ColumnArie Elshout

De Netflix-wending in het Afghanistan-verhaal

Arie Elshout Beeld De Volkskrant
Arie ElshoutBeeld De Volkskrant

Noem Afghanistan en iedereen wordt bevangen door moedeloosheid. Op de wat-kan-het-ons-nog-schelen-index scoort alleen het Israëlisch-­Palestijnse conflict hoger. De Amerikanen spreken vermoeid van hun langste oorlog. Eind 2001 vielen zij het land binnen om het Taliban-­bewind omver te werpen en de ­terreurkampen van Al Qaida op te ruimen waar ‘11 september’ werd voorbereid. Twee decennia later zitten de Amerikaanse soldaten er nog, futloos en verweesd. Deze Thanksgiving wachtten ze vergeefs op de komst van een president met een kloeke kalkoen.

Als het destijds aan minister van Defensie Rumsfeld had gelegen, had hij de troepen na het verjagen van de Taliban en Osama bin Laden meteen weer naar huis gehaald. D’r in en d’r uit. Maar de neoconservatieven in de regering-Bush bedachten dat zij moesten blijven om van Afghanistan een democratie naar westers model te maken, zodat het nooit meer een springplank zou zijn voor terreur. De theorie was mooi, vond ook ik, de praktijk viel bitter tegen.

De teleurstelling en uitzichtloosheid zijn zo groot dat we er niet te veel meer over willen horen. Toch blijft Afghanistan relevant als parabel over westerse overmoed en schuld. Zij legt allerlei schrijnende waarheden en pijnlijke keuzes bloot.

Het streven Afghanistan om te toveren tot een bloeiende democratie, staat inmiddels te boek als schoolvoorbeeld van zelfoverschatting. Het was een prima idee van Volkskrant-journalist Noël van Bemmel terug te gaan naar de Afghaanse provincie Uruzgan om de balans op te maken van het werk dat Nederland daar heeft verricht als onderdeel van een internationale troepenmacht tussen 2006 en 2010. Er zijn zaadjes geplant, het aantal schoolgaande meisjes steeg van 0,4 naar 6 procent, maar de Taliban hebben vrijwel de hele provincie weer in handen. Het schiet dus, op zijn zachtst gezegd, niet op. Niet met het opbouwwerk, niet met de oorlog tegen de Taliban.

Begin dit jaar was er de onthulling van de Afghanistan Papers. Uit interne Amerikaanse regeringsdocumenten bleek dat hoge functionarissen tot de conclusie waren gekomen dat de oorlog niet te winnen viel. Toch bleef men er de levens van soldaten aan opofferen. Een cynische vorm van misleiding: sterven voor Kabul is al veel gevraagd, maar sterven voor janlul wil helemaal niemand.

Er sneuvelden 25 Nederlandse en 2.400 Amerikaanse soldaten. Tel daarbij op de tienduizenden burgerdoden en de oorlogsmisdaden (laatste nieuws: ook van Australische commando’s), en het spreekt voor zich dat Afghanistan zwaar drukt op het geweten. Er vloeide veel bloed voor een gemankeerde poging tot nationbuilding. Het Westen is sindsdien een illusie armer en een schuldgevoel rijker. Dit nooit weer, is de ­reactie.

Echter, het verhaal loopt door en kent een scherpe Netflix-wending. Wie kijkt naar Afghanistan en Irak heeft spijt van het ingrijpen daar, maar wie een paar afleveringen verder het menselijk leed in Syrië ziet, heeft ook spijt, maar dan van het tegendeel, het niet-ingrijpen. Zo zit het Westen gevangen in het interventie-dilemma, geplaagd door twee soorten schuldgevoel, even pijnlijk als ­tegenstrijdig. De keus welke van de twee sentimenten het handelen moet bepalen, is een lastige.

To do, or not to do, that is the ­question.

Steeds weer zal die vraag zich ­opdringen. De Afghanistan Papers waren begin dit jaar nog maar net gepubliceerd, of ik las in drie weken tijd drie oproepen tot internationale interventies. Twee VN-vertegenwoordigers bepleitten militair ingrijpen in de Sahel-regio en een Syrische journalist en schrijver vroeg zich af waarom Europa Syrië niet helpt. Joe Biden heeft inmiddels een humanitair interventionist voorgedragen als minister van Buitenlandse Zaken. Deze Antony Blinken heeft gezegd dat hij het westerse falen in Syrië de rest van zijn leven met zich zal meedragen. Het interventionistisch ­denken is niet dood, maar leeft.

Zeker is dat het Westen zich altijd moreel aangesproken zal voelen. Maar het militaire middel kan heel snel het nobele doel compromitteren. Soldaten draaien door, bommen vallen verkeerd. Zoals de Franse schrijver André Malraux zei: er zijn rechtvaardige oorlogen, er zijn geen onschuldige legers.

De moraal van dit Afghanistan-verhaal? Westen, besef voor je weer aan zoiets wilt beginnen dat schone oorlogen niet bestaan, zeker niet in wespennesten vol tribalisme, extremisme en terrorisme. 

Arie Elshout is journalist

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden