Column Martin Sommer

De politieke partij is dood, maar is de beweging wel een goed alternatief?

Martin Sommer

Na de mooie belofte van de beweging volgt vanzelf de grote teleurstelling.

De politieke partij is dood, leve de beweging, schrijft mijn columnistische ­collega René Cuperus. Bewegingen zouden zuurstof voor democratische politiek leveren. U kent mij als man van de oplossingen, maar hier haak ik af. De partij is onmiskenbaar terminaal en weet het alleen zelf nog niet. Vorige week was er weer zo’n rijtje congressen en was ik blij dat ik m’n snor kon drukken. Ik heb altijd een hekel gehad aan de amendementen van de afdeling Tietjerksteradeel op congresstandpunt 3a over de mensenrechten in Kirgizië.

Maar uit de doodsstrijd van de partij volgt niet dat de beweging kakelvers is. Van oudsher waren politieke partijen óók bewegingen, in de zin van ­georganiseerde emotie, toejuichingen en charismatische leiders. De helft van de zwangere vrouwen wil wel Jesse Klaver als vader voor hun kind, meldt AT5. Ver voordien heette Domela al de messias. Ook ús verlosser zou zorgen voor change, net als Obama of diens opvolgster ‘AOC’ voor wie de harten nu sneller kloppen. Of aan de andere kant van het spectrum Trump die America weer great zou maken. Want beweging en populisme zijn twee kanten van dezelfde medaille.

De dood van de klassieke partij kun je al een tijd zien aankomen, met afgebladderde partijkantoren en voorzitters voor halve dagen. Voorheen dienden politieke partijen voor drie dingen: kanalisering van ideeën, mobilisering van de achterban, en selectie van bestuurskandidaten. Alleen dat laatste is over en heet nu baantjes­jagen. De ouderwetse politieke partij heeft een bar slechte naam, en toch is hier erfgoed aan het verdwijnen.

Ik heb wel eens het gevoel dat we met die bewegingen de jaren zeventig overdoen. Toentertijd had je de Club van Rome en de aanstaande ondergang, nu het klimaat en de ondergang. De atoombom bedreigde de wereld, vooral de Amerikaanse. Nu is er Donald Trump als een soort menselijke bom. Ook toen al was Nederland gidsland. Simon Vinkenoog dichtte: ‘Nederland, je kunt alle noden lenigen.’ En de PvdA was een actiepartij, want zo heette een beweging toen, aangevuurd door ­André van der Louw die riep: ‘Nu is het radicaalste nog niet radicaal genoeg.’

Maar diezelfde partij, groot, log, ­georganiseerd, was wel in staat om een overmaat aan beweging in toom te houden. Samen met Paul Brill maakte ik in 1995 een tv-film over de ­jaren ­zeventig. Wij spraken onder anderen Max van der Stoel, de PvdA-minister van Buitenlandse Zaken in het beroemde kabinet-Den Uyl. Als rechtsbuiten had Van der Stoel het moeilijk in nieuw-linkse sferen. Hij vertelde dat hij per se elke vrijdag bij de ministerraad wilde zijn, wat nog lastig was voor een minister van Buitenlandse Zaken. Maar hij wilde voorkomen dat er onbekookte progressieve besluiten werden genomen. De prijs daarvoor was dat hij elke week van zijn jonge collega Jan Pronk ‘college kreeg over de nieuwe wereldorde’. In de PvdA werd Van der Stoel gezien als een ­‘visieloze rechtse bal’, zoals je kunt ­lezen in de mooie biografie van Anet Bleich. Hij kon aanblijven dank zij de protectie van Joop den Uyl én omdat de partij een stevige organisatie was, met intern debat, vleugels die van mening verschilden, procedures om tot een gezamenlijk standpunt te komen. Allemaal reuzevermoeiend maar essentieel. Want met de wijsheid van de terugblik was Van der Stoel zonder concurrentie de verstandigste.

Al die veiligheidskleppen en georganiseerde kalmering zijn weg, en niet alleen in de PvdA. Wat overblijft is sterke centrale regie en tegelijk een willekeur aan opvattingen. De PvdA is het ene moment mordicus tegen Rutte, gaat dan meedoen aan radicale bezuinigingen en herroept een verkiezing later de helft van de standpunten. Maar ook Rutte zelf is op maandag de man van de vroempartij om op dinsdag de wereld per CNN als klimaatapostel toe te spreken. Voortschrijdend inzicht, tot uw dienst.

Maar wel tot stand gekomen voor de scheerspiegel, door een leider in zijn eentje of hooguit in samenspraak met het reclamebureau. Dat kan dramatisch uitpakken. In Frankrijk veegde Emmanuel Macron met zijn beweging de complete traditionele politiek van de kaart. Iedereen was blij, weg met die rinocerossen. Maar ook de bedding van de politiek bleek compleet verdwenen en nu is de revolutie bezig haar eigen president op te peuzelen. Want na de hooggestemde belofte van de beweging volgt mathematisch de teleurstelling.

Door de dood van de politieke partij is de publieke zaak dramatisch veranderd. De ouderwetse partij was de uitwerking van het 19de-eeuwse burgerschap. De rationele burger gaf met zijn stem mandaat aan een politicus om een overkoepelend belang na te streven. Daar hoorden de partijen bij, met hun traagheid en compromissen. Door de georganiseerde botsing der geesten zou het land op een hoger plan komen. Daar heeft de beweging allemaal niks mee. I feel your pain, is de politieke formule. Of andersom gezegd, mijn gelijk is hét gelijk.

Vandaar dat mijn andere gewaardeerde collega Asha ten Broeke pleitte voor kiesrecht voor 6-jarigen, na de mars van de klimaatspijbelaars. In de beweging zijn onbezoedelde kinderen de betere uitgave van volwassenen. Zij voelen immers haarscherp wat er loos is. Argumenten, ­andere belangen, af­wegingen of waarden: allemaal niet nodig. In de beweging, zuurstof voor de democratie, zijn gevoelens voldoende. Wel de juiste gevoelens, uiteraard. Het is hopeloos ouderwets, maar doe mij dan maar zo’n zieltogende politieke partij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden