Column

De oorlogsfotograaf is net een mens. En een held

Op de voorpagina van NRC Handelsblad stond gisteren een foto van Jeroen Oerlemans, de fotograaf die zondag om het leven kwam in de Libische stad Sirte. Het was een foto van een huilende jongen met een stapeltje boeken in zijn hand, na een bombardement op de stad Tyrus in Libanon, in 2006. Je ziet vernietiging, maar vooral hoop die de grond in is geboord en een toekomst die net zo kapot is als de gebouwen op de foto.

Jeroen Oerlemans in de Libanese hoofdstad Beirut, 2006.Beeld anp

Een beeld is soms zo rauw verhalend, dat het met geen duizend woorden valt te overtreffen. Tegen een verhaal kun je je verdedigen, een goede foto maakt weerloos.

Oerlemans werd doodgeschoten toen hij een straat overstak. De kogel vond precies het gaatje in het kogelwerende vest dat hij nodig had om de fotograaf te doden.

Tekst gaat verder onder de Tweet.

Op 21 april 2011 was Oerlemans, samen met een andere oorlogsfotograaf, Jan-Joseph Stok, bij DWDD. Een dag eerder waren in de Libische stad Misrata twee beroemde oorlogsfotografen omgekomen bij een mortieraanval, Tim Hetherington en Chris Hondros. 'Dit is het risico van het vak', zei Oerlemans, 'Je denkt altijd dat het jou niet zal overkomen.'

Je staat er niet altijd bij stil wanneer je een foto ziet die je onmiddellijk naar de voorste frontlinie van een conflict brengt, maar toch is het zo: iemand heeft hem genomen. Een persoon die zich in minstens zulke riskante omstandigheden heeft bevonden als de mensen die hij vastlegde.

De lijst van omgekomen oorlogsfotografen is lang. De fotograaf kan zich niet verschuilen als hij de werkelijkheid wil vastleggen. Hij moet de camera richten op zijn object, zoals de sluipschutter dat doet op het zijne. De schrijvende journalist kan besluiten afstand te houden, maar als de fotograaf dat doet heeft hij geen foto. Hij moet dichtbij komen, gevaarlijk dichtbij; een kogel draagt verder dan het beeld.

Waarom doet de oorlogsfotograaf het? Eddy van Wessel, die binnenkort weer afreist naar Syrië, zei gisteren bij DWDD: 'Je doet wat je bent.' Oorlogsfotograaf is geen vak, zei hij, maar een roeping. 'Je moet het doen. Je bent het geweten van de samenleving.' Hij zei ook: 'Het bloed kruipt waar het niet gaan kan' - risico's nemen is lekker en verslavend.

Jeroen Oerlemans vond dat geen enkele foto het waard is om voor te sterven. Dat zal elke fotograaf in risicogebieden beamen. En toch zijn er elke dag honderden aan het werk, in het volle besef dat hun volgende foto de laatste kan zijn en dat de prijs ervan dan hun leven is. Hun bescherming is de illusie van hun eigen onkwetsbaarheid; de kogel is altijd voor iemand anders. De oorlogsfotograaf is net een mens.

De oorlogsfotograaf maakt deel uit van de informatieindustrie. Hij produceert de beelden die aan de ontbijttafels van het Westen even voor een huivering zorgen. Hij reist van brandhaard naar brandhaard, want de nieuwsconsumenten zijn snel verveeld. Dat is de cynische kant van het vak.

Soms zorgt een foto die met gevaar voor eigen leven is genomen ervoor dat de geschiedenis een andere loop krijgt - waardoor je bijna zou kunnen gaan denken dat een foto het tóch waard is om voor te sterven. Maar zo'n foto had Jeroen Oerlemans in Sirte niet gemaakt.

Het is goed dat er altijd weer mensen zijn die voorkomen dat ellende wordt verdoezeld en die erop afgaan met hun camera - of hun aantekenblokje. Helden zijn het.

Arno Haijtema schreef gisteren in de Volkskrant dat Oerlemans geen mooie foto's maakte, niet uitblonk in compositie en zich niet onderscheidde door poëtische beelden. Hij liet ons de vuile kant van de wereld zien, en dat hoeft niet mooi.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden