Opinie

De Nederlandse film hypochondert zich ziek

Makers moeten zich kritischer verhouden tot het systeem waarin zij functioneren

Film ontleent haar waarde aan het artistieke vermogen ons bewust te maken van de wereld waarin wij leven.

Beeld uit de film Soof 2 met acteurs Lies Visschedijk en Achmed Akkabi.

Een vrouw die opkrabbelt na haar scheiding (Soof 2), vrijgezellen op zoek naar de ware (Rokjesdag), twee puppies op zoek naar verloren spulletjes (Woezel en Pip), de persoonlijke beproevingen van een diepgelovige kweker anno jaren vijftig (Knielen op een bed violen) en een Curaçaose hosselaar die onderduikt bij familie in Rotterdam (Bon Bini Holland). Ziedaar de top 5 van de Nederlandse speelfilms van afgelopen jaar, tenminste als je bezoekcijfers als graadmeter neemt. Net als de top 20 wordt die gedomineerd door (romantische) komedies, gevolgd door boekverfilmingen en kinderfilms.

Het Nederland dat ons in die komedies wordt voorgeschoteld, is een sentimentele versie van de werkelijkheid, bevolkt door een hoofdzakelijk witte, welgestelde midden- of bovenklasse, waar altijd wel iemand een coole oldtimer rijdt of rondfietst met een nostalgisch ogend kratje aan het stuur. De mensheid is er verdeeld in beauties en nerds, in winners en losers. Vrouwen worden op hun uiterlijk gekeurd en voor mannelijke klungels ligt een handboek met versiertips klaar. Mensen met een tintje geven in bijrollen of als figurant de witte hoofdpersonages 'swagger', een aura van een werelds persoon met interraciale connecties, of dienen als vehikel voor etnische grapjes.

De wereld in de Nederlandse speelfilm is gekuist van klimaatproblemen, van het immigratievraagstuk, van polarisering en extremisme, van eurocrisis, oprukkende controlestaat, populisme, haperende markteconomie en groeiende ongelijkheid. En als een personage (in Brasserie Valentijn) er bij wijze van uitzondering toch over begint, worden haar zorgen weggezet als een groteske overdrijving en rap uit te bannen vorm van zwartkijkerij. De wereld is nu eenmaal niet te redden: dus red jezelf en vind liefde.

Die huis-tuin-en-keukenbenadering heeft niet alleen de romcom in zijn greep, maar ook het gros van de serieuzere Nederlandse bioscoopfilms: dialooggedreven drama dat draait om een richtingloos ik, getroubleerde familieverhoudingen of andere particuliere beslommeringen als ziekte en dood. Als een niet-blanke al een hoofdrol krijgt in een Nederlandse film, is het als een door de goegemeente geaccepteerd slachtoffercliché; zoals de radicaliserende moslima in het door weldenkende witte makers geschreven en geregisseerde Layla M. Over wat het betekent om in Nederland tot een minderheid te behoren, vertelt het ons niets nieuws. Simpelweg omdat het - hoe goed ook geresearched - door de ogen van de bovenliggers wordt verteld. Dat houdt de bestaande verhoudingen, perspectieven en clichés in stand.

Het is kortom veilig film kijken in Nederland. Met haar overdreven aandacht voor louter particulier drama hypochondert de Nederlandse film zich ziek. Doordat film in toenemende mate tot koopwaar wordt gereduceerd, richt zij zich op de grootste gemene deler, de mainstream, waardoor minderheidsopvattingen uit het zicht verdwijnen. Dat werkt vernieuwing tegen en ondermijnt het kritisch vermogen van de sector, en in diens verlengde, dat van onze samenleving.

Film ontleent haar maatschappelijke waarde niet aan het aantal bezoekers dat zij trekt, maar aan haar niet-meetbare artistieke vermogens om ons wakker te schudden, in het gezicht te slaan en ons bewust te maken van de wereld waarin wij leven. Door een alternatief te bieden, juist nu anderen dat nalaten.

Maar dat lukt pas als makers zich bewust zijn van het systeem waarin ze functioneren, zodat ze zich daar kritisch toe kunnen verhouden; als het establishment ruimte maakt voor burgers, boeren en buitenlui die kunnen bogen op eigen ervaringen en visuele vertelvormen van buiten de mainstream-middelmaat. En die ons - allen inwoners van Nederland, maar ieder 'anders' in onze individualiteit - trakteren op onvoorstelbaar ongerijmde, subversieve speelfilms die zowel ons begrip van de realiteit als onze verbeelding tarten.

Dit is de beknopte versie van een artikel dat op 5 juli in het 400ste nummer van De Filmkrant verschijnt.

Karin Wolfs is freelance filmjournalist, onder andere voor VPRO Cinema.

Karin Wolfs, freelance filmjournalist.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.