ColumnPeter Middendorp

De puntkomma leek mij de sleutel tot de deur waarachter zich de schrijvers en intellectuelen bevonden

Ik heb altijd een bijzondere aantrekkingskracht tot de puntkomma gevoeld – ja, al bij de eerste keer dat ik er eentje tegenkwam, was ik verkocht. Er was iets mee, zag ik meteen, iets speciaals dat ik niet helemaal begreep, bijna mysterieus.

Ik wilde hem ook wel gebruiken, maar ik wist niet hoe – wanneer hij goed gekozen was en wanneer je voor schut stond. Ik had het gevoel dat je er van alles verkeerd mee kon doen, maar ik durfde niemand om raad te vragen. Bang dat je alleen al door de vraag te stellen liet zien hoe groot het gat was op de plaats van je verstand.

De puntkomma was het enige leesteken dat door volwassenen werd gebruikt. 18-plus. Kinderen die puntkomma’s gebruikten, moest ik nog tegenkomen. Het was eerder een soort of klasse waartoe het gebruik beperkt bleef, of tot bloei kwam – het was maar hoe je ernaar keek. Je zag ze vooral bij mensen die van tekst wisten; literair angehaucht. Ja, ik leerde ze vanzelf bij de naam noemen: schrijvers, intellectuelen.

Het was een groep waar ik bij wilde horen. Hoe je dat voor elkaar moest krijgen, werd nergens uitgelegd, maar de puntkomma scheen me een soort toegangscode tot dat geheime genootschap, de sleutel van de deur waarachter de groep zich bevond. Als je je puntkomma’s goed gebruikte, ging de deur van de ivoren torenkamer een klein beetje open, maar voor phony’s en wannabe’s, die over geen enkel puntkommagevoel beschikten, bleef de deur natuurlijk gesloten.

Zo rond mijn 30ste ben ik ermee begonnen, heel voorzichtig, eerst eens eentje, verdekt opgesteld in de voorlaatste alinea van een verhaal, en later nog een paar meer. Het gekke was, of eigenlijk het schokkende: het viel niemand op. Niemand zei er wat van. Mensen lazen de puntkomma en daarna lazen ze gewoon door. Ongehinderd.

In het prachtige boekje Semicolon (2019) beschrijft wetenschapper Cecelia Watson hoe de puntkomma, die in de 15de eeuw door Italiaanse humanisten is bedacht als leesteken voor een muzikale pauze in de tekst, behorend tot het persoonlijke instrumentarium van de auteur, tot bloei kwam in de 18de eeuw. En hoe verwoed er in latere eeuwen door wetenschappers is geprobeerd de puntkomma aan strenge regels te onderwerpen en zo te dwingen in de rol van een gezichtloze dienaar van de zinsbouw. Het is ze niet gelukt. Al stelden ze honderdvijftig regels op, er bleven puntkomma’s ontsnappen.

Niemand weet dus hoe het moet. Iedereen doet maar wat. Voor Watson, een voormalig interpunctiefetisjist, kwam de ontdekking als een bevrijding. Zelf voelde ik me een beetje als de student uit een column van Maxim Februari, voor wie filosofie klonk als ingewikkeld praten, en die ingewikkeld ging praten in de hoop dat het als filosofie zou worden geaccepteerd, wat tot zijn schrik nog gebeurde ook, en er zo achter kwam dat iedereen net zo dom was als hij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden