Column Frank Kalshoven

De nieuwe indicator is nog een rommeltje. Dat kan beter, CBS

De eerste monitor Brede Welvaart die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) deze week publiceerde, is warm ontvangen. Er is meer dan geld alleen, en de media hadden er wel zin in op te schrijven dat het met de ‘brede welvaart’ in Nederland wel snor zit.

Helaas is de nieuwe indicator wel een dappere poging om het ingewikkelde begrip (brede) welvaart te operationaliseren, maar nog geen geslaagde. Denk even mee.

Het CBS begint sterk. Naast geld dat mensen verdienen vinden we ook andere dingen van belang (gezondheid, veiligheid en de kwaliteit van natuur, bijvoorbeeld). De totale verzameling hiervan kun je opvatten als de ‘welvaart hier en nu’. Daarnaast kijkt het CBS naar ‘welvaart later’. Is de welvaart nu zo hoog omdat we roofbouw plegen op de toekomst? Of bedenken we toekomstige generaties juist met meer kapitaal dan waarover wij beschikken? Ten slotte definieert het CBS ‘welvaart elders’, in andere landen dus. Deze driedeling is conceptueel sterk, begrijpelijk, en inhoudelijk relevant.

Maar bij het vullen van de drie welvaartssferen met meetbare indicatoren gaat het CBS naar mijn idee de mist in. Ik zie drie hoofdbezwaren.

Willekeur

Ten eerste ogen de gebruikte indicatoren willekeurig. Waarom bij wonen alleen de ‘kwaliteit’ van woningen opgenomen? En niet bijvoorbeeld ook de grootte en de prijs per vierkante meter? En waarom bij gezondheid wel obesitas, maar niet medicijngebruik? Of roken? Wie willekeurig indicatoren selecteert, oogst een willekeurige uitkomst van de brede welvaart.

Ten tweede. ‘Consumptie’ maakt deel uit van het thema ‘materiële welvaart’ dat onderdeel is van de ‘welvaart hier en nu’. Meer consumptie = meer welvaart. Prima dus. Maar bedenk nu dit. Stel dat ik besluit te sparen (om over vijf jaar een schilderij te kunnen kopen), en mijn consumptie blijft als gevolg van dit spaargedrag gelijk. Verschilt mijn welvaart dan van de situatie waarin ik niet spaar? Jazeker, die neemt toe, omdat ik mijn sparen blijkbaar hoger waardeer dan mijn consumeren. Maar volgens het CBS daalt mijn welvaart juist.

Op dit punt – en er zijn meer van dit type voorbeelden – is de invulling van het concept dus inhoudelijk lastig te volgen. De belangrijkste zwakte van de monitor, illustreert dit, is dat er alleen een vaag concept van ‘brede welvaart’ achter zit (‘welvaart is meer dan inkomen’) en geen strak gedefinieerd idee.

Ten derde. Voor de ‘welvaart later’ houdt het CBS terecht voorraadgrootheden aan. Naarmate we meer kapitaal hebben, kunnen we ook in de toekomst meer brede welvaart genereren.

Menselijk kapitaal

Maar menselijk kapitaal, de belangrijkste van de soorten kapitaal, is door het CBS ongelukkig geoperationaliseerd. Menselijk kapitaal is het geheel van kennis, kunde en vaardigheden waarover de (voldoende gezonde) (beroeps)bevolking beschikt. Omdat dit lastig te meten is, kun je dit benaderen met het ‘opleidingsniveau’ van de bevolking. Dat doet het CBS ook, maar het voegt hier als indicator het aantal gewerkte uren aan toe.

Het aantal gewerkte uren echter is geen voorraad maar een stroom. Op 1 januari van elk jaar staat de teller van gewerkte uren op nul en aan het einde van het jaar op grofweg 13 miljard uur. De voorraad menselijk kapitaal staat op 1 januari op x miljard opleidingsjaren, en zal in de loop van dat jaar maar beperkt veranderen.

Op dit punt husselt de monitor voorraad- en stroomgrootheden door elkaar.

Brede welvaart meten? Goed plan. Op naar een volgende poging.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.