Column Rob van Essen

De prijs voor Meest Aanwezige Passagiers kun je altijd uitreiken aan een gezelschap met een baby

In de trein naar Brussel zat een familie. Vanaf mijn zitplaats kon ik ze niet allemaal zien, maar ze hadden een baby bij zich die veel huilde en zo kreeg ik na verloop van tijd toch een beeld van het hele groepje, omdat de baby voortdurend doorgegeven moest worden en er regelmatig iemand van het gezelschap opstond om een tas uit het bagagerek te pakken waarin iets zat wat de baby misschien kon afleiden of kalmeren. Zonder dat ze er hun best voor hoefden te doen, wonnen ze de eerste prijs in de categorie Meest Aanwezige Passagiers, een onderscheiding die je eigenlijk al zodra ze instappen aan een gezelschap met een baby kunt uitreiken.

Ze waren met z’n vijven. Een jong echtpaar en een ouder echtpaar, en die baby; op basis van uiterlijke kenmerken concludeerde ik dat het oudere echtpaar de ouders van de jonge moeder moesten zijn. Ze praatten hard, alsof ze verder van elkaar zaten dan het geval was. Ze hadden het over hotels, tickets, het uitblijven van de railcatering, de baard van de conducteur en de manieren waarop het de baby naar de zin kon worden gemaakt. Over die manieren bestond vooralsnog geen consensus. Ook over wat de conducteur met zijn gezichtsbeharing moest doen liepen de meningen uiteen.

‘Weet je’, zei de vader van het kind. ‘Zo’n dagje reizen is inspannender dan een dagje werken.’ Meteen daarop ging zijn telefoon. ‘Ja!’ riep hij. ‘Rik? Hoe is het bij Winterhuisjes? Ben je al bezig met … Shit man. Dan moet je meteen plaatje zes aandraaien. En dan gewoon een klopje met de kopse hamer. Jawel, die zit onder in je kist. Kijk maar. Precies, dat is nou een kopse hamer. Klein tikje. En dan ben je al bijna klaar. Ja, dat kan je doen maar het is niet echt nodig. Straks gaat alles weer dicht, dat ziet niemand. En anders… Ja, dat kan, draai maar even dicht. Nu meteen hè, anders sta je straks tot aan je knieën in … Probeer dan rechtsom. Heel goed, dicht is dicht. Prima. Geen probleem. Als er nog wat is dan bel je maar.’

‘Zei je dat nu echt?’, vroeg zijn vrouw toen hij zijn telefoon had weggestoken.

‘Zei ik wat nu echt?’

‘Als er wat is dan bel je maar.’

‘Ja’, zei de man. ‘Dat zei ik nu echt.’ Hij sloot zijn ogen, rekte zich uit en vouwde zijn handen achter zijn hoofd. Je kon aan hem zien dat er wat hem betrof de komende dagen niet genoeg mis kon gaan bij Winterhuisjes.

Naast hem begon de baby te huilen. Zonder opzij te kijken legde de man een hand op het hoofdje van het kind en het huilen stopte meteen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden