De opstand van de frontsoldaten

Er is een politiek klimaat ontstaan dat de werkers in de collectieve sector aanmoedigt te strijden voor verbetering van hun arbeidsvoorwaarden. Ga er maar aanstaan, Balkenende.

Agenten, leraren, hulpverleners, artsen, rechters, loketpersoneel, buurtwerkers: het zijn de frontsoldaten van de staat die hun al jaren openstaande rekeningen komen vereffenen. Honderden miljoenen euro’s trekken minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken en Bos van Financiën uit om de politieagenten in de lagere salarisschalen tegemoet te komen.

Of het voldoende zal zijn om verdere acties te voorkomen, is nog maar de vraag. De politiebonden blijven het eindbod van de regering onvoldoende vinden. Intussen maken leraren en werkers in de thuiszorg zich op om in actie te komen.

Het was zes jaar geleden Pim Fortuyn die als eerste aandacht vroeg voor de onherbergzame collectieve sector, waar de consument moest accepteren wat er geboden werd en het uitvoerende personeel zijn greep op de eigen functie-uitoefening had verloren. Fortuyn signaleerde in de marktsector een enorme democratisering: niet alleen was daar de klant koning, ook de werknemer had in de postindustriële diensteneconomie alle mogelijkheden zijn creativiteit uit te leven.

De collectieve sector leefde volgens Fortuyn daarentegen nog in de tijd van de industriële economie. De mensen aan het bed, op straat en voor de klas waren veroordeeld tot lopende-bandwerk in grootschalige, anonieme onderwijs-, politie- en zorgfabrieken.

Fortuyn in 2002 in een interview met deze krant: ‘Er is heel veel sabotage in de gezondheidszorg, in het onderwijs en bij de politie. Je kunt dat de mensen niet erg kwalijk nemen. Want een arbeidsorganisatie is ziek als mensen dat gaan doen. Het kleinbedrijf komt niet verder dan drie procent ziekteverzuim. Het grootbedrijf zit rond de 7 procent. En dan kom je in de collectieve sector en daar is het 10, 15 procent. Dat is sabotage, dat kan niet anders.’

Het hoge ziekteverzuim en de instroom in de WAO uit de collectieve sector werden dus door Fortuyn gezien als passief verzet tegen slecht leidinggeven en Verelendung van de arbeidsomstandigheden. De oplossing lag volgens Fortuyn niet in de eerste plaats in hogere lonen voor de infanterie van de verzorgingsstaat. De voorman van (op dat moment) Leefbaar Nederland pleitte voor kleinschaligheid in het onderwijs en in de zorg. Het uitvoerende personeel moest de controle over de eigen werksituatie terugkrijgen. Weg met de circulaires en de vergadercultuur! Weg met de bemoeizuchtige managers, de organisatie-adviseurs en de onderwijsvernieuwers!


Het punt van Fortuyn werd overgenomen door de geestverwante PVV van Wilders. Maar het was de Socialistische Partij van Marijnissen, die zich ontpopte als de belangrijkste bondgenoot van de mensen op de werkvloer in de collectieve sector. De klachten van de werkers en gebruikers werden (en worden) verzameld, acties op touw gezet en vertaald in politieke interventies. In tegenstelling tot Fortuyn wil de SP de collectieve sector wel fors uitbreiden.

Voor de SP bleek de aandacht voor de frontsoldaten van de collectieve sector een lucratieve diepte-investering. Het leverde niet alleen leden en kiezers op, maar ook een vergroting van de invloed van SP-kaders in de vakbeweging. De bonden in de collectieve sector zijn zo strijdbaarder geworden en minder geneigd tot het sluiten van compromissen met hun werkgevers.

Om verdere politieke erosie te voorkomen, is ook de Partij van de Arbeid geneigd de mensen aan het bed, op straat en in de klas tegemoet te komen. Zo zit er bij minister Plasterk voor de onderwijsgevenden nog een aanzienlijke salarisverbetering in het vat.
De meest originele bijdrage aan de discussie over de onvrede onder de werkers in de collectieve sector kwam uit een andere hoek. Drie jaar geleden verscheen een speciale uitgave van Christen-Democratische Verkenningen, het tijdschrift van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA, onder de titel Beroepszeer.

De samenstellers, Gabriël van den Brink, Thijs Jansen en Dorien Pessers, constateerden dat de werkmotivatie van de mensen in het onderwijs, de politie, de rechtspraak, de zorg en het welzijn enorm te lijden had onder het feit dat zij door hun superieuren werden geminacht en gedegradeerd van zelfstandige professionals tot uitvoerders. Beroepseer en beroepstrots zijn essentieel voor het welbevinden van de beroepsbeoefenaar. Die wil zijn of haar werk zelf indelen, zelf verantwoordelijkheid nemen, maar daarvoor ook de waardering oogsten.

Maar in de plaats daarvan was er een enorme geringschatting van vakmanschap door de managers. De status van het werk werd hoger naarmate het verder afstond van de productie op de werkvloer. Het aantal managers, staffunctionarissen, onderzoekers en adviseurs is in de publieke sector in drie decennia vertienvoudigd. Deze ‘nieuwe nomenklatoera’ werkte sterk demotiverend vanwege de cultuur van wantrouwen die zij in de sector introduceerde.

De auteurs namen de analyse van Fortuyn over dat sprake was van ‘ontmoedigende dwangsystemen’ die gemodelleerd waren naar het industriële model.

Inmiddels heeft ook VVD-leider Mark Rutte zich bekeerd tot supporter van de frontsoldaten van de verzorgingsstaat. In het onderwijs kreeg het zelfbewustzijn van de leraren een geweldige impuls door het rapport van de commissie-Dijsselbloem, dat afrekende met de onderwijsnomenklatoera.

Zo is er een politiek klimaat ontstaan dat de werkers in de collectieve sector aanmoedigt te strijden voor verbetering van hun arbeidsvoorwaarden. Bovendien tekent zich een structureel tekort aan leraren, zorgpersoneel en politiemensen af. De pacificatie van de opstand van de frontsoldaten van de publieke sector wordt de belangrijkste uitdaging voor het vierde kabinet-Balkenende.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden