ColumnAleid Truijens

De neoliberaal Rutte kan ‘revolutie’ alleen in grappende zin gebruiken

Zou dit het eerste triomfje zijn van de jonge revolutionairen die Rutte vorig week opriep hun schoolhoofden ‘in de weg te zitten’ als het hun niet beviel? Wij Willen Allemaal Over! Te vrezen valt dat het besluit niemand te laten doubleren op veel scholen allang genomen was, om eindeloos gesteggel te voorkomen.

Onze premier riep scholieren op om een ‘revolutie van onderaf’ te beginnen. Later sputterde hij dat hij alleen maar had bedoeld: meedenken over de invulling van de anderhalve-meterregel. Hij bedoelde niet, haha, dat leerlingen echt het gezag van hun schoolhoofd – mooi ouderwets woord, net als revolutie – moesten ondermijnen. Laat staan dat van het landshoofd.

De neoliberaal Rutte kan ‘revolutie’ alleen in grappende zin gebruiken. Een woord van vroeger, tijdens zijn studie, van malle vlaggenzwaaiers met alpinopetten. Wijze pedagogen hadden hem aangeraden jongeren te laten merken dat hij heus wel aan ze dacht. Zij mochten meedenken met de grote mensen. Tof hè? Misschien mochten sommigen zelfs een keertje aanzitten bij een gewichtig beraad!

Als het gezag jongeren aanmoedigt om in opstand te komen tegen het gezag moet je op je hoede zijn. Het is lachwekkend, dat allereerst, zoiets als een vader die na drie bier een beschamende dans uitvoert op het feestje van zijn puber. Maar ook: de intenties deugen zelden. Het doel is inkapselen. Onschadelijk maken.

Denk aan onderwijsminister Jet Bussemaker en UvA-rector Dymph van den Boom die in 2014 de mond vol hadden van ‘competente rebellen’ die ze wilden opleiden, ook wel ‘constructieve neezeggers’. Dat hadden ze ergens gelezen. Maar toen de studenten het Malieveld opgingen om te protesteren tegen de afschaffing van de basisbeurs bleek hard nee zeggen niet constructief. En de competente bezetting van het Maagdenhuis leidde tot weinig verbetering in de diplomafabrieken van het hoger onderwijs. Wel namen cursusgoeroes de holle clichés gretig over.

Een revolutie moet van onderaf komen. Misschien dat deze crisis het vuur ontsteekt, ook bij twintigers. Niet om te mogen meepraten over sporten met anderhalve meter afstand of saucijzenbroodjes in de kantine, maar om te beslissen over hun toekomst.

Jongeren zijn als kreeften in een pan met steeds heter water; de meesten merkten niet dat ze langzaam werden gekookt. Studenten werd telkens iets afgepakt: ze mochten minder lang studeren, geen tweede master, hun gratis OV werd gehalveerd, de kamerhuren en het collegegeld schoten omhoog en tenslotte werden de beurzen afgepakt. 

Ze werden als makke schapen meegevoerd in de gedachte dat het loont om te ‘investeren in jezelf’, alsof onderwijs niet een investering in de hele samenleving is. Maar ook toen er weer volop geld werd verdiend bleken er voor veel jongeren geen vaste banen en betaalbare woningen te zijn.

Het wordt tijd dat jongeren hun invloed massaal aanwenden. Hoe, dat is aan hen. Niet alle jongeren willen hetzelfde. Maar gedeelde belangen hebben ze wel. Ze willen vast niet de kosten dragen van de klimaatcrisis en de coronacrisis, en een leven lang in de schulden zitten. Ze hebben er baat bij dat, als er ooit weer economische groei komt, zij als werkenden wel meeprofiteren en vermogens worden belast. Ze willen wellicht dat hun kinderen schone lucht inademen en goede zorg en onderwijs krijgen. Een intelligente revolutie: ik (64) roep er niet toe op maar ik kijk er naar uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden