Column Sylvia Witteman

De paardenmeisjes uit mijn jeugd waren alles wat ik niet was

Omdat de boog niet altijd gespannen kan zijn, kocht ik bij de sigarenboer het blad Penny. ‘Voor pony en paard!’ is de ondertitel. Flagrante onzin, want pony’s en paarden kunnen helemaal niet lezen. Als ze het wél konden zouden ze trouwens liever de Allerhande lezen, ten eerste omdat die gratis is, en ten tweede omdat die, vooral in januari, barstensvol staat met geile foto’s van groente (en dan maar hitsig hinnikend bladeren, met die hoef).

Nee, de Penny is niet voor paarden, maar voor paardenméísjes. Er staan er twee op het omslag: een jaar of 10 oud, in spijkerbroek, met frisse, make-uploze gezichtjes, de armen om de nek (o nee, ‘hals’ moet je zeggen) van een koffiekleurige knol geslagen.

‘O, de Penny!’ riep mijn dochter, 21. ‘Die heb ik vroeger heel veel gelezen bij een vriendin thuis! Het gaat altijd over een arm meisje dat een verwaarloosd paard vindt in een bos of zo, en dan verzorgt ze hem heel goed, en dan blijkt dat paard eigenlijk van een gemeen, rijk meisje te zijn, et cetera, en het eindigt er altijd mee dat het arme meisje het paard mag houden en dat dat paard een of andere wedstrijd wint.’

Ik heb pijnlijke herinneringen aan de paardenmeisjes uit mijn jeugd. Die waren alles wat ik niet was: rijk, mooi, spontaan, goedlachs, ze hadden leuke kleren en een moeder die friet bakte op woensdagmiddag. En een paard, het zij in hun eigendom, hetzij als ‘verzorgpaard’. Ze praatten over die dieren alsof het lieve, maar moeilijke mannen/kinderen waren. ‘Emir was erg overgevoelig vandaag en kon zich niet goed concentreren’ of ‘Jewel voelt zich een beetje onderschat en heeft veel aandacht nodig’.

Dat brengt ons op de oude vraag: waarom zijn jonge tienermeisjes zo dol op paarden? Freud wist het wel: penisnijd. Dat grote, sterke paard tussen haar benen geeft haar de macht waar ze zo naar smacht. (Het is maar goed dat hij de liefde van jonge meisjes voor eenhoorns niet meer mee heeft hoeven maken, dan was hij stellig ontploft van opwinding.) Freuds dochter Anna, die nota bene zelf graag paard reed, was het in grote lijnen met haar knotsgekke vadertje eens: al voegde ze eraan toe dat het verzorgen van een paard, wat meisjes zo graag doen, valt te verklaren uit een natuurlijke neiging tot moederschap. Nou ja, de werkelijkheid zal wel iets zijn met evenwicht zoeken tussen vrijheid en gebondenheid. Of zo. Die paarden zal het sowieso worst wezen. (A propos: als iemand nog een slager weet waar ze echt lekkere paardenworst verkopen, dan hoor ik het graag.)

Intussen lees ik, al bladerend in de Penny, een stripverhaal over een dom meisje dat een paard stiekem taartjes voert waarna het arme beest natuurlijk doodziek wordt. (Het loopt goed af.) Daarna lees ik een stripverhaal over een meisje dat een droge stal zoekt voor haar paard dat ziek is geworden in een natte stal. In de verste verte geen droge stal te bekennen, natuurlijk. (Het loopt goed af.). Pin-upposters van paarden. Een moppentrommel, toepasselijk ‘Melig!’ geheten. (‘Twee paarden galopperen over het strand. Ineens roept het ene paard ‘Pas op! Kwal!’ ‘Nou zeg’, briest het andere paard. ‘Dat is toch ook niet aardig!’) en een lang, droevig verhaal over ‘Xaffier, de onverkoopbare verzorgpony’. (Het loopt goed af: ‘Echt waar? Mag ik hem hebben?’ stamelt Shelly, huilend van blijdschap.’)

Nee, in het echte leven gaat alles heel anders. Maar daar komen ze gauw genoeg achter, die meisjes van 10.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden