OpinieKunduz-missie

De politiek roept het ‘oppimpen’ van (hulp)statistieken over zich af

De Tweede Kamer is een volkomen foutief beeld voorgeschoteld van de Kunduz-missie (2011-2013) is de schokkende conclusie van een onderzoek. Zoiets kan zo weer gebeuren.

Een Nederlandse militair luistert naar de tolk in gesprek met twee hennepboeren in Uruzgan (2008). Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Onafhankelijk onderzoek laat zien dat bij de besluitvorming rond de Kunduz-missie de Haagse realiteit weinig van doen had met de situatie op de grond. Dit leidde tot een missie die niet aansloot bij wat Afghanistan nodig had en tot het ‘oppimpen’ van statistieken (Ten eerste, 1 februari). Dit verbaast me niets. Ik was tussen 2007 en 2011 veelvuldig in Afghanistan op missie voor ontwikkelingsprojecten en in die tijd dacht het Nederlandse bedrijfsleven dat Uruzgan de Betuwe van Afghanistan kon worden.

Een delegatie van VNO-NCW en Defensie was wezen kijken en overtuigde de Tweede Kamer een subsidieregeling voor het bedrijfsleven op te tuigen: het Fonds Economische Opbouw Uruzgan. Toen de Kunduz-missie op tafel kwam, heeft dagblad Trouw geprobeerd te achterhalen wat er te leren viel van dit fonds. In maart 2011 concludeerde Han Koch dat de regeling faliekant was mislukt en dat niemand erover wil praten, omdat het politiek te gevoelig ligt. Gezien de mislukking in Kunduz is het tweede nog erger dan het eerste.

Dertig jaar ontwikkelingssamenwerking heeft mij geleerd dat ontwikkelingsbeleid vaak wordt bepaald door binnenlandse politieke afwegingen en overtuigingen. Dat gaat altijd ten koste van de effectiviteit van de hulp.

Die kan alleen effectief zijn als het is gebaseerd op een onafhankelijke analyse van de lokale werkelijkheid. Elke vorm van vooringenomenheid is onwenselijk. Dit geldt zowel voor ‘linkse’ vooringenomenheid (alle ballen op ngo’s, de overheid en coöperaties), als voor ‘rechtse’ vooringenomenheid (alle ballen op bedrijven, markten en ondernemerschap).

Tien jaar geleden publiceerde de WRR het rapport Minder pretentie, meer ambitie. Na een diepgaande analyse was de conclusie dat een nieuwe, professionele organisatie was vereist om de effectiviteit van de hulp te vergroten. In die organisatie, NL-Aid gedoopt, zou uitvoeringsdeskundigheid voorop moeten staan. De politiek haalde haar schouders op en de wetenschappers die het debat rond het rapport faciliteerden (The Broker) moffelden de discussie weg in hun rapport. Naar eigen zeggen omdat ze het ‘niet interessant’ vonden.

Het ontkennen van het belang van deskundigheid is structureel. Er is nauwelijks een onderzoek van de IOB (de onafhankelijke directie internationaal onderzoek en beleidsevaluatie van Buitenlandse Zaken) te vinden waarin niet wordt geconcludeerd dat er te weinig deskundigheid is op het departement. Ook binnen het departement zijn velen die mening toegedaan. Waar een dergelijke conclusie in bijvoorbeeld de gezondheidszorg tot grote maatschappelijke beroering zou leiden, haalt iedereen de schouders op bij de ontwikkelingshulp. Velen lijken te denken dat er überhaupt geen deskundigheid nodig is: een portie gezond verstand moet voldoende zijn.

Wonderlijk genoeg is de inzet van deskundigen na het WRR-rapport juist sterk afgenomen. Hulp is gaan polderen. Interventies worden niet meer ontworpen door onafhankelijke deskundigen die betrokken partijen raadplegen, belangen afwegen (ook van groepen die niet aan tafel zitten) en kijken naar uitvoerbaarheid. De uitvoering wordt ook niet meer aanbesteed. Tegenwoordig zijn veel programma’s een ‘co-creatie’ van ambtenaren en uitvoerende hulp-organisaties.

Ambtenaren zorgen dat de beleidsdoelen goed in beeld komen, hulporganisaties dat ze zichzelf kunnen profileren door de gekozen methoden. Dat laatste is een spel met abstracte concepten dat gespeeld wordt met westerse wetenschappers, beleidsmakers en hulporganisaties. Dat mondt steevast uit in nieuw jargon, wat weer aanleiding is om alle Afrikanen te trainen in westerse instellingen. Lokale actoren komen er in het hele proces nauwelijks aan te pas en de lokale werkelijkheid raakt vaak uit beeld.

Co-creatie is ook gangbaar bij subsidieprogramma’s voor bedrijven. Ook hier geen onafhankelijke analyse en weinig aandacht voor het perspectief van de armen. Het lijkt een stilzwijgende afspraak tussen ‘rechts’ en ‘links’: laten we elkaar geen moeilijke vragen stellen.

In deze context is niet moeilijk te voorspellen dat er over tien jaar een rapport zal verschijnen over het falen van het huidige beleid om hulpgelden in te zetten om migratie uit Afrika te stoppen. Opnieuw wordt ontwikkelingshulp ingezet voor een binnenlands politiek doel en staan ambtenaren en hulporganisaties onder zware druk om te ‘leveren’. Opnieuw zullen die hun toevlucht moeten zoeken tot het ‘oppimpen’ van statistieken.

Gerrit Holtland is ontwikkelingswerker in Ethiopië. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden