Column Jasper van Kuijk

De periode van de duisternis is gek genoeg ook een periode van licht in Zweden

En nu is het donker. Toch best confronterend, zo’n zonsondergang om 3 uur ’s middags. Hoewel ik het inmiddels wel weet, voel ik toch nog steeds een soort teleurstelling als het om half 3 al gaat schemeren: ‘O, dat was het alweer voor vandaag.’ En dit zijn nog niet eens de donkerste dagen, we hebben nog een paar weken te gaan tot 21 december.

Gelukkig hebben de Zweden tal van overlevingsstrategieën ontwikkeld om om te gaan met het winterse gebrek aan licht: het land staat steevast in de wereldwijde top-vijf qua koffieconsumptie per persoon, er is naast een strikt alcoholbeleid ook een zekere bedrevenheid in het illegaal stoken van alcohol, maar vooral: lampjes. De donkerste tijd van het jaar is ook de tijd van het licht. De start van de adventstijd, rond 1 december, is voor Zweden het startsein is om alles wat maar enigszins licht geeft tevoorschijn te halen en op te hangen in bomen, ramen en tuinen. En niet alleen thuis, ook scholen en kantoren hangen en staan vol met lichttrappetjes, kerststerren en ledsnoeren.

En dit is ‘extra’, want ook buiten de adventstijd hebben bijna alle huizen lampjes op de vensterbank of hangend aan het raamkozijn, wat van buitenaf een heerlijk knus beeld geeft. Zelfs de betonnen portiekwoonbunkers die je in veel Zweedse steden aantreft, worden een soort van gezellig door zo’n hele serie verlichte ramen.

De huizen zijn er ook op aangepast. Het gemiddelde Zweedse venster heeft een lichtinfrastructuur die de beheerder van een beetje eredivisiestadion jaloers maakt. In ons huis zijn er stopcontacten links én rechts van elk raam en boven het raam zitten ook nog twee aansluitingen voor hanglampjes. Dus waar in Nederland het plaatsen van mijn Zweedse lichttrappetjes altijd uitdraaide op gevloek en gescheld en gehannes met verlengsnoeren en van die plastic krammetjes die bedoeld zijn om niet te blijven zitten, was ik hier binnen vijf minuten klaar.

In Nederland heb ik het begin van de advent eigenlijk nooit zo bewust meegekregen, want dan is iedereen nog bezig met Sinterklaas. Maar dit jaar in Zweden beconcurreren de Spaanse weldoener en de start van de advent elkaar niet, want de Sint heeft laten weten dat het hem helaas niet gaat lukken om hier in Zweden bij ons langs te komen. En het is natuurlijk wel jammer dat we dit jaar niet mee mochten maken hoe onze jongens drie weken lang hysterisch van de drie S’en (spanning, suiker en Sinterklaasjournaal) door het huis vliegen. Echt, wat hebben we dát gemist.

Overigens heeft de goedheiligman wel met zijn goede vriend de Kerstman overlegd en die laatste neemt ons gezin nu voor één jaar onder zijn hoede. Dus er komen wel cadeaus, doch wat later en onder een boom. Maar voorlopig lijken onze jongens minder opgefokt te zijn dan normaal gesproken richting Sinterklaas. Hoewel, Julkalendern, de Zweedse versie van het Sinterklaasjournaal, is pas een week bezig en de traditionele kerstkoekjes en -snoep bevatten meer dan genoeg suiker, dus misschien moeten we nog even aankijken hoe de kerstgekte zich hier thuis de komende weken ontwikkelt.

Maar al hadden we hier Sinterklaas gevierd, dan nog hadden we de start van de advent moeilijk kunnen missen door de lichtexplosie die het is. En ik snap dat ze het doen. Als ik ’s avonds door het aardedonker de laatste kilometers over de plattelandsweg naar ons huis rij, zie ik in de verte al de warmte van de lampjes voor de ramen van ons huis. Door al die lichtjes worden die donkerste dagen van het jaar niet iets om te vrezen, maar om naar uit te kijken. Zonder duisternis geen licht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden