Column Gegijzeld in de kroeg

De neef van Sam Klepper

Eva Hoeke Beeld Robin de Puy

In een laatste poging mijn jeugd te behouden had ik op een zaterdagavond mijn leren broek aangetrokken en een vriendin gebeld met de vraag of ze ook zo'n zin had in een borrel. Omdat ze nog zo'n beetje de enige is zonder kinderen en bovendien net haar relatie heeft verbroken, was de vraag stellen hem beantwoorden en zo kwam het dat we een paar uur later gepikt en gedreven binnentraden in een ouderwetse kroeg in de Amsterdamse binnenstad waar een nieuwe, frisse clientèle de boel inmiddels had overgenomen, op een paar versleten volhouders aan de bar na.

Vijf minuten zaten we. Toen kwam er een man in een wit overhemd en een versleten spijkerbroek binnen die tot dan toe op jolige wijze vanaf het terras passerende kennissen had zitten begroeten. Hij was eerst naar de bar gelopen, had daar een tijdje aan zijn kruis staan jeuken en vervolgens was hij op zijn gemak om zich heen gaan kijken om te zien of er mensen verlegen zaten om een praatje. Wij dus, twee bijna-veertigers uit de provincie in een leren broek. En met het zelfvertrouwen dat alleen mannen hebben wiens wieg in de Jordaan stond, zei hij grijnzend: 'Laat me raaie: jullie zijn zeker zusjes?'

Toen ik nog op school zat had een gymleraar eens hetzelfde gevraagd aan mij en mijn beste vriendin, een meisje dat toevallig ook Eva heette, hetgeen de vraag alleen nog maar bespottelijker had gemaakt, maar dit was niet het moment om dat aan te kaarten. 'Familie, vrienden, wat maakt het uit', riep de man royaal. 'Sam Klepper was mijn neef, maar dat betekent nog niet dat ík crimineel ben.' Met een knipoog: 'Ik ben een hele lieve jongen.'

Ik keek mijn vriendin aan en probeerde een gezicht te trekken, een teken te geven, maar daar was de man alweer, niet met de vraag óf, maar wát we wilden drinken. Even later klonken we onze glazen tegen elkaar, gijzelaars en gijzelnemer, en gingen we de tweede fase van de kennismaking in. 'En wat doen de dames in het dagelijks leven?', vroeg hij terwijl hij cola bij de Bacardi goot. 'De schrijverij, toe maar. Dan ga je dit zeker ook allemaal opschrijven? Ze mogen alles van me weten, hoor. Ik zeg altijd maar zo: je moet zorgen dat je je werk leuk vindt. En je bed. In je leven ben je het meeste tijd kwijt aan slapen en aan werken dus dan moet je zorgen dat die twee dingen in orde zijn, ja toch? Wacht effe, hoor.'

Uit zijn broekzak diepte hij een rinkelende telefoon op. 'Ja hallo? Hee mop. (...) Ik kom je woensdag wel even ophalen. Gaan we naar Egmond aan Zee, even naar de Italiaan, beetje babbelen. (...) Nee, ik ben niks van plan. Ja, ik geef je wel een klap op je kont, daar gaat het niet om, haha.' Hij keek even opzij om te zien of we wel luisterden. Toen hij had opgehangen liet hij een foto zien. 'Kijk, dit is mijn vriendin, Ramona. 25, ze studeert voor advocaat.' Daarna, met een schalkse blik: 'Je zal er maar een nodig hebben.'

Hij swipete verder, mijn vriendin verpulverde ondertussen haar derde viltje. 'En dit is mijn andere vriendin, die komt uit Thailand. Ja, dat weet Ramona wel, zo'n beetje. Ik ben praktisch ingericht, elke dag een broodje kaas is ook niet leuk. Nou, ik laat jullie twee verder ouwehoeren, dan ga ik even roken en drinken we zo nog een borrel.'

De volgende dag had ik een kater, de leren broek ging de kast in, het zou wel een tijdje duren voordat die er weer uit kwam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.