ColumnMerel van Vroonhoven

De mythe dat kinderen met autisme geen empathie hebben kan definitief begraven worden

‘Kijk juf, deze heb ik niet meer nodig.’ Jimmy straalt van oor tot oor. Uit een blauwe AH-tas haalt hij iets dat eruitziet als een bodywarmer. ‘Hier, voel maar eens.’ Als ik het kledingstuk van hem aanneem, merk ik hoe zwaar het is. In de zakken zitten gewichten. ‘Het is mijn knuffelvest’, licht hij toe. ‘Ik doe hem aan als ik boos ben of als het druk is om me heen. Dan voel ik me weer rustig.’

Begin dit jaar kwam Jimmy bij juf Miranda in de klas, nadat het op zijn oude school niet meer ging. Jimmy heeft autisme en was vaak zo overprikkeld dat hij in driftbuien ontstak of uren onder de tafel doorbracht. Maar na een jaar bij Juf Miranda gaat het zo goed met hem dat zijn woedeaanvallen zijn verdwenen. Hij doet enthousiast mee aan de les en heeft zich ontwikkeld tot de beste van zijn klas.

‘Stop je knuffelvest maar terug in je tas’, zeg ik. ‘We gaan beginnen.’ Vandaag zal ik voor het eerst de hele dag lesgeven. Een voor een komen de kinderen in de kring zitten. ‘Wat fijn, wat fijn dat jullie er zijn!’ zingen ze uit volle borst. Zingen is een van de vele rituelen waarmee Juf Miranda zorgt voor structuur in haar klas. Rituelen geven voorspelbaarheid en veiligheid. Dat is nodig om te kunnen leren. Zeker voor kinderen met een verstandelijke beperking, die vaak extra moeite hebben om overzicht te houden. De kring begint wat onwennig, maar na een tijdje verloopt alles – boven verwachting – soepel. Dan zie ik opeens de onheilspellende blik van Jimmy. Als hij maar niet in woede uitbarst. Ik besluit hem even te laten.

In de pauze komt Juf Miranda met Jimmy naar mij toe. ‘Vertel jij juf Merel eens wat je dwars zit.’ Jimmy kijkt verlegen voor zich uit. Na enige tijd durft hij het aan. ‘Jij doet sommige bewegingen helemaal verkeerd, juf. Bij het liedje over de dagen van de week klap jij in je handen. Zo hoort het niet.’ Even is hij stil. ‘Nou, ik vind juf Miranda gewoon een veel betere juf dan jij.’

Juf Miranda vertelt dat ze Jimmy heeft uitgelegd dat ik een beginnende juf ben en nog veel vaker hele dagen zal lesgeven. ‘Dat is wennen voor jou jongen, dat begrijp ik wel’, zegt ze. ‘Maar jij hebt daar zelf een oplossing voor bedacht, toch?’ Jimmy’s gezicht klaart op. ‘Als ik iets niet fijn of moeilijk vind, kijk ik altijd boos’, legt hij me uit. ‘Maar dat vind ik natuurlijk niet leuk voor jou juf, want jij moet het ook nog leren. Dus als ik me weer boos voel, doe ik gewoon dit.’ Hij vouwt zijn handen tot een hartje. ‘Dan weet je dat ik jou wel een hele lieve juf vind.’

Terwijl ik de brok in mijn keel wegslik, antwoord ik: ‘Wat een goede oplossing Jimmy. Zal ik jou dan een hartje terugsturen? Dan weet jij dat ik het echt niet erg vind als je even boos kijkt.’

Hij knikt instemmend. ‘Mag ik nu naar buiten?’ En weg is hij.

Terwijl de kleine, bijzondere jongen, voor wie onze maatschappij met al zijn onvoorspelbaarheid en veranderingen vaak zo ingewikkeld is, naar het speelplein rent, blijf ik achter in het klaslokaal. In het besef dat de hardnekkige mythe dat kinderen met autisme geen empathie hebben, definitief kan worden begraven. Net als Jimmy’s knuffelvest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden