Opinie Lerarentekort

De politiek moet verantwoordelijkheid nemen voor de verloedering van het onderwijs

De minister van Onderwijs moet de noodtoestand uitroepen opdat kinderen les krijgen: leraren zijn er zat, betoogt Ton van Haperen.

Beeld Hollandse Hoogte / Richard Brocken

Vanaf half jaren negentig waart het lerarentekortspook door de scholen. Na het leegvreten van de middelbare school is nu het basisonderwijs aan de beurt. Dat is even schrikken. Want kinderen die leren lezen en ­rekenen en geen les krijgen van een bevoegde en bekwame leraar die met plezier werkt, in dit welvarend land, het is een schande. En die schande gaat in de overdrive als blijkt dat dit niet hoeft. Geef die lessen ­gewoon. Echt, het kan.

Kijk maar naar de cijfers. Het basisonderwijs heeft 121 duizend fulltime banen, bezet door 170 duizend werknemers, voor ruim 1,5 miljoen kinderen. In het voortgezet onderwijs gaat het om 85 duizend fulltime banen, bezet door 110 duizend mensen, tegenover 1 miljoen kinderen. Kortom, in het algemeen vormend onderwijs staan 200 duizend volledige banen tegenover 2,5 miljoen kinderen. Voeg daarbij het gegeven dat de klassen internationaal gezien groot zijn en de leerlingenaantallen dalen en de conclusie luidt: getalsmatig is het mogelijk alle kinderen les te geven.

Maar het gebeurt niet. Waarom niet? Laat ik mezelf als voorbeeld nemen. Ik geef ruim dertig jaar les. De eerste tien jaar deed ik dat volledig. Een heerlijke tijd. Uren maken is de koninklijke weg naar ontwikkeling in het beroep. Werken aan de relatie met groepen, verbinden van vakkennis met wat kinderen weten en zien, opvoeden tot leren, het moet allemaal tegelijk en het duurt even voordat je dat echt goed kan. Maar hoe leuk het werk ook is, eenmaal goed betekent ook dat de verveling van de routines zich meldt. Dus keek ik na tien jaar om me heen, ging drie dagen lesgeven, nam voor twee dagen ontslag en ging ook op een universiteit werken.

Lescapacititeit is er

Dit ontwikkelingspad is universeel, maar niet iedereen vindt elders werk. Dus hebben scholen zelf ander werk gecreëerd, met niet-lesgebonden taken. Toen ik begon, gaf een conrector 14 lessen, maakte het rooster, deed het personeelsbeleid, liep grensverkennende leerlingen achterna en regelde het financieel beheer. Dit werk wordt nu door tien mensen gedaan, bijna allemaal leraren die een deel lestaak inleveren voor de verbetering van de organisatie en hun eigen arbeidssatisfactie. Wat je van deze ontwikkeling vindt, is irrelevant. Wat telt: in bestaande onderwijsorganisaties is lescapaciteit beschikbaar.

En er is meer. Veel leraren werken in deeltijd. Een grotere betrekking ­accepteren is in deze tijd de morele plicht van de bevoegde leraar. Alle kinderen hebben immers recht op goed onderwijs. Maar de waardering voor het aanvaarden van die plicht is karig. Een voorbeeld. Ik gaf het vorig jaar met 0,6 fte 12 lessen en had daarnaast andere taken in de organisatie. Dit schooljaar kunnen we geen leraar voor de examenklassen vinden, ik neem die uren zonder aarzeling. Mijn taken blijven hetzelfde, de lessen gaan van 12 naar 17 en mijn betrekking van 0,6 naar 0,7 fte. Kortom, ik werk ruim 40 procent meer, krijg 16,7 meer brutoloon, in de hoogste schijf belast. Zo werken de bedrijfsmatige school en het belastingstelsel eendrachtig ­samen in tegen het maken van mijn maatschappelijk verantwoorde keuze.

 Ik ben oud, gelukkig met mijn leven engeef die lessen met plezier, en van dat extra geld koop ik een kist Cubaanse sigaren. Maar een hectische moeder van 35, drie dagen voor de klas, thuis drie kinderen en een man met een veeleisende baan, zal denken: mijn man betaalt de hypotheek, het is knetterdruk thuis, meer lesgeven levert ­weinig op, zoek het lekker uit, met je morele plicht. Vanaf hier is de zaak zonneklaar. Nederland had in de jaren vijftig van de vorige eeuw ook een lerarentekort. Toenmalig minister Toxopeus maakte er met generieke loonsverhogingen een einde aan. Daar is nu geen politiek draagvlak voor. Als niet kan wat verstandig is, kies je verstandig wat kan. Prioritering van lessen, het terugdringen niet-lesgebonden taken en parttimers zo belonen dat de extra-inspanning iets oplevert, dat alles tezamen maakt het doel, ‘lessen voor alle kinderen’, bereikbaar.

Roep de noodtoestand uit

Onderwijsbestuurders nemen deze onorthodoxe maatregelen niet. Voor hen telt het eigenbelang: kostenreductie via flexibilisering, ophogen van reserves en een mooi kantoor, ver van de werkvloer. Het is daarom aan de minister uit hoofde van het nationaal belang om de noodtoestand uit te roepen. Zonder zo’n interventie leren kinderen in groep drie lezen van een onderwijsassistent met mbo-achtergrond en krijgen 15-jarigen Duits van een leraar Frans. Met name kinderen met minder bagage van thuis betalen buitenproportioneel voor dit bestuursfalen. Minister, Kamerleden, neem eens uw verantwoordelijkheid. Stop de verloedering. Nu.

Ton van Haperen is leraar, lerarenopleider en publicist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden