Column Aleid Truijens

De ouders en leerlingen, niet de leraar, zijn de baas

Meester F., van de zesde, was een sadist. Hij haatte kinderen. Als je kletste, niet oplette of iets doms zei, kreeg je een houten bordenwisser naar je hoofd. Omdat elk kind dagelijks een van deze vergrijpen pleegde, kwam je vanzelf aan de beurt. Het deed gemeen pijn. Het ergste was zijn satanische schaterlach wanneer je, na een panische, vergeefse duik onder tafel, geraakt werd. De klas lachte schaapachtig mee, doodsbenauwd.

Gelukkig had ik meester F. maar een paar weken, toen mijn eigen lieve juf, met haar te zachte stem, ziek was. Ze kwam nooit meer terug. Ziekte treft altijd de verkeerde. F., met zijn inktzwarte ziel, werd stokoud.

Gelukkig had ik een moeder die, als ik met een ei op mijn hoofd thuiskwam, niet de straf nog eens overdeed, zoals andere ouders. Ze vervloekte meester F. Zoals ze ook de straatkinderen vervloekte die ons, bange stuudjes, pestten of verrot schopten. Dan ging ze op hoge poten naar hun ouders en eiste excuses. Maar klagen bij een onderwijzer – nee. Zo’n man belichaamde het gezag.

Als ik leerkrachten mag geloven is het nu precies andersom. De ouders en leerlingen zijn de baas. De verwende koningskinderen, die thuis nooit kritiek of nee te horen krijgen, zouden bij elke vermeend onheuse bejegening klagen. Bij een berisping of een te laag cijfer sturen ze hun ouders, hun lakeien, naar school om de leraar, in het bijzijn van de directie, tot de orde te roepen. Waarbij de directie steevast de klager gelijk geeft, excuses aanbiedt en de leraar op het matje roept.

Het zal niet altijd zo gaan. Er bestaan schooldirecteuren die niet met bibberende knietjes ouders benaderen en rustig hun beleid uitleggen. Maar als ook maar een kleine groep ouders en een deel van de schooldirecties zo reageert, lijkt mij dat een goede reden om niet in het onderwijs te werken.

Natuurlijk moet iedereen, leraren, leerlingen, ouders en conciërges, zijn handen thuis houden. Wie fysiek geweld gebruikt, moet weg. Geen meesters F. meer. Maar wie beschermt de leraar tegen aantijgingen?

Ook ik heb gretig het filmpje aangeklikt waarop te zien is hoe Gerrit Keeman, onderwijsassistent op een vmbo, een leerling die hem had aangevallen ‘bij zijn nekvel grijpt’ – nou ja, met een hand in zijn nek het lokaal uitduwt. Fysiek geweld kan ik het niet noemen. Je ziet een getergde man, je hoort het hoongelach van de klas. Niet te zien is hoe de jongen een kruk tegen de schenen van de man aangooide en hem voor ‘schijnheilig’ uitmaakte.

De reflex van de school was voorspelbaar: klagende ouders gelijk geven, werknemer schorsen. Dit om reputatieschade, die leidt tot minder inschrijvingen, te voorkomen.

Kennelijk vallen leraren niet in het rijtje hulpverleners, politie en ambulancepersoneel, die onvoorwaardelijk bescherming verdienen. De school kan zich gedragen als een bedrijf, dat is de weeffout. Niet de werknemer wordt beschermd, maar de klant is koning.

Inmiddels heeft de school Keeman excuses moeten aanbieden. Dat ging met de gebruikelijke smoezen: het was geen echte schorsing, het was een communicatiefout. In werkelijkheid was het verontwaardigde geloei op de sociale media zo luid dat de school wel moest inbinden, om nog meer reputatieschade te voorkomen.

Is het zo moeilijk om op school regels te stellen voor fysiek en verbaal geweld, en voor het maken en online zetten van filmpjes, met vaste consequenties bij overtreding? En die regels ook handhaven? Kennelijk wel, maar op sommige scholen lukt het. Een school zonder agressie. Leerlingen en leraren voelen zich daar een stuk prettiger.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.