Column Asielbeleid

De praktijk van het asielbeleid: ook bij kansloze zaken wordt er nog altijd eindeloos geprocedeerd

Deze week besprak de Kamer de Justitiebegroting, en dus ook het asielbeleid van staatssecretaris Harbers. Hij is het gezicht van de machtige en onbarmhartige staat. Een paar kilometer verderop wordt in een Haagse kerk nog steeds permanent gepreekt voor het kinderpardon. In de Kamer klinken de klachten, over de lange procedures, over onderbetaalde advocaten, over kinderen in asielcentra. Dat is de zichtbare voorkant van het asielbeleid.

Voor de werkelijkheid ben ik langs gegaan bij het Haagse Paleis van Justitie. Paleis is een ruim begrip voor het naargeestige zaaltje waar rechter mr. Bakels bijna achter haar beeldscherm verdwijnt. Mij is verzekerd dat dit de dagelijkse asielpraktijk is: zeven willekeurige beroepszaken tegen de afwijzing door de IND, de Immigratie- en Naturalisatie Dienst. De bode van de zogeheten vreemdelingenkamer roept de zaken af. Deze en gene ‘tegen de staatssecretaris!’ Zo is Mark Harbers er toch een beetje bij.

In het zaaltje zit links de advocaat, met zijn afgewezen cliënt die beroep heeft ingesteld. Rechts zit de meneer van de IND. Hij verdedigt de afwijzing. Rechter Bakels doet het meer dan keurig. Zij neemt de zaken bijna ontroerend serieus. De eerste is van een Algerijn die al eerder werd afgewezen. Daarna probeerde hij het in Oostenrijk nog eens. Oostenrijk stuurde hem terug naar Nederland volgens de zogeheten Dublinregel. Die schrijft voor dat het eerste land van aankomst de procedure moet afhandelen.

Algerije is een veilig land dus volgde een njet. De man voert aan dat hij homoseksueel is en om die reden gevaar loopt. De IND gelooft er weinig van. De advocaat van de Algerijn doet haar best, dat moet gezegd. Het valt op omdat de confrères die na haar komen, er zo weinig van bakken. Rechter Bakels kent de stukken telkens beter dan de raadslieden. Eén van hen ziet zijn groene map met papieren duidelijk voor het eerst. Een tweede wordt door de rechter gevraagd naar een bewijsstuk voor de bewering dat een dochter  daadwerkelijk hulp geeft aan haar zieke moeder die een asielverzoek heeft ingediend. Niet aan gedacht, edelachtbare.

Zeven beroepszaken, op het oog vijf kansloze. Een mevrouw uit Senegal, die volgens de Dublinregel moet worden uitgezet naar Frankrijk. De advocaat voert aan dat Frankrijk asielzoekers onmenselijk behandelt. Met als voorbeeld ‘de jungle’ bij Calais, een illegaal kamp dat nu juist met asielzoekers niets te maken heeft. Ook de Senegalese vraagt omwille van haar ‘geaardheid’ asiel. Veel homoseksuelen tegenwoordig, hoor ik later van de IND-meneer. Net als bekeerlingen tot het christendom. Daar wordt een ambtenaar weleens cynisch van.

Volgende afroep van de bode. Een moeder met twee kinderen uit Moldavië, ‘tegen de staatssecretaris!’ Ze zijn eerder afgewezen in Duitsland, moeten daarheen terug vanwege de Dublinregel. Maar ze voelen zich er niet veilig, en ze hebben alle drie een liesbreuk. Frappant, zegt de rechter, die haar gezicht strak in de plooi houdt. De advocaat heeft er niets aan toe te voegen, aangezien cliënten niet zijn komen opdagen. In de gang zegt hij dat dit een record is: in drie minuten weer buiten.

Toch is hij in beroep gegaan. Waarom? Duitsland is een veilig land, de Dublinregel betekent verliezen. In de Kamer en door vluchtelingenorganisaties wordt geklaagd over de lange procedures. Ook in verband met gewortelde kinderen die om die reden een verblijfsstatus zouden moeten krijgen. De staat zou zelf vaak beroep instellen en zo meehelpen aan die voortslepende zaken. Weinig waarschijnlijk, zegt een ambtenaar, omdat de staat 90 procent van de zaken wint. Het stapelen van beroepen en nieuwe asielaanvragen gaat gewoon door. Na deze vreemdelingenkamer volgt de Raad van State, en dan kan de asielzoeker altijd een nieuw verzoek indienen. Niet omdat Nederland het zo beroerd heeft geregeld, maar omwille van het Vluchtelingenverdrag en het EVRM.

De voorkant van asiel, dat zijn de verontwaardigde cabaretiers, de talkshows, de vluchtelingenorganisaties en de gebeden in de kerk. De achterkant, dat is de staatssecretaris die zijn mond moet houden over individuele gevallen. En de IND, waar ze nog niet zijn bekomen van het besluit dat Lili en Howick mogen blijven. Die zaak was tot en met de Raad van State evident: geen recht op verblijf. Hoe moeten zij van de IND nu nee verkopen bij veel moeilijker afwegingen? Voor de buitenwacht belichaamt de IND de onbarmhartige staat. Vertel maar eens op een verjaarspartijtje dat je bij de IND werkt. Geen wonder dat ze zuchten onder personeelstekort.

Staatssecretaris Harbers heeft na de opwinding over Lili en Howick een onderzoek aangekondigd naar de uitvoering van asielbesluiten in Nederland. Maar dat onderzoek is allang gedaan. In 2013 deed de Commissie Integraal Toezicht Terugkeer verslag, onder leiding van oud-politicus Hans Gualthérie van Weezel. Lees dat verslag nou eens. Het is van vijf jaar geleden maar veel zal er niet anders zijn. Om te beginnen is Nederland beslist niet harteloos in zijn terugstuurbeleid. ‘Nederland kan de vergelijking met andere Europese landen met glans doorstaan.’

Van het uitzetten van vreemdelingen komt in de praktijk heel weinig terecht. ‘Door alle waarborgen, rechtsregels en rechtshulp’, is het uitzetten ‘een schier onmogelijke opgave geworden’. En wat betreft het heilzame werk van de advocatuur: het telkens opnieuw aanspannen van kansloze procedures ‘riekt naar misbruik’. Bij elkaar noemen we dat gewoon falend asielbeleid.

.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden