf.

De concentratie die het spel van de spelers verlangt, maakt dat ze even lijken te vergeten wie ze zijn, en waarom ook alweer. Neem de larpers, die eens in de zoveel tijd samenkwamen in een bos, zich in verontrustende kleuren schminkten en een wereld van spel en fantasie betraden die alleen zij konden waarnemen. Een van hen gromde: ‘Hymir, ontketen uw furie op de goddelozen!’

Je vroeg je af hoe het kon: het ene moment administratief medewerker bij een verzekeraar zijn, of postbode, of eigenaar van een hondenuitlaatservice, en het volgende een soort warlord in een elfenuniversum.

Ik weet niet of een documentaire een kern moet hebben, maar als dat zo is, dan zat die bij De Spelende Mens in de blik van de oudere dame die in diepe concentratie de baan van haar sjoelsteen volgt. Volkomen onbelangrijk voor mij, wezenlijk voor haar even toch. En terwijl de camera inzoomde en ik bijna ongemakkelijk dichtbij kwam, dacht ik: ik moet dringend het niet-serieuze serieuzer gaan nemen. En: meer gaan spelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.