Commentaar Euthanasiezaak

De ontwikkeling die Els Borst voorzag, en die anderen vreesden, heeft zich niet voorgedaan

De ontwikkelingen in de euthanasiezaak brengen geen rust aan het front.

Oud-D66-minister Els Borst. Beeld ANP

Toen Els Borst, toenmalig minister van Volksgezondheid, in 2001 de aanvaarding van de euthanasiewet begroette met de (omstreden) woorden ‘het is volbracht’, verkeerde zij in de veronderstelling dat de wet zou meebewegen met de tijdgeest. Dat zou —  hoopte zij — betekenen dat op enig moment ook minderjarigen of mensen die hun leven ‘voltooid’ achten er een beroep op zouden kunnen doen. Die elasticiteit had de wetgever doelbewust aangebracht. Om te voorkomen dat de wet voortdurend aan veranderende inzichten zou moeten worden aangepast.

De ontwikkeling die Els Borst voorzag, en die anderen vreesden, heeft zich echter niet voorgedaan. Aan ‘de randen van de wet’ is weliswaar enige ruimte ontstaan voor dementiepatiënten, psychiatrische patiënten en mensen ‘met een stapeling van ouderdomsklachten’, maar deze gevallen zijn met veel aarzeling omgeven. Die aarzeling leeft in de eerste plaats bij de artsen, wier ‘comfort’ door de euthanasiewet moest worden gewaarborgd. Zij zijn eerder geneigd tot een precieze dan een rekkelijke uitleg van de wet al was het maar om bij patiënten met een stervenswens en hun familie de misvatting weg te nemen dat euthanasie een recht is voor de aanvrager en een plicht voor de uitvoerder.

Desondanks heeft het OM gemeend een verpleeghuisarts te moeten vervolgen die naar zijn oordeel onzorgvuldig had gehandeld bij de euthanasie van een 74-jarige dementiepatiënt (die haar wilsverklaring niet langer kon bekrachtigen). In zekere zin werd daardoor de praktijk uit de jaren vóór de totstandkoming van de euthanasiewet hersteld: de verlening van euthanasie moest achteraf door de rechter worden gesanctioneerd.

Dat de verpleeghuisarts is ontslagen van rechtsvervolging, betekent niet dat nu de betrekkelijke rust rondom de euthanasiepraktijk is hersteld. Zo is het nog maar de vraag of de strijdbare procureur-generaal Rinus Otte afziet van hoger beroep. Maar zelfs als het vonnis in deze zaak standhoudt, wordt niet de spanning weggenomen tussen terughoudende artsen enerzijds en pleitbezorgers van een ruimhartige wetsinterpretatie anderzijds. Mogelijk neemt die spanning zelfs toe, juist omdát de laatsten het vonnis als een enorme opsteker hebben begroet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden