Opinie

De presidentsverkiezingen zijn lastiger te peilen dan ooit

Het produceren van een betrouwbare, landelijke prognose voor de einduitslag met behulp van peilingen is een complexe exercitie, schrijft opiniepeiler Peter Kanne. 'De valkuil zit vooral in het verschil tussen de - vaak verkeerd begrepen - peiling en de prognose.'

Aanhangers van Trump wachten de presidentskandidaat op in een vliegtuighangar in Minneapolis.Beeld afp

'Als opiniepeilers willen vermijden dat ze binnenkort als volkomen irrelevant op de mestvaalt van de geschiedenis belanden, zullen ze net als Obama uit het vaatje van de big data moeten tappen.' Zomaar een zin uit de MAARTEN! van oktober 2016. Het blad, dat de 'wereld volgens Maarten van Rossum' weer zegt te geven, wist het zeker: vergeet de opiniepeilingen, met het uitpluizen van big data komen we dichter bij de waarheid. Overtuigend bewijs dat met big data de uitslag van een verkiezing accuraat voorspeld wordt, is in de MAARTEN! echter niet te lezen.

Dat de berichtgeving over de peilingen in de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 8 november voor verwarring zorgt, valt niet te ontkennen. Op 31 oktober meldt bijvoorbeeld de New York Times Upshot dat de kans dat Clinton wint 90 procent is, op dezelfde dag komt ABC News met een poll waarin Trump Clinton op 1 procent is genaderd: met een foutmarge van 3 procent. Hoe kan dit?

Getrapte peilingen

Het produceren van een betrouwbare, landelijke prognose voor de einduitslag met behulp van peilingen is een complexe exercitie. Het land met ruim 300 miljoen inwoners kent een getrapt kiesstelsel: elk van de vijftig staten kiest afzonderlijk haar kiesmannen. De kandidaat die ten minste 270 van de in totaal 538 kiesmannen binnensleept mag zich president van de Verenigde Staten noemen. De kiesmannen kiezen de kandidaat die de meeste stemmen wint in hun staat (met uitzondering van Nebraska en Maine, waar de stemmen proportioneel worden verdeeld). Per staat zijn dus accurate peilingen nodig.

Maar veel van de landelijke peilingen doen dat niet waardoor makkelijk een vertekend landelijk beeld kan ontstaan. Veel van deze landelijke peilingen trekken een steekproef van soms maar duizend waarnemingen, waarin niet de getrapte stemkans, maar het gemiddelde voor heel de VS wordt achterhaald. De Leidse politicologen Joop van Holsteyn en Tom Louwerse waarschuwen hiervoor in NRC Handelsblad van 3 november: '... resultaten worden gepresenteerd voor Amerika als geheel: Clinton op 52 procent, Trump op 48. Dat zegt weinig, want gaat ten onrechte uit van het idee dat het bij de presidentsverkiezingen gaat om één enkele verkiezing, met álle Amerikaanse kiesgerechtigden als 'het' electoraat. Zo werkt het niet.'

Zwaktes

Websites als FiveThirtyEight van Nate Silver en The Upshot van de New York Times gebruiken wel peilingen per staat om de uitslag te voorspellen. Nate Silver analyseert bestaande peilingen, combineert ze met cijfers over de economie en weegt beide tot een gemiddelde. Silver zat zowel in 2008 als 2012 heel dicht bij de einduitslag (in beide gevallen voorspelde hij de winnaar correct), maar ook zijn prognoses zijn dus grotendeels gebaseerd op peilingen. En peilingen hebben hun inherente zwaktes: het is ook - of misschien wel juist - in de VS niet makkelijk goede representatieve steekproeven te trekken, er kan sprake zijn van (selectieve) non-respons en er dient rekening te worden gehouden met nauwkeurigheidsmarges. Bij de 2016-verkiezingen konden deze zwaktes nog wel eens sterker meewegen dan bij eerdere verkiezingen.

Veel hangt af van wat er in de swing states gebeurt en in hoeverre de peilingen dit accuraat meten. Als de peilingen er in Florida naast zitten, gaan er 29 kiesmannen naar het verkeerde kamp. Volgens RealClearPolitics waren er op 24 oktober maar vijf staten waar de peilingen een nek-aan-nek race lieten zien. Maar twee weken later zijn dat er al weer een aantal meer. In Pennsylvania bijvoorbeeld, een staat met twintig kiesmannen die voorbestemd leken voor Clinton, was haar voorspong op 5 november geslonken tot 2 à 3 procentpunten. En hoewel dit gemiddelde gebaseerd is op vijf peilingen (van 500 tot 1000 waarnemingen) snapt iedereen met enige statistisch gevoel dat dit geen gelopen race is.

Het illustreert hoe lastig deze verkiezingen te peilen zijn. We hebben te maken met een atypische Republikeinse kandidaat, die anti-establishment kiezers aanspreekt. Vaak lager opgeleid. Laten dit nu ook de variabelen zijn die sterk correleren met opkomstgedrag én het al dan niet meedoen aan peilingen. Ook aan Democratische kant is men sterk afhankelijk van de stem van groepen minderheden: Latino's, Hispanics, Afro-Americans; ook zij stemmen vaak niet en doen minder mee aan peilingen. En de kandidaat, Hillary Clinton, wordt als minder betrouwbaar gezien dan Trump, zo laten de peilingen ook zien. Ondanks het feit dat Trump bewezen meer leugens vertelt dan Clinton. Bij deze verkiezingen lijkt al het onlogische logisch, en omgekeerd.

Valkuil

De valkuil zit hem dan ook niet per se in de peilingen, maar vooral in het verschil tussen de - vaak verkeerd begrepen - peiling en de prognose. Op 6 november gaf The Upshot Clinton 84 procent kans om te winnen en Nate Silver geeft haar 65 procent kans. Silver benadrukt keer op keer welke onzekerheid er bij zijn voorspelling komt kijken, maar die disclaimer staat er in de media - ook de Nederlandse - vaak niet bij. Dus worden deze percentages door de media en hun publiek al snel als absolute voorspellers voor een overwinning van Clinton opgevat. Als Trump toch wint, zal dat worden uitgelegd als het zoveelste peilingdebacle. En zal de roep om de peilingmestvaalt weer harder klinken.

Peter Kanne, opiniepeiler bij I&O Research.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden