De pyrrusoverwinning van een jonge privacystrijder

In zijn strijd voor online privacy nam europarlementariër Jan Philipp Albrecht het op tegen de internetreuzen. Hij vond ook Merkel op zijn pad. Een pyrrusoverwinning in vier bedrijven.

Jan Philipp AlbrechtBeeld epa

Aan het stralen van oor tot oor kon je zien dat hij gewonnen had, niet zomaar gewonnen, maar getriomfeerd had hij over stille, doch machtige krachten en eerlijk gezegd stond hij er nog steeds van te kijken toen hij de internationale pers kwam vertellen dat de kogel door de kerk was en dat de collega's in het Europees Parlement in ruime meerderheid achter hem stonden.

Hij is pas 31, eigenlijk een jongen nog, een T-shirt met een vrolijke margriet erop, een colbert dat heel goed van zijn vader kan zijn. Jan Philipp Albrecht, Duitser, lid van de Grünen, had de afgelopen twee jaar een van de voornaamste en meest omstreden dossiers in handen.

Officieel heet het dataprotectie. Men kan het spannender formuleren: hebben wij op internet nog iets te vertellen over ons eigen lot of zijn al die persoonlijke gegevens die we Google, Facebook, Amazon en andere Silicon Valley-bedrijven op onbewaakte momenten hebben toegespeeld, vrije handelswaar?

Wat eten we, welk ondergoed vinden we mooi, naar welke muziek luisteren we, waar brengen we onze vakantie door, welke pillen slikken we, wat is ons bestedingspatroon? - voor de overwegend Amerikaanse internetreuzen is het big business. Hypotheekverstrekkers, reisbureaus, verzekeringsconcerns, ze mogen allemaal aankloppen, tegen betaling uiteraard.

Daar stelde het Europarlement tegenover dat aan de eigenaar van die gegevens, de burger, eerst om toestemming moet worden gevraagd. Beleefd, met de pet in de hand.

Miljoenen hebben de grote internetbedrijven gestoken in de strijd tegen strengere regels. Ze hebben de missie van Albrecht en de zijnen mateloos gefrustreerd. Ze hebben niet kunnen verhinderen dat de kern van wat Albrecht beoogde overeind is gebleven, in zijn eigen woorden 'das Recht auf Vergessen', het recht van een individu om gedeletet te worden, uitgewist, vergeten, het recht op privacy, ook in het digitale tijdperk.

Albrecht, op zijn persconferentie eind oktober, bijna achteloos: 'Het was ons duidelijk dat heel grote belangen op het spel stonden.' Waarna stevig: 'Wij moesten laten weten dat we er niet in meegaan.' Waarna bevrijdend: 'Ik wil iedereen ontzettend bedanken die zo enorm hard heeft gewerkt aan dit enorme dossier. Het is een groot succes geworden.'

Dat heb je met opluchting, dikwijls ben je er te snel mee.

De lidstaten buigen zich nu over het voorstel, in de Raad van Ministers. Het is het laatste station en nu, aan het eind van de rit, wordt al het parlementaire zwoegen op het oog achteloos terzijde geschoven. Op de achtergrond is het Angela Merkel zelf die haar wil lijkt door te drijven.

In het verhaal over de slag om de privacybescherming komt veel tezamen: het strategische voordeel voor een europarlementariër om rapporteur te zijn, eerst verantwoordelijke voor een dossier. De karrevrachten aan obstructiemogelijkheden die de procedures in de EU bieden. De macht van de lobby, financieel en politiek. Het moment van glorie én de bitterheid van toch nog een nederlaag, helemaal aan het eind.

Beeld epa

Scène I
Waarin Groenen het dossier wegkapen onder de ogen van verblufte christen-democraten

De Groenen hadden gespaard, ze hadden heel wat punten in hun puntenbakje toen het privacydossier begin 2012 aan de orde kwam. Voor rapporteurschappen moet je met punten over de brug komen. Elke fractie heeft punten, naar zijn omvang. Hoe gewichtiger het onderwerp, hoe duurder het rapporteurschap.

Een rapporteur gaat over een dossier, het is zijn ding. Hij overlegt en onderhandelt met de halve wereld. Met de collega-parlementariërs die door hun fractie zijn aangewezen om de rapporteur op de vingers te kijken. Met ambtenaren uit de Commissie, het dagelijks bestuur, met Brusselse ambtenaren uit de Raad van Ministers en met ambtenaren uit de lidstaten. Niet in de laatste plaats overlegt de rapporteur met het lobbywezen, in alle schakeringen.

De Groenen hadden tegen elkaar gezegd: laten we onze slag slaan bij die onderwerpen die er voor ons echt toe doen. Privacy en de internetmaatschappij stonden bovenaan. Ze hadden punten zat om het dure rapporteurschap met succes te kunnen claimen.

De christen-democraten, met 278 zetels veruit de grootste fractie in het Europarlement, hadden zich het tere onderwerp laten we zeggen mentaal al toegeëigend. Voor een evenwichtige behandeling was het wenselijk als iemand uit hun kring de spin in het web zou zijn, zo wist men zeker.

De verbijstering was groot toen de Groenen met het rapporteurschap aan de haal gingen, omdat ze de meeste punten konden inzetten. De nieuwe economie, de interneteconomie in handen van 'oud-links' (CDA'er Van de Camp) getuigde niet van het juiste inzicht in de materie.

De christen-democraten speelden het hoog op. Ze gingen in beroep tegen een rapporteurschap van Jan Philipp Albrecht bij de vergadering van coördinatoren van de fracties. Die vergadering kon weinig anders dan het beroep afwijzen; alles was verlopen volgens de regels. De christen-democraten gingen in beroep bij de vergadering van fractievoorzitters. Die vergadering kon niet anders dan het beroep afwijzen. De regels waren in acht genomen.

Albrecht: 'Natuurlijk was het spannend; zo'n fel verzet door de grootste fractie, dat maak je niet vaak mee. Maar toen tot twee keer toe was bevestigd dat ik rapporteur zou zijn, werkte het in mijn voordeel. Mijn positie was voor iedereen onbetwistbaar geworden.'

Scène II
Waarin de rapporteur zich ingesloten weet door ongrijpbare krachten

Hij was nog geen rapporteur, zijn fractie en hij waren al wel volop in de slag. Albrecht: 'Sommigen zeiden tegen me: je moet je laten beschermen. Ze bedoelden het serieus. Ik besefte: dit gaat over een van de grootste economische markten in de wereld, dit gaat over miljarden.

'Natuurlijk maakte het mij nerveus, heel erg. Je voelt tegenwerking zonder dat je er echt een vinger op kunt leggen. Ik moest proberen een open politiek veld te creëren, om op basis van argumenten, niet van belangen te winnen.'

Waaruit sprak die tegenwerking?
'Er verscheen bijvoorbeeld een studie waaruit moest blijken dat een verbod op vrije verhandelbaarheid van internetgegevens zeer negatief zou uitpakken voor de economie. Het was een studie van de Amerikaanse Kamer van Koophandel. Hoe je het ook wendt of keert, zo'n rapport zet regeringen onder druk.'

Mag dat niet?
'Het zit in een grijze zone, wat mij betreft. De Silicon Valley-bedrijven zijn machtig. Ze beschikken over geld, juristen en tal van contacten in de politiek. Ze hebben veel meer mogelijkheden dan ik als rapporteur om de discussie te sturen.'

Jan Philipp Albrecht werd ingesloten door duizenden amendementen op een concepttekst. Het kan wijzigingsvoorstellen regenen in het Europarlement - iedereen wil meetellen, tenslotte. Maar nu kwamen meer dan drieduizend amendementen binnen. Was het sabotage?

Amendementen komen van politici, niet van bedrijven.
'De bedrijven bleken zo goed geïnformeerd dat er een directe lijn moet zijn geweest met bepaalde politici.'

Hoe weet u dat zo zeker?
'Het is zonneklaar. Er bestaat een website, lobbyplag.eu, waar de tekst van alle amendementen is vergeleken met de tekst van position papers van bedrijven. Dan zie je dat bijna de helft van die drieduizend wijzigingsvoorstellen letterlijk of bijna letterlijk is overgeschreven.'

Een Belgisch parlementslid, Louis Michel, voormalig Europees commissaris, stuurde een paar honderd amendementen naar Albrecht en zijn mensen. Ze bleken te zijn aangeleverd door lobbyisten. Sorry, zei Michel, het is aan mijn aandacht ontsnapt, een van mijn medewerkers heeft het gedaan.

Bestaat er corruptie in het parlement?
Albrecht: 'Dat weet je natuurlijk niet. Er zou een sterker ontwikkeld bewustzijn moeten bestaan dat het zich kan voordoen. Want er is volop ruimte voor non-reflected behavior.'

'Ondoordacht gedrag' is de elegante formulering die Albrecht gebruikt. Een directe relatie tussen Brussel en vooral het eigen, nationale bedrijfsleven wordt in het parlement over het algemeen als vanzelfsprekend beschouwd. Vaak genoeg krijg je te horen dat Italië om twee voorname redenen warm loopt voor Europa: Fiat en de Parmaham.

Een paar duizend amendementen, het dreef Albrecht in het nauw. Het dwong hem zijn eindrapport uit te stellen en vervolgens opnieuw uit te stellen. Hij kwam met compromisteksten waarop weer nieuwe compromissen nodig bleken.

'Mijn team en ik hebben vijf maanden dag en nacht gewerkt. We leefden op de toppen van onze zenuwen, we schreeuwden tegen elkaar, het was idioot, we hebben met de schaduwrapporteurs uit de andere fracties vijftig keer moeten vergaderen, het waren vergaderingen van twee tot vier uur, vaak genoeg heb ik gedacht: het lukt niet, ze krijgen ons waar ze ons hebben willen, we lopen vast.'

Scène III
Hoe de lobby zich schuil houdt en onze jonge held besluit dat hij Mark Zuckerberg moet opzoeken

Er was een organisatie van kleine en middelgrote bedrijven die de deur plat liep bij Albrecht. Het verhaal was dat verdergaande beperking van het vrije gebruik van persoonlijke gegevens grote economische schade zou aanrichten. Met allicht alle gevolgen van dien voor de werkgelegenheid.

Het bleek dat de organisatie gefinancierd werd door Google. Naast organisaties met directe belangen bestaan ook maatschappelijke verenigingen die geïnitieerd zijn en onderhouden worden door Silicon Valley. Je hebt bijvoorbeeld het Future of Privacy Forum uit Washington; het presenteert zich als een denktank, maar is volgens Albrecht gewoon spreekbuis van de grote internetbedrijven. 'We dringen aan op een meer genuanceerde benadering', schrijft het Forum. 'In specifieke gevallen is uitdrukkelijke instemming (van de burger, red.) vereist; in veel gevallen mag instemming verondersteld worden uit de aard van de transactie of de relatie.' Dat is nagenoeg letterlijk de opvatting van de internetbedrijven.

De lobby is lastig, maar mensen als Eric Schmidt van Google en Mark Zuckerberg van Facebook vindt Albrecht de echte tegenstanders. 'We strijden in het Europarlement met de grote mannen van Silicon Valley.'

Zuckerberg en u zijn leeftijdgenoten, u lijkt op elkaar in uw betrokkenheid bij de informatiemaatschappij, maar ook in triviale kwesties als een voorkeur voor T-shirtjes.

'Het is mij ook opgevallen. Maar ik weet dat we niet veel gemeen hebben. We vertegenwoordigen ieder een deel van de digitale generatie. Ik heb hem nooit ontmoet, maar ik vermoed dat we totaal verschillende opvattingen hebben over de vraag hoe we ons bestaan moeten inrichten.'

Waarom gaat u het hem niet vragen?
'Ik zou het graag willen.'

Wat let u?
'Niets, denk ik. Ik geloof niet dat we veel verder zullen komen, maar inderdaad, wat let me? We moeten elkaar spreken, ik ben in maart in het westen van de VS, dan zouden we elkaar kunnen zien. Ik stuur hem een e-mail, vandaag nog.'

Facebook-oprichter Mark ZuckerbergBeeld afp

Scène IV
Waarin de rapporteur alsnog zijn Waterloo lijkt te vinden

Eind oktober haalde Albrecht de buit binnen met een uiteindelijk verrassend grote steun uit het parlement. Het was het moment van glunderen, van oor tot oor. Wat dan nog moet volgen in het lange, lange proces zijn de onderhandelingen in de Raad van Ministers van de lidstaten. Het is de laatste klus voor een rapporteur.

Albrecht had er vertrouwen in. Snowden, de schok van het NSA-schandaal hielp een handje. 'Wir brauchen eine Europäische Reglung', verklaarde Angela Merkel. Wat de bondskanselier daarmee ook bedoeld mag hebben, niet de regeling die door haar jonge landgenoot de rapporteur is voorgelegd. De gesprekken tussen parlement en lidstaten zijn op een dood spoor beland.

Albrecht: 'Zeker in gecompliceerde kwesties hebben de stafleden van ministers doorgaans een grote invloed. Als ik Google was of Facebook stapte ik naar de ambtelijke top van het ministerie in Berlijn en haalde ik daar binnen wat ik in Brussel niet bereiken kon.'

En zo is het gegaan, weet Albrecht. 'Naar buiten toe, naar het publiek is het verhaal dat de hoge Duitse standaard inzake privacy gewaarborgd moet worden. Maar in de raad verklaren de ambtenaren keer op keer dat het bedrijfsleven meer ruimte nodig heeft. Nu het erop aankomt, nemen de ministers niet hun verantwoordelijkheid.'

Woorden van een verliezer?
'Wat moet ik zeggen? Ik verwacht natuurlijk dat de regeringen zullen meegaan met een voorstel dat door een grote meerderheid van het parlement is voorgelegd. En zo niet? De lidstaten schuiven straks commissarissen naar voren voor de nieuwe Europese Commissie. Het parlement moet daarna instemmen met de samenstelling. Ik zal voorstellen de Commissie meteen naar huis te sturen.'

Zou het indruk maken?
'Het is allemaal zo cynisch. Het meest oneerlijke land is Duitsland. Angela Merkel houdt het beeld hoog dat Duitsland de drijvende kracht is achter Europese integratie. Maar zeker in de laatste jaren is haar koers om bijna alles van betekenis wat uit het Europees Parlement en de Commissie komt, te smoren.

'De gang van zaken laat zien dat men erop uit is de zaak van de privacybescherming te laten vastlopen. Daar- mee zou het onderwerp voor jaren van de agenda zijn. Het is precies wat de grote internetbedrijven hopen te bereiken.'

De Duitse bondskanselier Angela MerkelBeeld afp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden