Ombudsman Jean-Pierre Geelen

De Ombudsman, Jean-Pierre Geelen, schrijft zijn laatste rubriek

Na twee jaar zit de ambtstermijn van deze ombudsman erop. Heeft het enige zin gehad? Een terugblik, en een toekomstvisie.  

Is dit de laatste bijdrage van de ombudsman? In elk geval is het mijn laatste (over de toekomst van het instituut later in dit stuk). En omdat dit een afscheid is, blik ik terug op de afgelopen twee jaar, met ­enkele bevindingen, puntsgewijs.

Geen beroepsgroep met langere tenen dan de journalistiek. 
Het is een oude wet, lang niet van toepassing op iedereen, maar toch: journalisten houden niet van kritiek. Het vak maakt kwetsbaar: de journalist staat met naam in de krant en krijgt soms de schuld van fouten die buiten hem/haar om zijn ontstaan, door een onhandige kop of intro, of door ongelukkige eindredactie. Dat lokt soms stevige kritiek uit (en lollige of stekelige stukjes op weblogs en sociale media), daar moet je tegen kunnen. De les: een fout toegeven is geen zwakte, maar een bewijs van kracht. De ombudsrubriek is ook geen tribunaal.

Lezers hebben niet altijd gelijk.
Een ombudsman is er in eerste instantie voor de lezer, maar niet om haar of hem altijd gelijk te geven. Dat een ingezonden brief niet geplaatst wordt, leidt vaak tot on­begrip. (‘Uiteraard begrijp ik dat niet elke brief geplaatst kan worden, maar in dit geval…’) Elke topografische vergissing is een fout, maar niet direct ­bewijs van een ‘Randstedelijke bubbel’ waarin de redactie zich zou hebben ingegraven.

Agenda’s en complotten bestaan niet.
Nogal eens werd de krant verweten op bepaalde thema’s een (politieke) agenda te voeren – het geluid van een polariserende samenleving. Vooral ‘Baudet’ en ‘klimaat’ werden dan genoemd. Met het laten vieren van de ideologische teugels kan die indruk misschien ontstaan, ook kunnen fracties en individuen binnen de redactie hun stempel op de krant drukken, maar steeds was van een centraal gestuurde ‘agenda’ geen sprake. De vraag is of het een positieve conclusie is, maar steevast bleek mij dat eerder toeval of onachtzaamheid een rol speelde dan vermeende manipulatie vanuit ideologisch oogpunt.

De krant houdt zich te veel verborgen.
Telefonisch een redacteur benaderen is voor velen zo goed als onmogelijk, zo blijkt uit aanhoudende klachten. Er bestaan louter (steeds minder) algemene telefoonnummers, maar vaak verdwaalt de lezer in een computergestuurd menu, waarna de verbinding vanzelf spaak loopt. Veel mails belanden in algemene mailboxen, waarvoor niemand zich persoonlijk verantwoordelijk voelt.

Redacteuren moeten uiteraard hun mails en telefoontjes beantwoorden.
Een veelgehoorde klacht: ­redacteuren die worden aangesproken op een artikel, reageren niet op lezerspost. Niet elk persbericht of elke persoonlijke mail schreeuwt om onmiddellijke beantwoording (dat zou een dagtaak vergen), maar je hullen in stilzwijgen past niet bij een ­beroepsgroep die bestaat van communiceren en ­altijd anderen maant tot snel antwoord.

De ombudsman moe(s)t digitaal beter zichtbaar zijn.
Ondanks enkele pogingen is het niet gelukt de ombudsman makkelijk vindbaar te maken op de Volkskrantsite. Een eigen hoekje met alle ombudsstukken bij elkaar en alle adresgegevens zou de ­wegen naar de ombudsman voor iedere lezer vindbaar maken. Zoals overigens een compleet colofon met alle namen (en liefst hun bereikbaarheidsgegevens) van Volkskrantredacteuren ook de afstand naar de lezer zou kunnen verkleinen.

Een ombudsman kan het niet snel goed doen.
Het is een ondankbare dubbelrol: in de ogen van collega’s is hij/zij een potentieel gevaar, in de ogen van critici van de krant een verlengstuk van de hoofd­redactie of een ‘reputatiemanager’. Geen van beide is waar. Net zomin als dat de ombudsrubriek een particuliere column is. De eigen mening doet er in dit genre nauwelijks toe, het is (wat mij betreft) een ­rubriek waarin afwegingen en journalistiek handelen worden toegelicht (en eventueel gewogen). Smaakkwesties zijn niet interessant. Trouwens:

Het instituut ombudsman heeft zijn tijd gehad.
Mijn opvolging is nog onderwerp van discussie binnen de nieuwe hoofdredactie, maar ik heb ervoor gepleit te stoppen met de huidige manier van werken. Ik ben gaan twijfelen aan nut en effectiviteit. Een ­wekelijkse rubriek in de zaterdagkrant was ruim twintig jaar lang een geschikt middel voor reflectie en zelfkritiek, maar tijden zijn veranderd.

De eerste ombudsman van de Volkskrant begon in 1997. Nog lang niet iedereen had internet, laat staan mobieltjes en sociale media. Klachten kwamen binnen per (handgeschreven) brief met knipsels, van ­lezers die al veertig jaar ‘lid’ van de krant waren. Nu, 22 jaar later, buitelen de meningen en verwensingen over elkaar heen zodra een stuk online staat. De kritiek komt veel vaker van niet-abonnees, die (een flard van) een artikel tegenkwamen op sociale media, zonder de context, auteur of vorm (column, rubriek of nieuwsartikel) te herkennen uit de vertrouwde­ ­papieren krant. En soms gevoed door de lol van het krantje bashen, ‘omdat het kan’.

Dat vraagt om een andere manier van reageren dan een wekelijkse rubriek in de krant. Soms op die sociale media (hoewel in dit adhd-tijdperk niet elk Twitterstormpje hoeft te worden aangewakkerd), of op een blog. Dat zou kunnen gebeuren door een onafhankelijke buitenstaander, of door een hoofd­redactie die ruimhartig openstaat voor (zelf)kritiek. In tegenstelling tot de ombudsman heeft die laatste ook de macht, waardoor conclusies meteen hoofd­redactioneel beleid kunnen worden. En dat dan graag zo snel mogelijk na een omstreden publicatie; een week is in de #ophef-dynamiek van nu een eeuwigheid te laat. Voor wie dat niet genoeg is, rest een Raad voor de Journalistiek, of desnoods de rechter.

Buiten de ombudsman legt de krant al veel verantwoording af. De krant is nogal met zichzelf bezig. Bij een beetje opzienbarende productie staat al snel een verantwoordend kadertje over de journalistieke werkwijze. De auteur mag in podcasts, video’s of in de rubriek ‘Ter redactie’ toelichten ‘hoe het was om dit verhaal te maken’. In ‘De week van de hoofdredacteur’ staat soms enige uitleg, er is de brievenrubriek, voor feitelijke onjuistheden en correcties is er de Aanvullingen & Verbeteringen. En dan was er nog de ombudsman.

Misschien straks nog steeds, maar dat is aan de nieuwe hoofdredactie. Ik dank de vele trouwe en ­kritische lezers voor de vaak leerzame en boeiende contacten. Binnenkort duik ik elders op in de krant, in een nieuwe gedaante. De lezer wens ik een foutloze krant van topniveau. Mijn (eventuele) opvolger wens ik veel wijsheid. En een geschikt karakter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden