Opinie

De Oude Heer en de Vluchteling - Een waar gebeurd Kerstverhaal

Je zou iedere individuele vluchteling toewensen, juist in deze tijden, dat hij kennis maakt met een Nederlander die gewoon datgene doet wat nodig is.

Levende kerststal in Amersfoort, 2011 Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De moeder ontvluchtte met haar vier kinderen het geweld in Koerdistan. Opa had haar kudde schapen en alle andere bezittingen verkocht, zodat ze de lange reis en de mensensmokkelaars zou kunnen betalen. Na een zware tocht in dichte vrachtwagens en met treinen en bussen kwamen ze uiteindelijk in Nederland aan.

De vader, die in de lokale Koerdische politiek actief was, zou twee jaar later volgen zodra hij was vrijgelaten uit de Turkse gevangenis. Na een verblijf van een half jaar in verschillende azc's kreeg de moeder een woning toegewezen in een dorp aan de rand van de Veluwe.

Een eerste kennismaking met Nederland waren de oprotbriefjes die ze in hun brievenbus vonden, afkomstig van boze dorpsgenoten die zich bedreigd voelden door deze Koerdische moeder met haar vier kinderen. De vrijwilligers van Vluchtelingenwerk probeerden tevergeefs om dit aan de familie uit te leggen.

De oudste zoon van 14 werd in een klas van de lokale middelbare school geplaatst. Hij wist als Vluchteling niets van Nederland, van de taal, van de cultuur, van de geschiedenis, van de gebruiken en tradities; helemaal niets. Net als z'n broertje, zusje, ouders, en alle andere vluchtelingen.

De Oude Heer

De Oude Heer woonde in hetzelfde dorp. Hij had bij z'n huis een hoekje bos dat hij vanwege z'n gevorderde leeftijd niet meer zelf kon onderhouden. Tegen passende vergoeding wilde de Vluchteling hem graag daarbij helpen, om zodoende wat geld te sparen om later rijlessen te kunnen nemen en een Nederlands rijbewijs te kunnen halen.

In de koffiepauze van het werk aan het bos vertelde de Vluchteling aan de Oude Heer en z'n partner over de vlucht van de familie uit Koerdistan, over de aanpassingen aan Nederland, aan het Nederlandse leven en aan de Nederlanders.

De Oude Heer corrigeerde enigszins streng de gebrekkige taalbeheersing van de Vluchteling. Die laatste besefte heel goed dat hij, vergeleken met z'n leeftijdgenootjes, een tandje extra zou moeten bijzetten om hier te slagen. En de Oude Heer besefte, dat de Vluchteling alleen kon slagen als hij hulp krijgt van iemand die hier al langer woont.

En de Oude Heer deed wat hij in z'n lange leven altijd al had gedaan: als student in verzet tegen de bezetter, als vader van vijf kinderen, als werkende met een volle baan met onderzoek- en onderwijstaken, als verantwoordelijke Nederlander: hij deed datgene, wat nodig was.

In die jaren vroeg tijdens een theepauze de Oude Heer eens aan de Vluchteling: 'Wat wil je later worden?' De Vluchteling was daar nog helemaal niet mee bezig. Hij was als puberende jongeman al blij als hij elke dag overleefde in de chaotische maalstroom van nieuwe impressies en leermomenten.

Politie

Tijdens een ruzie op het schoolplein sprong de Vluchteling een keer tussenbeide om de twee kemphanen te scheiden. Z'n mentor op school vroeg hem na dat voorval: 'Is een baan bij de politie niet iets voor jou?' Nou, dat lag allerminst voor de hand. De Vluchteling had in z'n jeugd heel slechte ervaringen opgedaan met de Turkse politie in Koerdistan.

Maar de Oude Heer vertelde hem over de plaats en de rol van de politie hier in Nederland, en dat klonk eigenlijk heel interessant. De Oude Heer vroeg hem toen: 'Aan welke eisen moet je bij de politie bij een sollicitatie voldoen, wat betreft vooropleiding en diploma's, fysieke conditie, taalbeheersing, wetskennis, maatschappijbegrip, en dergelijke?' De Vluchteling wist dat vanzelfsprekend niet, en z'n ouders konden hem daar natuurlijk ook niet bij helpen.

Toen de Vluchteling een volgende keer weer arriveerde om te helpen met het bos, bleek dat de Oude Heer z'n auto had klaargezet. 'Ik heb een afspraak gemaakt met de politieacademie zodat we samen met hen eens kunnen uitzoeken wat jouw mogelijkheden in deze richting zijn. Stap maar in.'

Jaren later verhuisde de inmiddels hoogbejaarde Oude Heer naar een verzorgingshuis. Als afscheid werd in een restaurant niet ver van z'n woning een lunch geserveerd voor buren en bekenden om afscheid te nemen. Plotseling kwam een grote politieauto de oprit oprijden.

Handkus

Een politieman in vol ornaat stapte uit en liep met kordate pas naar binnen. Hij gaf de Oude Heer een handkus: in Koerdistan is dat een gebaar van respect en waardering.

Vanuit z'n rolstoel keek de zichtbaar ontroerde Oude Heer z'n jonge vriend aan. Z'n gevoel voor humor had hem nog niet verlaten: 'Vertel eens, wat betekenen al die strepen op je epauletten? Je hebt als rangen bij de politie toch agent, agent, agent en agent?'

De Vluchteling van destijds, inmiddels Nederlands politiefunctionaris, plaagde onmiddellijk terug: 'Dat ziet U echt helemaal verkeerd, meneer. Je hebt surveillant, agent, hoofdagent, brigadier, enzovoort!

Tikkend op z'n schouders vervolgde hij: 'En let op meneer, over twee weken komt er nog een streep bij, als ik Hoofdagent van Politie word!'

De Oude Heer in z'n rolstoel kon het plagen niet laten: 'Ooh, dus tegen die tijd moet ik U tegen je zeggen?' De Vluchteling grijnsde: 'Dat zou ik maar doen, meneer!'

Onze Vluchteling van destijds ontwikkelde zich in die jaren als specialist bij de politie in cultuurgerelateerde zaken zoals eer-kwesties, met expertise in het oplossen van conflicten tussen verschillende culturele en religieuze groepen en personen. 'Dat lukt veel beter als bij hen een politieman naar binnen komt die een achtergrond heeft die ze herkennen. Ik begrijp bovendien vaak hun taal, hun emoties en gebruiken', vertelde hij aan de Oude Heer.

Nog een paar jaar later overlijdt de Oude Heer op hoge leeftijd. Tijdens de crematieplechtigheid werd het woord eerst gevoerd door enkele van zijn kinderen, met als laatste spreker een Brigadier van Politie met een Koerdische achtergrond.

Het werd de aanwezigen in de volle zaal al snel duidelijk dat de vriendschap die hij beschreef, tussen een jonge man en een oude heer, voor beiden heel belangrijk was. Maar deze vriendschap was misschien nog belangrijker voor ons land als geheel, omdat het aan iedereen duidelijk maakte dat nieuwe inwoners een grote aanwinst kunnen zijn als wij erin slagen ze met open armen te ontvangen en in ons midden op te nemen.

Je zou dus iedere individuele vluchteling die in ons land mag blijven, toewensen, juist in deze tijden, dat hij kennis maakt met een verantwoordelijke Nederlander die ook, net als de Oude Heer destijds, gewoon datgene doet, wat nodig is.

Maurits Pekelharing is klinisch chemicus.
Veli Orkman is werkzaam bij de nationale politie.

De Oude Heer en de Vluchteling Beeld .
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden