Essay Klimaatverandering

De planeet heeft niets aan uw opgeheven vingertje

Beeld Illustratie Zeloot

Een beter milieu begint bij jezelf? Door dat misverstand verzandt de strijd tegen klimaatverandering in groen gezever op de vierkante millimeter – en een ordinaire statusoorlog van rijk tegen arm, betoogt Koen Haegens.

‘Shell is niet van zins te verduurzamen’, zo vatte De Speld in maart schertsend het Nederlandse klimaatdebat samen. ‘Volgens de multinational heeft dat geen zin zolang D66-stemmer Jacco niet stopt met vliegen.’

De werkelijkheid doet helaas niet onder voor de satire. De klimaatverandering is het afgelopen jaar niet gestopt, maar Nederland weet nu wel dat D66-­leider Rob Jetten dol is op vliegvakanties en Ed Nijpels, voorzitter van het klimaatberaad, in een slecht geïsoleerde boerderij woont. Ondertussen spijbelden tienduizenden scholieren om hun eis van een krachtiger klimaataanpak te laten horen. Belangrijker dan dat indrukwekkende protest leek het ‘nieuws’ dat na afloop jongeren de McDonald’s zouden hebben bezocht. Een van de aanwezige journalisten wist zelfs een bekentenis af te dwingen van ‘de 13-jarige ­Haroon’. Hij had dezelfde ochtend een half uur onder de douche gestaan. Wéér een hypocriete klimaatdrammer ontmaskerd!

Het begon zo opgewekt. In 2030 wil Nederland 49 procent minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990. In 2050 moet dat zelfs met 95 procent zijn teruggebracht. Alles om de opwarming van de aarde te beperken tot onder de 2 graden, en zo overstromingen, woestijnvorming, voedseltekorten en massale ­klimaatmigratie te voorkomen.

De ­polder nam enthousiast plaats aan een reeks ‘klimaattafels’, maar al snel sloop het chagrijn in het debat. Er ontstonden terechte zorgen of de kosten van het klimaatbeleid wel eerlijk worden verdeeld. Forum voor Democratie won de provinciale verkiezingen door tegen alle feiten in te verkondigen dat de rekening 1.000 miljard euro bedraagt. En we begonnen naar elkaar te wijzen, heel veel te wijzen.

Klimaatkift

Ik heb de klimaatkift proberen bij te houden in een minidagboek. Wat opvalt is hoe die na de Haagse politiek, de grachtengordel en de krantenkolommen ook ons dagelijkse leven is binnengeslopen. Bij de spreekwoordelijke koffieautomaat, in de kroeg, op verjaardagen: overal nemen Nederlanders elkaar de maat. Ik heb discussies meegemaakt met ­buren en collega’s over wie dagelijks tien minuten onder de douche staat, graag gehaktballen eet en een houtkachel heeft. Het ging over de vraag wat erger is, en of zo’n zonde nou wel of niet wordt gecompenseerd door acht zonnepanelen op het dak of een snorrende warmtepomp. En nee, voor alle duidelijkheid: dat waren geen gezellige gesprekken.

Het goede nieuws is dat mijn logboek de laatste maanden minder voorbeelden van groen gekissebis ­bevat. Wellicht heeft dat te maken met de politiek. Aanvankelijk leek het kabinet de verantwoordelijkheid voor het klimaatbeleid af te schuiven op burgers, bedrijven en hun goede bedoelingen – met argwaan en scheve ogen tot ­gevolg.

De klimaatgids

Op vliegvakantie, een mals biefstukje, lekker lang douchen: je weet dat veel dingen die je leuk vindt, niet zo goed zijn voor het klimaat. Hoe kun je groenere keuzes maken, zonder het gevoel te hebben dat je van alles moet opgeven? ­Deze klimaatgids helpt je op weg.

Na zware kritiek is nu tóch de deur op een kier gezet voor eerlijke maatregelen die zoden aan de dijk zetten, zoals een CO2-heffing voor de industrie. Zelfs De ­Telegraaf, die eerder nog sprak van een ‘klimaatkalifaat’, moest eind juni toe­geven dat het klimaatakkoord iets minder rampzalig lijkt uit te pakken. Maar de krant voegde er meteen aan toe dat de echte pijn later komt.

Dat klopt, en daar begint het slechte nieuws. 2050 is nog ver weg. Voordat in dat jaar de klimaatstrijd beslecht moet zijn, is er eindeloos gelegenheid voor groen gemopper. Zoals van een Volkskrant-lezer uit Rijswijk, die op de brievenpagina Jesse Klaver en zijn vrouw gelukwenst met de komst van hun derde kind, om direct op te merken dat de GroenLinks-leider ‘zo wel een extra ecologische voetafdruk op deze toch al overvolle wereld’ zet. En gefeliciteerd, Jesse.

Onder dat venijn gaat een aloud politiek twistpunt schuil. Hoe verander je de wereld: begin je bij het systeem, of bij het individu? En hoeveel morele zuiverheid kun je vervolgens van die individuele idealist verlangen: mag een vleeseter geen vraagtekens zetten bij de bio-industrie, hoort een H&M-klant kritiek op uitbuiting in de kledingindustrie voor zich te houden?

De volkscommissaris en de yogi 

De Hongaars-Britse schrijver en avonturier Arthur Koestler (1905-1983) onderscheidde in een tijdens de Tweede ­Wereldoorlog verschenen essay twee ­polen. Aan de ene kant staat ‘de volkscommissaris’ – een type dat hij als oud-communist maar al te goed kende. Die volkscommissaris ‘gelooft dat alle kwalen der mensheid, hardlijvigheid en het oedipuscomplex incluis, kunnen en zullen genezen door revolutie’.

Niks praktisch idealisme in het hier en nu dus. Eerst de grote kladderadatsch. Dan, op de puinhopen van Shell en Tata Steel, bouwen we een nieuw, klimaatvriendelijk paradijs.

Tegenover de volkscommissaris met zijn systeemverandering zit, aan het andere eind van Koestlers spectrum, ‘de yogi neergehurkt’. Net als Gandhi ­gelooft die dat de weg het doel is. Echte verandering leg je niet van bovenaf op. Die moet van binnenuit komen. Stapje voor stapje.

Het was de Duitse filosoof Peter Sloterdijk die me enkele jaren geleden tijdens een interview wees op het verhaal over de yogi en de volkscommissaris. Waar zijn eigen sympathie lag, was geen ­geheim – hij verbleef een tijdlang bij de Bhagwan. De vrije mens moet ernaar streven een wezen zonder smoesjes te zijn, stelde Sloterdijk in ons gesprek. ‘Je moet zo leven dat je achteraf geen excuses nodig hebt.’ Dat een multinational besluit gewoon door te gaan met vervuilen, doet daar niks aan af. Er is altijd nog zoiets als eigen verantwoordelijkheid. En is het gepraat van de volkscommissaris over de grote omwenteling niet ook gewoon een makkelijk argument om tot die tijd passief af te wachten?

Ik vermoed dat de meeste Nederlanders tegenwoordig de yogi verkiezen. Het vertrouwen dat onze democratie grote politiek-economische veranderingen kan bewerkstelligen, is de afgelopen neoliberale decennia effectief ondermijnd. There is no alternative. In reactie op die machteloosheid klampen we ons vast aan een vals gevoel van persoonlijke controle. Aan míj zal het niet liggen. Niet voor niets luidt het grootste verwijt dat een politicus tegenwoordig kan krijgen dat hij of zij inconsequent is.

Toch is die yogi minder onschuldig dan hij oogt. Ten eerste ontbeert het een-beter-milieu-begint-bij-jezelf-denken elk gevoel voor verhoudingen. Het is als de gesprekken onder veganisten in mijn studietijd. Het vermijden van alle dierlijke producten moest nog hip & healthy worden. Zelf was ik gewoon vegetariër, in de rest van Nederland werden op dat moment volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek ruim 18,5 miljoen varkens per jaar geslacht. Maar opvallend genoeg spitsten de discussies zich toe op de allerkleinste verschillen; met sardonisch genoegen wezen we elkaar op een flinter leer in de schoenen of een ‘fout’ E-nummer.

Latte macchiato met havermelk

Zo gaat het ook in het klimaatdebat. De tien vervuilendste bedrijven van ­Nederland stoten drie keer meer CO2 uit dan alle Nederlandse huishoudens ­samen. Schiphol draagt bijna evenveel bij aan klimaatverandering als het complete vaderlandse wagenpark. Maar nee, laten we ons vooral druk maken over ­havermelk in onze latte macchiato.

Bij die lattes zit meteen het tweede ­bezwaar. De overheid heeft met de klimaattafels zoals gezegd de verantwoordelijkheid voor het klimaatbeleid proberen uit te besteden aan burgers, bedrijven en hun belangenorganisaties. Hierdoor is nog meer nadruk komen liggen op groen, ethisch consumeren, van bamboe boxershorts tot biologische thee. Dat is niet alleen hopeloos ineffectief. Het heeft het klimaatprobleem ook onderdeel gemaakt van een giftige statusstrijd. Daarin staat een zelfingenomen, ‘groene’ eco-elite tegenover een argwanende, ‘grijze’ onderklasse.

De biosnob

Dat rijke burgers zich pogen te onderscheiden van het klootjesvolk is een ­eeuwenoud gegeven. Maar de manier waarop ze dat doen, is veranderd. In haar boek The Sum of Small Things (2017) beschrijft Elizabeth Currid-Halkett, hoogleraar aan de Universiteit van Zuid-Californië, die ontwikkeling. Vroeger aten de vermogenden met gouden vorkjes, droegen dure kleren of gingen op ­vakantie naar de Franse Rivièra. Maar hoe exclusief is dat nog in onze consumptiemaatschappij, nu ook gewone stervelingen naar exotische bestemmingen vliegen en (en al dan niet nagemaakte) Gucci-tassen kopen?

Een groene lifestyle biedt uitkomst. De statusoorlog van rijk tegen arm concentreert zich voortaan op het verhaal áchter de hebbedingetjes. Kinderkleren van biologische wol, met de hand geplukt en geweven in dat schattige atelier, kosten niet alleen veel geld; ze vergen ook kennis waarover niet iedereen beschikt. Hoe het hoort, wat goed en ­verantwoord is en wat ordinair fabrieksspul. Ziedaar de geboorte van de biosnob.

De door hem bedreven, en door de overheid aangemoedigde, moralisering van het klimaatdebat is funest voor het draagvlak. Hogere inkomens kunnen zich op de borst kloppen én geld verdienen door groen te beleggen, zonnepanelen te installeren en elektrisch te rijden. De subsidie op een peperdure Tesla ­Model S kon volgens een rekensommetje de voorbije jaren oplopen tot ­meer dan 70 duizend euro. Daartegenover staan huurders en minder welgestelde huishoudens. In de eerste versies van de klimaatplannen betaalden zij onevenredig veel, terwijl ze slechts een fractie van de ondersteunende subsidies opstrijken. Is het dan gek dat alles wat naar klimaatplannen riekt, suspect wordt?

Sfeer van roddel en achterklap

De individualisering van het klimaatdebat is doorgeslagen. Ze werkt een ­weinig liberale sfeer van ­roddel en achterklap in de hand. Wie het goede voorbeeld wil geven, wekt de verdenking van uitsloverij. Wie niks kan of wil doen, voelt zich in de hoek gezet. Het pakt bovendien oneerlijk uit voor de ­lagere inkomens. Maar het grootste slachtoffer van het groene gezever op de vierkante millimeter is uiteindelijk de planeet. Terwijl wij druk zijn met navelstaren, raakt volgens wetenschappers zelfs het pragmatische doel van maximaal 2 graden opwarming uit zicht.

De waarheid is dat de yogi niet zonder een beetje volkscommissaris kan. Gelukkig is de oplossing eenvoudig: wees realistisch, verander de economie. Te beginnen met de door vrijwel alle deskundigen bepleite CO2-heffing. Niet de homeopathische versie die nu in het klimaatakkoord is opgenomen, maar een serieuze koolstoftaks die bedrijven dwingt te innoveren. Hóé ze dat precies doen, mogen ze vervolgens zelf uitmaken. Dat is het mooie van een prijsprikkel boven een subsidie of verbod.

Hoe duidelijker de spelregels zijn, hoe eerlijker de kosten worden verdeeld, hoe minder aanleiding er is voor burgers om elkaar de maat te nemen. Bekijk dus of multinationals die jarenlang miljardenwinsten hebben gemaakt ten koste van het klimaat een deel hiervan kunnen ­terugbetalen. Voer een substantiële ­belasting in op vliegen. Maak eindelijk vaart met rekeningrijden. Of beter nog: breng voor álle producten en diensten de werkelijke kosten, inclusief die voor het klimaat, in rekening. En gebruik de opbrengst van deze maatregelen om de lage en de middeninkomens te compenseren.

Geen opgeheven vingertjes meer

Ik vermoed dat het geroddel over vliegvakanties en houtkachels net zo snel zal verdwijnen als een smeltende ijskap. En ons eigen gedrag? Natuurlijk is er niets mis met consequent zijn. Kritische burgers nemen hun eigen politieke standpunten serieus en maken er voor zover mogelijk alvast een begin mee in hun eigen leven. Vooral blijven doen dus, die zonnepanelen, vegetarische maaltijden en biologische schoonmaakmiddelen. Volg de komende weken vooral alle klimaattips op de site van de Volkskrant op.

Alleen: laten we dat nou eens níét van de daken schreeuwen. Met geduldig het eigen standpunt uitleggen wanneer ­iemand daarnaar informeert, is niets mis. Maar alsjeblieft, geen opgeheven vingertjes meer.

Koen Haegens is financieel-­economisch ­journalist voor de Volkskrant. Tijdens het ­schrijven van dit artikel heeft hij twee trans-Atlantische snoepreisjes afgewezen ­(vermeden CO2-uitstoot: 6,4 ton), maar hij heeft wel drie kinderen (1.465 ton CO2, and counting).

De klimaatgids

Op vliegvakantie, een mals biefstukje, lekker lang douchen: je weet dat veel dingen die je leuk vindt, niet zo goed zijn voor het klimaat. Hoe kun je groenere keuzes maken, zonder het gevoel te hebben dat je van alles moet opgeven? ­Deze klimaatgids helpt je op weg.

Of doe de test om te kijken hoe goed je al bezig bent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden