Column Martin Sommer

De monarchie is niet van deze tijd, maar nog lang niet versleten

Onlangs had ik het voorrecht de gebouwen aan het ­Binnenhof te mogen bekijken, ook de plekken waar zelden iemand komt. Bij de ingang van de Ridderzaal, meteen links, bevindt zich het kamertje waar de koning op Prinsjesdag na het voorlezen van de Troonrede tien minuten mag uitpuffen. Een paar stoelen en een tafel uit grootmoeders tijd, het houtwerk en plafond onder dikke ­lagen sombere verf. Mijn rondleider wees op de rookmelder die tot 2013 op Prinsjesdag werd losgeschroefd, zodat koningin Beatrix haar sigaretje kon ­roken. Er was tachtig jaar niets aan het kamertje gedaan. De hoogste tijd voor een sobere en doelmatige opknapbeurt, zoals ik heb geleerd dat je moet zeggen over de verbouwing van het Binnenhof.

Ik heb gezien hoe her en der de ­bepleistering van de muren valt en het vocht oprukt. Het ziet er niet uit. Nederland en zijn erfgoed, het is een drama. Dat geldt in zekere zin ook voor de omgang met de Oranjes. Deze week was er weer een ouderwets relletje. De sultan van Brunei gaat de sharia praktiseren en dat betekent voor homo’s niet veel goeds. Hij bleek een hoge onderscheiding te hebben, nog van Beatrix gekregen in een onbewaakt moment. Je kon erop wachten, Sjoerd Sjoerdsma van D66 eiste: inleveren dat grootkruis! Gelukkig was daar oud-minister Ben Bot om op te merken dat de homo’s in Brunei van dat kloeke idee de nadelige gevolgen zouden ondervinden. Maar ook hij vond de uitwisseling van decoratief ijzerwerk niet van deze tijd.

Mijn verstandige vrienden vinden het hele koningshuis niet van deze tijd. Zo direct mag de koning dus geen decoraties meer uitdelen aan bevriende staatshoofden. Dan kun je het staatsbezoek ook wel afschaffen. Erfopvolging is zo niet van deze tijd. De kritiek op het koningshuis is altijd weer dat zijn leden jetsetgedrag ver­tonen. Verkeerde vrienden, huizen op verkeerde eilanden, verkeerde belastingconstructies. De royals zijn inderdaad een soort popsterren met bij­behorende nukken. Verder ben ik van de kritiek niet onder de indruk. Voordat het werd opgeknapt, was Huis ten Bosch volkomen uitgewoond. Paleis Soestdijk was er nog slechter aan toe. Wijzelf kijken thuis altijd naar Blauw Bloed en zijn beledigd als Máxima weer eens dezelfde robe aan heeft.

Sober en doelmatig, daaraan gaat het land ten onder. Vreugdeloos en plichtmatig zal je bedoelen. Uiteraard is het koningshuis niet van deze tijd. Dat is de kracht ervan. Wij worden geregeerd door abstracte richtlijnen en algoritmen. Het grote voordeel van de monarchie, schreef al de 19de-eeuwse journalist Walter Bagehot, is dat gewone mensen deze regeervorm kunnen begrijpen. Een familie op de troon brengt heerschappij terug tot het ­niveau van het dagelijks leven. Het gaat om de zichtbaarheid en de aanraakbaarheid, niet van de macht maar van de historisch gegroeide gezamenlijkheid die de koning belichaamt.

Het is raar dat de kritiek op de monarchie altijd komt van mensen die zichzelf als het verstandige midden beschouwen, want in één moeite door uiten ze vaak hun zorgen over de polarisatie. Terwijl de monarchie het laatste is dat een gespleten samenleving bij elkaar houdt. Zo zei ook Máxima het laatst in een interviewtje: de boel bij elkaar houden is haar opdracht. Je hoeft geen aanhanger te zijn van de monarchie om te zien dat het koningshuis goed werk doet. Dat vond hofhistoricus Fasseur ook. Hij zei: ik ben geen royalist, ik ben Oranjeklant.

Van oudsher was het koningshuis mikpunt van links. De koning was van het domme volk en van het grootkapitaal. Ik verbeeld me dat er tegelijkertijd een stilzwijgende overeenkomst was. De laatste die onbekommerd rechts kon zijn, was prins Bernhard, met zijn roze champagne bij het ontbijt en De Telegraaf ernaast. De prins belde van tijd tot tijd wel met Jan Blokker als de puzzel niet goed in de Volkskrant had gestaan, en die was daar heimelijk trots op.

De afgelopen decennia is het voor de Oranjes veel meer op eieren lopen geworden. Niet omdat ze zelf zijn veranderd, maar omdat de polarisatie is toegenomen. Thema’s als Europa, ontwikkelingshulp of natuurbehoud, ooit keurig onpolitiek en dus heel geschikt voor koninklijk engagement, blijken ineens reuzegevoelig. Onlangs opende de koning nog een windmolenpark in het Zeeuwse ­natuurgebied de Krammer. Daarover moet vooraf lang vergaderd zijn. Een constitutionele crisis zit in een klein hoekje.

Desondanks is de monarchie springlevend. In november jongst­leden mocht ik aanwezig zijn bij de uitreiking zijn van de Erasmus-prijs in het paleis op de Dam. De uitnodiging was gedrukt op geschept papier en ik dacht aan een zeer bijzonder voorrecht, voor de allerlaatste koningsklant bij de Volkskrant of zoiets. Toen ik het paleis binnenstapte, bleek daar de halve vaderlandse pers present, antimonarchisten en republikeinen door elkaar, en allemaal hadden ze hun zondagse jurk of pak aan.

De winnaar van de prijs was ­Barbara Ehrenreich, een Amerikaanse onderzoeksjournalist die beroemd was geworden met een boek over de slechte werkomstandigheden in de VS. Ze was niet alleen beroemd, maar ook heel erg links, van de Amerikaanse SP. De koning reikte goedgemutst de prestigieuze prijs uit en ik zag in de rijen voor me de collega’s, rechts of links, boze witte man of gender, allemaal met maar één gedachte: o, als ik ooit ook eens zo’n lintje zou kunnen krijgen. De monarchie is niet van deze tijd maar nog lang niet versleten.

Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden