Lezersbrieven

De scherpste lezersbrieven: 'Nee, het basisonderwijs is geen veredelde kinderopvang'

Leraren in het basisonderwijs gaan volgende week dinsdag opnieuw staken. Hun eisen zijn niet ingewilligd. Leraren willen meer geld en minder werkdruk. Wat zijn de oplossingen? Columnist Frank Kalshoven legde onlangs in de Volkskrant uit waarom meer geld niets oplost. Lezers zijn het daar absoluut niet mee eens. En ze komen met suggesties hoe de positie van bassischoolleraren verbeterd kan worden. Een selectie uit de scherpste brieven.

Premier Rutte bij een les burgerschapskunde op een basisschool. Foto anp

Niet zeuren, meer werken?

Frank Kalshoven vindt dat basisschoolleraren gewoon voltijd moeten gaan werken. Een voltijdbaan levert maandelijks namelijk meer op dan een halve baan. Dat we daar niet eerder aan gedacht hebben! Kortom: niet zeuren en meer werken. Misschien kan Frank Kalshoven zelf het goede voorbeeld geven. Voor de rekentoets is hij alvast geslaagd. Bovendien is zo'n pabo-opleiding een fluitje van een cent voor een gepromoveerde econoom. Als Kalshoven leraar wordt, heeft dit tenminste drie voordelen:

Ten eerste zal hij ontdekken dat een deeltijdbaan in het onderwijs ongeveer evenveel tijd kost als een voltijdbaan in menig andere sector. Zo heeft Kalshoven dat niet geleerd tijdens zijn studie en zo staat het ook niet in de cao, maar zo is het wel, als hij tenminste recht wil doen aan Piet (adhd), Pim (autisme), Puck (hoogbegaafd), de ouders van Piet, Pim, Puck en de overige 27 leerlingen.

Ten tweede zou Kalshoven met zijn nieuwe carrière eigenhandig kunnen zorgen voor meer kwaliteit en meer mannen in het basisonderwijs. Eens zien of het hem lukt kinderen van laagopgeleide ouders beter te laten scoren op de Cito. Wie weet zorgt hij ook in een klap voor een 'betere dienstverlening aan ouders'.

Na een jaar of vijf voltijd te hebben gewerkt, zal Kalshoven dan weer kunnen plaatsnemen achter het bureau vanwaar hij zijn columns tikt. Ik ben benieuwd of hij zich dan nog steeds zo'n zorgen maakt om die arme belastingbetaler.
M. van Zonneveld, Amsterdam

Bonussysteem

Frank Kalshoven levert geen oplossing voor de deeltijdcultuur in het primair onderwijs. De voordelen van alleen voltijdswerkers zijn duidelijk: geen overdrachtstijd voor docenten en geen onrust voor de kinderen.

Vrouwen begrijpen zelf wel dat ze meer verdienen als ze voltijds gaan werken, maar hebben voor hen moverende redenen om dat niet te doen. In hoeverre is hun taak in 10 jaar tijd zwaarder geworden, waardoor meer uren werken niet te combineren valt met hun andere taken? Heeft hij zich daarin verdiept?

Verwacht hij dat met zijn bonussysteem 85 procent van de banen in het primair onderwijs ineens door voltijdwerkende mannen overgenomen zouden worden? Laten we blij zijn dat de vrouwen dit deel voor hun rekening nemen: mooi maar zwaar werk dat onvoldoende wordt gehonoreerd.

Andere oplossingen zijn nodig om de deeltijdcultuur te doorbreken en meer mannen voor de klas te krijgen.
Lydia Sevenster-van der Lelie, Aerdenhout

Cirkelredenering

Frank Kalshoven maakt het in zijn stuk waarin hij ageert tegen de eis om loonsverhoging van leerkrachten wel erg bont. Om te beginnen zijn constatering, dat er in het onderwijs te veel deeltijd wordt gewerkt. Vervolgens suggereert hij met een cirkelredenering, dat er wellicht zoveel in deeltijd wordt gewerkt, omdat er op school veel vrouwen (lees: moeders) werken en de school geen goede 'dienstverlening' aan de ouders biedt, in de vorm van 'betere' (lees: langere) schooltijden en minder vakanties.

Nee Frank: het onderwijs is geen veredelde kinderopvang; daar hebben we in Nederland de BSO (Buiten Schoolse Opvang) voor. En Nederlandse vrouwen kìezen ervoor om nìet voltijd te werken, omdat ze naast hun werk óók graag bij hun kinderen zijn. En dat levert ons de Gelukkigste kinderen ter wereld op!

En het primair onderwijs kan best beter toebedeeld zijn in onderwijs euro's, maar daar hebben leerkrachten niets van terug gezien op hun loonstrookjes.

Dan het verwijt dat de onderwijsongelijkheid is toegenomen. Nederland heeft internationaal gezien een hoog onderwijsniveau. De onderwijsongelijkheid is een ernstig en hardnekkig probleem, maar niet in eerste instantie de juffen en meesters aan te rekenen.

Maar te wijten aan
1. De segregatie in het Nederlandse onderwijs; 'zwarte' scholen en scholen met veel achterstandsleerlingen samen in één klas leidt tot achterblijvende prestaties bij àlle leerlingen
2. De te vroege selectie aan de poort met 12 jaar, naar de middelbare school op mavo, havo of vwo niveau
3. Het afschaffen van de Cito-toets als primair objectief toelatingscriterium tot de middelbare school.

En dan de gotspe: 'Waarom zou de belastingbetaler zo'n sector nog meer betalen zonder er iets voor terug te krijgen?' In het primair onderwijs werken (vooral vrouwelijke) leerkrachten fulltime voor een part time salaris! Als leerkracht noteer je geen overuren. En ze 'vermorsen' zeker geen tijd aan vergaderen, want daar is geen tijd voor.

Het risico op burn-out is zo hoog in het onderwijs omdat de werkdruk te hoog is. Voor alle kinderen en klassen handelingsplannen schrijven, hun resultaten bijhouden in het leerlingenvolgsysteem, overleg met ambulant begeleiders en ook nog gewoon schriftjes nakijken en lessen voorbereiden.

De voltijdsbonus is achterlijk omdat hij leerkrachten het recht ontzegt om zelf te bepalen hoeveel uur ze willen werken. En de mannenbonus is natuurlijk een foute grap, want niet alleen discriminatie, maar ook precies onderdeel van het probleem dat we moeten bestrijden: Dat mannen voor precies hetzelfde werk met dezelfde ervaring méér betaald krijgen dan vrouwen. En dat we het als een feit accepteren dat 'vrouwenwerk' weinig betaald. Terwijl typische vrouwen beroepen als zorg en onderwijs natuurlijk de ruggengraat van onze samenleving vormen.

En laat er voor het onderwijs nu een aantoonbaar rechtstreeks verband zijn tussen het geld dat een samenleving bereid is daar aan uit te geven èn betere onderwijsresultaten. Dus er is maar één conclusie mogelijk: om genoeg goede, gekwalificeerde en minder overbelaste meesters en juffen voor de klas te houden is een beter salaris noodzakelijk!

En beste Frank, mocht je het hectische bestaan van leerkrachten in actie willen zien. In plaats van hun eisen alleen vanuit je eigen ivoren toren te bekijken. Dan weet ik zeker dat je welkom bent op de school van mijn zoontjes: De Dukdalf te Leiden. Een superschool waar de juffen en meesters dagelijks héél hard werken en zo tot de beste basisschool van Leiden zijn uitverkozen!

Mandy van Valkenburg, docent op het Vlietland College te Leiden

Knelpunt

Het grootste knelpunt in het onderwijs is de kwaliteit van de opleidingen en daarmee van de leerkrachten, maar ook van de leidinggevenden en de bestuurders. Zolang de opleidingen geen betere leerkrachten afleveren die het vak werkelijk beheersen in al zijn omvang blijven we voortsukkelen. Dat betekent niet dat ik de vraag om een betere salariëring niet begrijp, maar een hoger loon maakt geen betere vaklui.

In het onderwijs is van oudsher een grote differentiatie in beloning en niet geheel terecht. Ik kreeg mijn (nijverheids-)opleiding in de zestiger jaren. Vier jaren theoretische en praktische scholing, aan het einde daarvan een examen voor je didactische, psychologische en pedagogische bekwaamheid.

En dan was de helft van dezelfde klas 3de graads en de andere helft 2de graads bevoegd. Waarom? Omdat de derdegraads docenten in twee vakken geschoold waren en de anderen in één. Dat is een onnavolgbare redenering. En in de praktijk was er geen verschil in kwaliteit van het gegeven onderwijs. Ik heb met veel plezier jaren les gegeven.

De invoering van de mammoetwet leverde een berg administratie op, maar geen beter leerlingvolgsysteem. Jaren later heb ik als schoolbestuurder mede vorm gegeven aan de richting van die basisschool en de kwaliteit van de aanwezige leerkrachten.

Als bestuurder moet je de medewerkers het vertrouwen geven dat ze er vol voor gaan; kritisch op jezelf zijn als bestuurder en durven opstaan voor je mensen. De neiging van besturen om een te grote financiële reserve aan te leggen, is naast de lumpsum-financiering oorzaak dat het geld niet altijd besteed wordt aan goed onderwijs.

Het invoeren van het Finse systeem zou mijn voorkeur hebben, maar dat vraagt een enorme omslag: niet alleen in het onderwijs, maar ook maatschappelijk. De opvang van kinderen buiten schooltijd en hun begeleiding is in Nederland extreem duur en wordt niet ervaren als een maatschappelijke taak. En hoewel in Nederland de arbeidsparticipatie van vrouwen nog steeds laag is, is de maatschappij er niet op ingericht dat ouders die buitenshuis werken het recht hebben om 's middags thuis te zijn. Daar valt dus nog wel wat te winnen.

Mijn advies aan de huidige leerkrachten, bestuurders, inspectie etc. is dan ook: Wat kan je zelf verbeteren? Wat moet je neerleggen bij de ander en waarom? Leer elkáár te vertrouwen i.p.v. de papieren registratie. Er valt nog veel te winnen, ja ook een beter salaris.
Wil Gubbels

Meer over