Column Willem Vissers

De opmars van Kiki Bertens is een zege op paniekaanvallen, faalangst

Haar gil is meesterlijk, na de zege in twee sets op Simona Halep in Madrid. Even geklokt: de catharsis ‘jaaaaaaa’ duurt een tel of vier. Ogen even sluiten, spieden naar de tribune, ontlading in de lach, omhelzing met Halep en met coach Raemon Sluiter. De hele, heerlijke louterende riedel van winnen.

De opmars van Kiki Bertens tot op drie na beste tennisser van de wereld, terwijl ze nog lang niet klaar is met haar verovering, is ook een zege op faalangst. Op paniekaanvallen. Op chaos in het hoofd. Hoe vaak zat ze niet betraand in de hoek, geslagen en verslagen omdat ze ook van zichzelf verloor en het gewoon niet meer wist.

Als junior gaf ze geregeld over van de spanning. Wat is dan nog leuk aan topsport? Ze wilde een paar jaar geleden stoppen met tennis, want ze had genoeg van paniekaanvallen en faalangst. Kijk in boeken of op websites hoe je van faalangst kunt afkomen. Overal zijn tips te vinden: ‘Je MOET fouten maken.’ MOET met vier hoofdletters.

Of: ‘Je bent fantastisch, met of zonder faalangst.’ Of: ‘Wees lief voor jezelf.’ Het is goed bedoeld, maar de praktijk is weerbarstig. Bertens leerde beter bewegen. Ze doet aan yoga. Ze is topfit. Haar slagenrepertoire is ruim. Ze heeft alles om de beste te zijn. Ze moest alleen leren geloven in zichzelf, zoals miljoenen mensen op de wereld leren geloven dat ze iets goed kunnen: schrijven, schilderen, aardig zijn, wat dan ook.

Ze klom op de lijst van de besten. Elfde, toptien. Maandag zal ze zich terugvinden als vierde van de wereld. Beter dan Betty Stöve, al bijna uit de oudheid van het tennis. Eindelijk weer een Nederlandse vrouw in de absolute wereldtop, in een zwaar metier, want dat is het, zeker in mentale zin: vrouw met tas vol rackets trekt de wijde wereld in. Ze was al een tijd goed, maar deze vierde plaats is uniek, zeker zo vlak voor Roland Garros, op haar favoriete ondergrond. Ze kan de druk nu aan, vermoedelijk. Wat niet wil zeggen dat ze wint natuurlijk.

Raemon Sluiter is haar coach. Het was onbevredigend dat hij won bij de laatste sportverkiezing van het jaar, als coach, en zij niet, als speler. Eens zal zij ook winnen. Mooi was het beeld tijdens de finale in Madrid, toen de winst zich aftekende. In een pauze zei Sluiter, gehurkt naast haar: ‘Dat waren gewoon hele goede games. Meer kan ik er niet van maken.’ De eerste zin is een compliment. De tweede zin hoort eigenlijk bij een slechte prestatie. Maar ‘meer kan ik er niet van maken’ is hier juist bedoeld als superlatief, omdat de zinnen zo onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Sluiter zegt eigenlijk: het is geweldig wat je doet. Mede daarom passen ze zo goed bij elkaar: de coach die zelfverzekerd was als speler, die best goed was maar niet heel goed. De pupil met te weinig zelfvertrouwen door de jaren heen, maar met meer talent. Zo versterken ze elkaar. Het is bijna een levensles.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden