Column Sarah Sluimer

De peuter van Sarah Sluimer krijgt boodschappen van gene zijde

Net als dieren lijken kleine kinderen soms dingen te zien die er voor de rest van ons, simpele burgers, niet zijn. Mijn moeder noemt dit ook wel ‘de magische periode’: de tijd tussen 2 en 5 waarin er een tijdelijk luikje in het hoofd lijkt open te staan dat signalen opvangt van gene zijde.

Zo heeft mijn peuterzoon een tijdje beweerd dat hij zijn overgrootmoeder ’s nachts in zijn kamertje op bezoek krijgt. Hij klonk heel overtuigend. Hij wees haar aan op foto’s en oude filmpjes en noemde haar bij haar naam. Toen ik hem vroeg wat ze dan allemaal tegen hem zei tijdens hun ontmoetingen was hij even stil, waarna er slechts een intens diep, gorgelend gepruttel uit zijn keel kwam. Hoewel zijn vader en ik daar pedagogisch verantwoord op probeerden te reageren, kwamen we van pure schrik niet veel verder dan een starre glimlach en een keer of vijfenveertig een veel te opgeruimd ‘Oké!’. De peuter was inmiddels ongemerkt in een andere kamer aan een treinbaan begonnen.

Omdat ik, daar ben ik heel eerlijk over, een zieke masochist ben, of omdat ik juist iets wilde bezweren, weet ik veel, heb ik hem daarna geleerd ‘REDRUM’ te zeggen. Vingertje erbij, alles. Ik had alleen niet verwacht dat hij deze kleine performance van extra cachet zou voorzien door zijn hoofd op zijn borst te leggen, duister omhoog te staren en een stemmetje te gebruiken dat het midden houdt tussen een van verre opgevangen radiosignaal en, tsja, een demon.

Het typetje is inmiddels, hoe luid en streng wij ook protesteren, alomtegenwoordig. En zijn repertoire is uitgebreid. Een herhaaldelijk ‘Je mag niet op mijn feestje komen’ in dat groezelige geluid valt ons momenteel non-stop ten deel. Ik zie inmiddels de filmposter in mijn dromen voor me. Witte achtergrond, een jongetje alleen. Zwarte ogen. ‘You’re not invited to my party’ in bloedrode letters. Een onmiddellijke cultklassieker, dat wel.

Een week geleden kwam hij opeens met de boodschap dat ‘opa’ (mijn overleden vader) hem had verteld dat hij van mij ‘een pastamachine moest krijgen’. Het klonk logisch. Ik wist onmiddellijk hoe mijn vader, giechelend om zichzelf, zijn jongste kleinzoon in zou fluisteren dat hij zijn moedertje een in de jaren negentig nogal populair keukenapparaat moest aftroggelen. Die avond, toen de peuter op bed lag en ik de dagelijkse speelgoeddoos van Pandora opruimde, zag ik op de iPad een YouTube-tutorial openstaan van een man die uiterst serieus pasta stond te draaien.

Toen ik de peuter de volgende ochtend keihard confronteerde met het bewijsmateriaal van zijn leugen, keek hij me met hertenogen aan, wees op de pastadraaier en zei: ‘Maar dat is toch opa?’

Vanavond eten we dus verse linguine, rechtstreeks uit de blinkende machine op het aanrecht. Iedereen die wil mag op ons feestje komen. En voor de doden zetten we een bordje extra neer. Je weet immers maar nooit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden