column Elma Drayer

De publicatie van drie academische nepartikelen zou een flinke dosis zelfreflectie teweeg moeten brengen, maar academici voelen zich op hun teentjes getrapt

Onlangs – de Volkskrant schreef er vorige week over – kwam uit dat drie Amerikaanse wetenschappers hun collega’s lelijk hebben bedot. James Lindsay, Helen Pluckrose en Peter Boghossian verzamelden nepdata, en schreven daarover nepartikelen. Onder nepnamen, dat spreekt.

Missie: laten zien hoe gemakkelijk het is om ‘absurditeiten en modieuze politieke ideeën gepubliceerd te krijgen als legitiem academisch onderzoek’. Voor de goede orde: Lindsay, Pluckrose en Boghossian beschouwen zichzelf als ‘progressief’.

In tien maanden tijd wist het vrolijke trio – bekijk vooral ook het filmpje dat ze van hun onderneming lieten maken – vier artikelen geplaatst te krijgen in wetenschappelijke tijdschriften, terwijl ze de goedkeuring voor nog eens drie binnen hadden. Tot een wakkere medewerker van The Wall Street Journal hen ontmaskerde en zij hun project voortijdig moesten staken.

Zeer lezenswaardig is de verantwoording die ze vervolgens plaatsten op Areomagazine.com. Hoe kan het, denk je meteen, dat er ook maar één geleerde in dit ondermaanse rondloopt die zulke kulonderzoeken serieus heeft genomen? Want hoezo zouden heteromannen zich minder homofoob gedragen als ze anale speeltjes gebruiken? Hoezo zou de ‘verkrachtingscultuur’ op hondenuitlaatplaatsen inzicht bieden in die onder mannen? En (de leukste) hoezo zou het fabriceren van hoaxes en het ridiculiseren van social justice-onderzoek ‘onethisch’ zijn en slechts voortkomen uit ‘onwetendheid’ en de wens om privileges te behouden?

Toch trapten de peer reviewers er met open ogen in – niet in de laatste plaats, vermoed ik, vanwege het natuurgetrouwe, poststructuralistische lingo dat de auteurs gebruikten.

Ik was vast niet de enige die moest terugdenken aan de strapatsen van de Tilburgse sociaal-psycholoog Diederik Stapel, wiens resultaten ook altijd zo prettig bevestigden wat hij toch al wilde bewijzen. (Het verschil: diens hoaxes waren niet bedoeld ter ontmaskering. Ze waren ‘echt’.) Ook Stapel kon jarenlang wegkomen met publicaties waaraan een kleuter kon aflezen dat ze te mooi waren om waar te zijn.

En nu? Je zou hopen dat de onthullingen van Lindsay, Pluckrose en Boghossian op z’n minst aanleiding geven tot enige zelfreflectie. Vooralsnog gebeurde het tegenovergestelde. De academici die zich aangevallen voelden reageerden met bagatelliseren, jij-bakken en verdachtmakingen.

Zo schamperde een van hen dat de tijdschriften die genoemde artikelen accepteerden heus niks voorstellen (‘Hun papers worden door niemand geciteerd en maken geen impact’). Acht Vlaamse wetenschappers ‘uit het brede domein van de genderstudies’ zetten in De Standaard de hoaxes weg als ‘genderstudies-bashing’, schaarden het drietal onder ‘een internationale nieuw-rechtse stroming’ en vergeleken hen losjes met de griezels van Schild & Vrienden.

Boetvaardige reacties heb ik niet voorbij zien komen. Behalve dan die van de Amerikaans-Italiaanse wetenschapsfilosoof Massimo Pigliucci. Hij noemde de stunt weliswaar ‘zowel onprofessioneel als nutteloos’, maar erkende tevens dat er reden was tot zorg.

Inderdaad. Sowieso kan het volgens mij geen kwaad om weer eens te wijzen op het gevaar van ideologisch geïnspireerde wetenschap. Voor je het weet, nietwaar, laat je je leiden door de werkelijkheid zoals jij die wenst. Niet door de werkelijkheid zoals zij is. Wie wordt daar wijzer van?

Hetzelfde geldt trouwens voor de ideologisch geïnspireerde vleugels in mijn eigen vak. Zie de al heel oude links-activistische journalistiek, die blind de kant der verdrukten kiest. Zie de campagnejournalistiek ter rechterzijde, die precies het omgekeerde doet. Zie vooral ook de opmars van de zogeheten ‘constructieve journalistiek’, die het als haar hoge taak ziet om ons te vertellen hoe de samenleving wél in elkaar moet zitten.

Maar objectiviteit, hoor je dan steevast tegenwerpen, bestaat toch niet? Dat klopt. Maar het is ermee als met de wereldvrede: dat we die nimmer zullen bereiken ontslaat ons niet van de plicht om er gedurig naar te streven.

Elke journalist met een andere agenda bezondigt zich aan propaganda. Elke wetenschapper ook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.