Opinie Multiculturele samenleving

De multiculturele samenleving is er en gaat niet meer weg

Ze prijst zich gelukkig met haar multi-etnische samenleving. Mensen als Stef Blok zouden volgens Hasna El Maroudi dan ook meer de schoonheid dan de uitwassen ervan moeten zien.

Beeld Elise Vandeplancke

Afgelopen zomer trokken mijn echtgenoot Mathijs en ik naar Marokko, samen met onze dochter en een bevriend stel. Hij, oom W., een klassieke Nederlander van bijna 2 meter, zij, tante W. een uit het klei getrokken Zeeuwse van Chinese komaf. We reisden vanuit Fes, via mijn thuishaven Rabat naar het zuidelijke hippiestadje Essaouira. Onderweg pikten we de drie kinderen van mijn broer op en namen hen op sleeptouw.

Met z’n achten vormden we een opvallend gezelschap. We noemden onszelf liefkozend een circusfamilie. De schoonmaakster van het huisje waarin we onze intrek in hadden genomen, begreep niet helemaal hoe de onderlinge relaties waren. ‘Wat heb je een mooi gezin’, zei ze op de laatste dag; ze had voor het gemak alle kinderen aan mijn baarmoeder toegeschreven. Winkeliers keken hun ogen uit. Eén wist niet hoe snel hij moest schakelen tussen de clichés, in zijn poging ons zijn winkel in te lokken. ‘Ali Baba!’ (mijn bebaarde man); ‘Ni hao!’ (tante W.); ‘Kijken kijken, niet kopen’ (oom W.); ‘Sahraouia!’ (ik). Hij snapte er niets van toen ik hem vertelde dat we familie zijn. Weliswaar niet in de traditionele betekenis van het woord, we zijn geen bloedverwanten, maar een liefdevolle familie desalniettemin.

In Nederland was het me gelukt de uitspraken van minister Blok te negeren. Het beeld dat hij van Nederland schetste in zijn toespraak voor medewerkers van onder meer de Wereldbank en de VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR, was dat van een land waar de sociale vrede wordt verstoord door buitenlandse elementen. Blok zei: ‘Als je in Benoordenhout woont, is het hartstikke leuk om op zondag naar de Turkse bakker te gaan. Je hebt ook geen last van een aantal bijeffecten. Maar als je er middenin woont, heb je enorm last.’ Bloks meest gewraakte uitspraak was zijn overtuiging: dat een ‘multi-etnische of multiculturele samenleving (...) waar een vreedzaam samenlevingsverband is’ onmogelijk is.

Ik had aanvankelijk mijn schouders opgehaald over zijn uitspraken. Ze deden mij niet zoveel omdat ik de afgelopen jaren emotioneel ben afgestompt door xenofobe uitspraken van andere politici die de problemen in de samenleving ophangen aan immigratie of multiculturaliteit. Zo zei CDA-leider Sybrand Buma bijvoorbeeld eerder dat ‘immigratie en globalisering’ de ‘clash of civilizations in ons huis heeft gebracht’. Maar eenmaal op vakantie in Marokko merkte ik dat Bloks woorden toch iets hadden losgemaakt bij me. Een gevoel van ontheemd zijn overviel mij: ben ik nu wel of niet onvoorwaardelijk welkom in Nederland? Maar ik was ook onzeker over mijn reisgezelschap.

Doemscenario’s

Ik trok met mijn circusfamilie door Marokko en probeerde hun zo veel mogelijk van het land en de cultuur mee te geven, maar in mijn achterhoofd spookte het ene na het andere doemscenario van cultuurbotsingen door mijn hoofd: tongzoenen in het openbaar is in Marokko not done, alcohol niet vrij verkrijgbaar, je bikinitopje kun je maar beter aanhouden, schoenen doe je bij de deur uit, mannen groeten elkaar met twee zoenen, als vrouw geef je sommige mannen een hand – als je er niet zeker van bent kun je de man in kwestie beter negeren, voor het eten áltijd je handen wassen. En ja, die provisorische parkeerwachter is echt een volwaardige parkeerwachter. Het leven in Marokko heeft een ander ritme dan in Nederland, als het al een ritme heeft. Normaliter is dat geen probleem, maar in plaats van te genieten, was ik me nu continu aan het verontschuldigen voor de Marokkaanse cultuur en was ik steeds op mijn hoede voor een volgende dreigende cultuurclash.

Op de bruiloft van mijn neef, een Franse Marokkaan, en zijn echtgenote, een Souss-vrouw, weigerde tante W. de dansvloer te verlaten, waar ze als Aziaat opzien baarde met haar dansmoves. Ze schudde als een professionele Marokkaanse buikdanseres met haar billen. Oom W. probeerde haar met zijn houterige Nederlandse heupen nog bij te houden, maar het mocht niet baten. Het ontbreekt hem aan jarenlange danservaring in de tot discotheek omgetoverde vuige Rotterdamse kelders. Mijn man was druk met het entertainen van onze dochter die, gebiologeerd door alle pracht en praal rondom de bruid, ervan overtuigd was hier met een ware prinses te maken te hebben, terwijl mijn puberneef en -nicht weggedoken zaten achter hun mobiele telefoon, druk append met vrienden in Nederland.

Iedereen had het naar zijn zin en was gelukkig.

Woensdag bood de minister in de Kamer zijn excuses aan en nam zijn woorden goeddeels terug. Desalniettemin weigerde hij in te gaan op Buma’s verzoek om zijn eugenetische theorie – angst voor vreemdelingen zou in onze genen zitten – ‘onzin’ te noemen. Wetenschappers moeten daar maar over debatteren, aldus de zelfverklaarde pragmaticus. Daardoor is mijn vermoeden dan ook sterk dat Blok nog steeds in zijn theorie gelooft. Bovendien verklaarde hij nu voor de bühne dat het vreedzaam samenleven van verschillende culturen toch wel mogelijk is, maar dat het ‘heel hard werken’ is, het gaat niet vanzelf. Alsof half Nederland ’s avonds compleet uitgeput is omdat er Marokkanen en Turken over straat lopen.

Naast de verontwaardigde reacties op Bloks uitspraken, kreeg hij ook bijval. In de Kamer van Geert Wilders en in NRC van oud-voorman van Leefbaar Rotterdam, Ronald Buijt. Laatstgenoemde wil van links Nederland weleens weten wat de komst van niet-westerse migranten voor goeds heeft gebracht. De versleten nek en rug van wijlen mijn vader ten spijt, die met zijn generatiegenoten in ploegendiensten het vuile fabriekswerk opknapte waar de autochtone Nederlander geen zin in had. Het eeuwig moeten verdedigen van onze aanwezigheid hier, is om moedeloos van te worden.

Deelstaat

Sinds de publicatie van Paul Scheffers essay Het multiculturele drama in NRC Handelsblad in 2000, keert de opvatting dat de multiculturele samenleving is mislukt met enige regelmaat terug in het publieke debat. Volgens Scheffer zouden autochtonen en allochtonen langs elkaar heen leven in Nederland. Hij betoogde dat van allochtonen een grotere inspanning tot integratie verwacht mocht worden. ‘Het multiculturele drama dat zich voltrekt is dan ook de grootste bedreiging voor de maatschappelijke vrede’, schreef hij dystopisch. Alsof de multiculturele samenleving een deelstaat van Nederland is waar een heuse burgeroorlog woedt, terwijl in de rest van wit Nederland men nog iedere zondag naar de kerk gaat en binnen de eigen zuil trouwt. Alsof monoculturalisme een garantie is voor vrede, voor een samenleving die niet wordt getergd door criminaliteit en andere narigheden. De meer dan driehonderd katholieke priesters in de Amerikaanse staat Pennsylvania werden niet gehinderd door hun monocultuur bij de seksuele misbruik van meer dan duizend kinderen.

Het streven naar een monocultuur heeft bovendien in het verleden tot miljoenen doden geleid, van nazi-Duitsland tot de killingfields van Cambodja, maar dat lijkt gauw vergeten.

In het boek Why I’m No Longer Talking to White People About Race vat de Engelse schrijfster Reni Eddo-Lodge goed samen waarom kritiek op de multiculturele samenleving zo persoonlijk aanvoelt. Het is namelijk persoonlijk. Ze schrijft:

“Het woord, multiculturalisme, is een parapluterm geworden voor een hoop (...) angsten over immigratie, ras, verschil, misdaad en gevaar. Het is nu een vies woord. (...) Als jij een immigrant bent – ook wanneer je de tweede of derde generatie bent – dan is dit persoonlijk. Je bent multiculturalisme. Mensen die bang zijn voor multiculturalisme zijn bang voor jou.”

Daarmee wordt de angst van de irrationele xenofoob plots mijn probleem. Net als minister Blok, suggereren antimulticulturalisten namelijk een oorzakelijk verband tussen etniciteit en spanningen in de maatschappij. Ik word in één klap verantwoordelijk voor problemen waar ik part noch deel aan heb. Het bestaan van de ‘Mocro maffia’ zou erop duiden dat Marokkaanse Nederlanders gewelddadig zijn. Dat een deel van de Turkse Nederlanders aanhanger is van Erdogan, is hét bewijs dat alle Turkse Nederlanders vijanden van de Nederlandse staat zijn. Het zit simpelweg in de genen, of in hun cultuur, die onveranderbaar is. Het betekent dat mijn aanwezigheid in de Nederlandse samenleving alleen al voldoende is om de hele boel te ontwrichten.

Invechtcultuur

Wijlen mijn vader hield er lange tijd Mark Ruttes invechtmodel op na: hij hamerde erop dat ‘hard studeren’ en ‘hard werken’ uiteindelijk vanzelf tot acceptatie zouden leiden. De verhalen van mijn nichtje – inmiddels derde generatie – maken duidelijk dat dit niet het geval is. Neem nu haar docent geschiedenis, die in zijn lessen hartelijk spreekt over ‘negerslaafjes’, ‘negermensen uit Afrika’ en ‘zwartjes’. Kritiek op zijn woordkeus wuift hij weg met de argumentatie van een kleuter: ‘je mag tegenwoordig ook niets meer zeggen’ en ‘jullie moeten je niet zo aanstellen’.

Mijn nichtje besloot, ten overstaan van haar volledig witte klas, de man herhaaldelijk op zijn woordkeuze aan te spreken en hem te vragen om het n-woord niet meer te gebruiken, omdat het onbehoorlijk is. Ze nam geen genoegen met zijn langetenenargument. Na een aantal weken ging hij uiteindelijk overstag en verkondigde ten overstaan van de klas dat hij het n-woord, ‘op verzoek van leerling H.’, niet meer zou gebruiken.

Zijn ontwikkeling stemt me hoopvol. De antimulticulturalist zal in de aanpassing van de docent een knieval voor een minderheid zien, ik zie er een gezond werkende multiculturele samenleving in, waarin fatsoen en respect voor elkaar leidend zijn. De multiculturele samenleving is bovendien een feit. Ze gaat niet weg. Ik zou willen dat Blok mijn ervaringen met die samenleving deelde. Wellicht zou er bij hem dan meer ruimte zijn voor focus op de schoonheid van ons diverse land, in plaats van het kapot staren op de uitwassen.

Liefdevol

Elke dag prijs ik me weer gelukkig met mijn – volgens Blok onmogelijke – multi-etnische liefdevolle samenlevingsverband. Mijn multiculturele samenleving bestaat uit mijn huwelijk met een witte man, onze dochter – een dubbelbloedje –, mijn Israëlische zwager, mijn Surinaamse schoonzus, mijn Australische zwager en mijn dubbelbloed neefjes. De fantastische Zevenaarse ouders van oom W., wier verhalen over hun jeugd en familie mij iedere keer weer verwonderen, mijn kleurrijke vriendenkring: van Marokkaanse krullen tot Friese schoonheden. Mijn Vlaardingse schoonouders die me bekend maakten met het fenomeen ‘ijzerkoekjes’ en me leerden skiën in Oostenrijk. In mijn multi-etnische, vreedzame samenlevingsverband zijn we het misschien niet altijd met elkaar eens: Zo heb je de grappen over Mathijs’ uitspraak van Marokkaanse woorden, discussies over racisme en de bezettingspolitiek van Israël, gesprekken over de laatste Insta-post van Kim Kardashian en het belang van gelijke rechten voor vrouwen in Marokko. Maar er wordt gepraat, gediscussieerd en geleerd van elkaar.

De Amerikaanse schrijfster, feminist en activiste Bell Hooks schrijft:

‘Een liefdevolle samenleving wordt niet gevormd door de uitroeiing van verschil, maar door de bevestiging ervan. Doordat ieder van ons de identiteiten en culturele erfenissen, die ons vormen en bepalen hoe we in deze wereld leven, opeist.’

Ofwel: een liefdevolle samenleving bestaat niet door assimilatie als heilige graal op te werpen, maar door de erkenning van onze verschillen en dat wat ons vormt tot wie we zijn.   

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.