Column Stephan Sanders

De open blik is in Nederland en trouwens overal in de wereld een uitstervend fenomeen aan het worden

De eerste reactie is: ‘Bemoei je er niet mee’. Of nog duidelijker: ‘Bemoei je met je eigen zaken.’ Het gebeurt al in het klein, als je even tegen het verkeer inrijdt, want dat is de kortste weg of al fietsend op de stoep. Bijna botsing met voetgangers. Word je er door de ander op gewezen, dan is de reactie vaak defensief. ‘Wie ben jij om mij de les de lezen?’ Die jij is de ander en soms heeft zo iemand domweg gelijk. Maar dat ter plekke toegeven voelt als eerverlies.

Het is dus niet verwonderlijk dat die zelfverdedigingsimpuls nog groter is wanneer het om een heel land gaat. Komt een mevrouw overgevlogen uit Los Angeles, als speciale VN-rapporteur om de Nederlanders te wijzen op hun tekortkomingen. Tendayi Achiume, hoogleraar rechten, onderzocht discriminatie en ­racisme in dit land en was niet onverdeeld positief. Ja, zij prijst de komst van ‘roetveegpieten’ ter vervanging van ‘de dehumaniserende en stereotiepe’ figuur van Zwarte Piet. Maar daarnaast hekelt ze het verbod op gezichtsbedekkende ­kleding als een boerka of nikab.

Vrouwen mogen die wel op straat dragen, maar niet in bijvoorbeeld ziekenhuizen of het openbaar vervoer. De rapporteur stelt: ‘Er is geen plaats voor deze wet in een land dat opkomt voor gelijkheid tussen man en vrouw.’

Heeft zij gelijk of toch in ieder ­geval een punt?

Eerst even dit. De primaire reactie: ‘Bemoei je er niet mee, dit zijn onze eigen zaken’ is niet zo sterk. Het is namelijk precies wat de Chinese regering zegt wanneer het over de protesten in Hongkong gaat of de werkelijk dehumaniserende behandeling van de Oeigoeren in de ‘heropvoedingskampen’. Wie eenmaal accepteert dat marteling, racisme, en massale internering geen lokale ­gebruiken zijn, maar getoetst moeten worden aan internationale standaarden, kan kritiek van buiten niet zomaar opzij schuiven. Wij vinden niet dat de Oeigoeren in eerste plaats eigendom zijn van de Chinese staat, wij vinden dat zij eerst en vooral vallen onder de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

En toch: volgens mij heeft de VN-rapporteur geen gelijk als ze zich uitspreekt over het Nederlandse ‘boerkaverbod’ en zeker niet wanneer ze haar kritiek in een adem noemt met ‘de gelijkheid tussen man en vrouw’.

Beweegredenen

De vraag of een vrouw zich geheel vrijwillig hult in nikab of boerka is eindeloos. Beweegredenen zijn nooit precies te scheiden in ‘persoonlijk’ of ‘sociaal wenselijk’. Maar het effect van de boerka op de ­samenleving als geheel is onmiskenbaar.

De nadruk in de wet ligt niet op de boerka, maar op gezichtsbedekkende kleding. Aukje van Roessel formuleerde het goed in De Groene ­Amsterdammer: ‘Het (…) verbod gaat over de Nederlandse waarde van ­elkaar in de ogen kunnen zien.’ Een ‘open samenleving’ zoals de onze vraagt om een open blik. Ik kan ook nog de Frans-Joodse filosoof Emmanuel Levinas noemen (1906-1995) die benadrukte hoe belangrijk de ervaring van ‘het gelaat van de ander’ was voor zijn religieus humanisme. Je moet elkaar dan wel kunnen zien, ‘de blik van de ander’ moet niet zijn afgeschermd of vernauwd tot een spleet.

In die zin betekent de boerka, net als de integraalhelm, suiker in de benzinetank van het sociale verkeer. De blik van verstandhouding wordt onmogelijk gemaakt en daarmee neemt het collectieve vertrouwen af.

(Vandaar bijvoorbeeld, dat fietsers op de stoep jou als voetganger ook nooit aankijken. Ze willen zich niet betrapt weten.)

Die open blik van mensen in tram of trein of waar dan ook, die elkaar zien en misschien ook nog eens daadwerkelijk ‘ontmoeten’, zoals dat plechtstatig heet, is in Nederland en trouwens overal in de wereld een uitstervend fenomeen aan het worden. Dat ligt niet zozeer aan de salafistische islam, maar aan Apple en Samsung en de alomtegenwoordigheid van de smartphone. De blik van de mensen, op straat, in het verkeer, is geloken, want zij moeten op hun telefoon kijken, de route volgens, WhatsApp checken. Nederland is in een paar jaar tijd een land geworden waar de mensen hun ogen neerslaan: het cliché van de bedienden in voormalig Nederlands-Indië. Mij valt het op, want ik heb niet zo’n ding.

De open blik en de smartphone: kritische rapportage graag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden