Column Peter Giesen

De politiek biedt geen perspectief voor twintigers

‘Ik ben blij dat ik niet meer jong ben’, hoor ik vaak in discussies onder vrienden, ouders van kinderen die studeren of net begonnen zijn te werken. Moordende concurrentie om goede banen, studieschulden, een aaneenrijging van flexbanen, dure kamers, onbetaalbare huur- en koopwoningen. Hedendaagse twintigers gaan later het huis uit, krijgen later een vaste baan, kopen later een eigen woning en beginnen later aan een relatie en kinderen dan hun leeftijdgenoten in 2008, bleek deze week uit een onderzoek van het CBS. Het bereiken van de mijlpalen in de levensloop wordt gemiddeld met twee tot drie jaar uitgesteld, hetgeen slechts voor een deel kan worden verklaard doordat steeds meer jongeren studeren.

De twintigers wijzen Nederland op een onaangename waarheid: achter de klinkende macro-economische cijfers over werkloosheid en staatsfinanciën gaat een grote onzekerheid schuil. En de politiek heeft die onzekerheid de laatste decennia alleen maar aangewakkerd. Nederland is kampioen flexwerk van Europa en het zijn vooral jongeren die daar last van hebben. Hetzelfde geldt voor de totaal ontspoorde woningmarkt. Zo bezien hebben samenleving en politiek de twintigers in de steek gelaten.

Natuurlijk kun je de cijfers van het CBS relativeren. Nederland is echt geen hellegat voor twintigers geworden. Met de meesten zal het best goed komen. Twintigers hebben mogelijkheden en een mentale horizon waarvan oudere generaties slechts konden dromen. De Volkskrant publiceerde deze week een interview met een ‘onzekere’ twintiger die geen vaste baan kan vinden. ‘Ik word er verdrietig van. Maar ik ga door. Al kan het ook zo zijn dat ik over tijdje m’n rugzak pak, in het vliegtuig naar Australië stap en daar op een boerderij ga werken’, zei ze.

Niettemin is er iets fundamenteels aan de hand. De naoorlogse verzorgingsstaat is gebouwd op de belofte van vooruitgang. Elke generatie zou het weer een beetje beter krijgen dan haar ouders – in elk geval niet slechter. Vorig jaar constateerden economen van de Universiteit van Tilburg dat nog maar 49 procent van de 35-jarigen beter af is dan hun ouders op die leeftijd, tegenover 54 procent in 2005. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog is een generatie slechter af dan de voorgaande, aldus de economen. Vooral jongeren uit lagere inkomensgroepen hebben moeite hun ouders te overtreffen, omdat zij meer dan gemiddeld zijn aangewezen op flexwerk.

Die onzekerheid is een belangrijke verklaring voor politieke onvrede, naast immigratie (de onvrede daarover kan overigens ook worden begrepen als de existentiële onzekerheid van witte burgers om ‘vreemdeling in eigen land’ te worden). Politiek is perspectief bieden. Onzekerheid over de toekomst behoort tot de menselijke conditie. Burgers verwachten dat politici hun de weg wijzen, een route uitstippelen die de toekomst minder angstaanjagend maakt.

Sinds de jaren tachtig hebben politici teruggewezen naar het individu. Een vrolijk volkskapitalisme zou iedereen omhoog stuwen, behalve de slampampers die het allemaal aan zichzelf te wijten hadden. De samenleving nam deze manier van denken over. ‘Succes is een keuze’, werd een gevleugelde slogan.

Sinds de financiële crisis van 2008 zijn de grenzen van deze ideologie duidelijk geworden. De vruchten van de economische groei kwamen terecht bij bedrijven, en bij een kleine toplaag die zich schaamteloos verrijkte. Gewone burgers gingen er veel minder op vooruit. Een belofte was gebroken, constateerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in 2017 in een rapport over de middenklasse: ‘Je kunt nog zo hard werken, succes is niet langer verzekerd. De gemoedsrust van het middenklassebestaan heeft plaats gemaakt voor een groeiend gevoel van onzekerheid.’

Achtereenvolgende kabinetten hebben het individu steeds meer op zichzelf teruggeworpen. De basisbeurs werd afgeschaft, studieregels aangescherpt, de arbeidsmarkt geflexibiliseerd, de sociale woningmarkt verwaarloosd, het ontslagrecht versoepeld, het vroegpensioen afgeschaft.

Toen Mark Rutte aantrad als partijleider, noemde hij de VVD ‘een partij voor iedereen die iets van zijn leven wil maken’. Een slogan die helemaal geworteld is in de ideologie van de jaren tachtig en negentig. Maar de tijden zijn veranderd. Terecht viel Rutte Thierry Baudet aan op zijn romantische Nexitfantasie, die Nederland veel schade kan berokkenen. Maar zoals zo vaak vergat Rutte in de spiegel te kijken. Als de middenpartijen geen zekerheid kunnen bieden, wordt de schijnzekerheid van het ‘baas-in-eigen-land’ aantrekkelijk. Het antwoord op de extremen is een radicaal midden dat twintigers en andere burgers de zekerheid biedt waarnaar zij verlangen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden