COLUMNPeter Middendorp

De roman in wording als een vervallen boerderijtje – het blijft een mooi, troostrijk beeld

Als je er al even mee bezig bent, zeg een jaartje, gaat het schrijven van een boek voelen als het overzwemmen van het Kanaal. En dan halverwege zijn, het ergste moment, het punt waarop je het verst van vaste grond onder de voet verwijderd bent en tot je doordringt dat het exact even weinig zin heeft om vooruit of terug te zwemmen.

Corona heeft het ook niet makkelijker gemaakt. Mijn vriendin werkt thuis. De hele dag zie ik haar beslissingen nemen, knopen doorhakken, stempels zetten en nietjes slaan – af, klaar, strikje eromheen. Laatst zei ze dat ze ook vinkjes en krullen zet als het niet nodig is, maar gewoon, voor het gevoel; placebokrullen en -vinkjes.

En ik? Ik doe niks, geen fluit. Al weken loop ik onafgebroken door het huis te ijsberen, van de keuken naar de kamer langs de tafel met een kladblok erop en terug. Misschien is inwendig wel een heel creatief proces gaande, zonder dat ik het weet, en begin ik straks ineens gigantisch te werken. Dan was deze fase achteraf het broedseizoen. Het zou wel verklaren waarom mijn hoofd de laatste tijd zo gloeit.

Intussen sta ik al zo lang op de bodem van mijn wanhoop dat ik bang ben dat die ongemerkt mijn nieuwe nulpunt is geworden, zoals met een nieuwe kredietlimiet. We hebben thuis een fris aanrechtblad van roestvrij staal, en daar leg ik soms mijn hoofd even op. Wat doe je, wordt er gevraagd. O, niks hoor. Papa koelt even zijn wanhoop.

Voor bemoediging begin ik om me heen te bellen, vrienden, schrijvers, redacteuren, als ze maar bereid zijn om op te nemen en de telefoon een tijd bij hun oor op te houden, speakers mag ook. Ik schets het verhaal, de personages, de problemen, in de ijdele hoop dat ik, als ik mezelf hardop hoor praten, wel begrijp wat ik bedoel.

Eigenlijk wil ik alleen maar horen dat ze mijn plannen geweldig vinden, helemaal passend bij mij en de tijd en alles, maar ik wil het niet voorzeggen want dan helpt het niet. Ik heb vertrouwen nodig, spontaan opgebracht, zo zit ik in elkaar. Als ze me nu alvast vijf sterren zouden geven, zou ik ook een veel beter boek schrijven dan als het onder de dreiging moet gebeuren dat het er ook nul kunnen worden.

Een vriend vertelde dat hij de eerste versie van een boek na lange tijd weer opnieuw had gelezen en nogal was geschrokken van de staat waarin het verkeerde. Een vervallen boerderijtje, zei hij, op zijn best, waarna hij onaangedaan begon op te sommen wat er allemaal nog voor hergebruik in aanmerking kwam: een paar muren, de vloeren, de buizen, een deel van het dak.

De roman in wording als een vervallen boerderijtje – al voel ik me sindsdien alsof ik willekeurige wandjes heb staan witten in het open veld – het blijft een mooi, troostrijk beeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden