ColumnEva Hoeke

De mondkapjes leverde buurman in, maar hulp voor zijn onderneming kreeg hij er niet voor terug

Beeld Aisha Zeijpveld

Mijn buurman heet Bas.

Hij heeft een Slowaakse vrouw, drie kleine kinderen, twee honden en een tatoeagestudio aan huis die hij allemaal beschermt achter een rolluik en een ijzeren hek. Wanneer hij de honden uitlaat in zijn zwarte hoodie en zijn legerbroek en onze Dochters die gierend van pret en spanning proberen te aaien – de een is een Bordeaux Dog en de ander een Labrador, ze doen geen vlieg kwaad maar dat zie je er niet aan af – nemen wij, half naar elkaar en half naar de kinderen kijkend, het dagelijks leven door.

Gisteravond had hij een goed verhaal.

Helemaal in het begin van het coronavirus, Bas had zijn zaak nét moeten sluiten, werd hij gebeld door een mevrouw van het GHOR, de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio, onderdeel van de GGD. Ze vertelde dat ze medische spullen aan het inzamelen waren. Omdat de nood zó hoog was in het ziekenhuis, werd alle overige medische gezondheidszorg overgeslagen, en om hen toch niet helemaal onbeschermd de jungle in te sturen zochten ze nu naar alternatieven. Of Bas zijn mondkapjes wilde doneren? Ja tuurlijk, zei Bas, kom maar ophalen.

Pas later begon hij na te denken.

Was hij in januari al niet gebeld door zijn leverancier met de waarschuwing dat als hij nog medische spullen nodig had, zoals handschoenen en mondkapjes, hij die beter nu kon bestellen? En had bij een goede vriend rond die tijd ook niet al een Chinees op de stoep gestaan met een grote tas cash geld, die zijn hele voorraad op had gekocht? Hoe konden de officiële instanties dan nú pas in actie komen? Ze hebben waarschijnlijk gewoon gegokt en verloren, dacht Bas, ze hoopten dat het wel over zou waaien, zoals we sinds 2000 ook al de dans waren ontsprongen met Sars, Mers, de Mexicaanse Griep, Ebola en de Vogelgriep. Maar dan nog: wat was dit voor land als de redding in kwade dagen moest komen van de tatoeagezaken? Goed, dat was geen gesprek voor nu, de mondkapjes leverde hij in, onbezoldigd, burgerplicht gedaan.

Toen kwam de financiële regeling voor ondernemers, 4000 euro voor iedere ondernemer die dicht moest, halleluja. Buurman worstelde zich door de aanvraag heen en vulde driemiljoen gegevens in, net zolang totdat hij tegen het regeltje aanbotste waarin stond dat de financiële steun niet gold voor mensen die hun werkzaamheden uitvoeren op hetzelfde adres als waar ze wonen. Jammer joh!

Of hij straks wel gewoon zijn belasting wil betalen.

Hummer, de manshoge Bordeaux Dog van buurman, lag ondertussen zijn stinkende best te doen niet in te gaan op de provocaties van onze katten Joseph en Olga, die op veilige afstand deden alsof de wereld van hun is, tot grote hilariteit van onze Dochters.

‘Weet je,’ zei buurman terwijl we toekeken. ‘Er zijn mensen met veel grotere problemen dan ik. Lubka werkt nog bij de Makro, de vriezer zit vol en we liggen allemaal niet aan de beademing dus ik jank niet. We zingen het wel uit. En zo niet, dan vind ik wel weer wat anders. Maar ik vind het wel triest dat ze hun hand ophouden bij ondernemers die zelf niets meer verdienen. En ik ben gewoon een beetje een ouderwetse kerel, ik wil voor mijn gezin kunnen zorgen. Wie zegt mij dat klanten straks nog naar binnen durven?’

Het werd al laat, ik ging de kinderen naar bed brengen. Toen ik het rolgordijn naar beneden liet zag ik hoe buurman peinzend de grote kop van de hond aaide, de beeltenis van de Heilige Maagd Maria op zijn rechterhand. ‘Moet jij niet een tatoeage?’ vroeg ik de Man toen ik weer beneden kwam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden