ColumnMax Pam

De menselijk maat is een toegeworpen stuk vlees en ik zou willen voorstellen het voortaan helemaal te weren

Het is een oud begrip, maar de laatste tijd mag het zich in een ongekende populariteit verheugen: de menselijke maat. Op allerlei terreinen – vaak ‘platformen’ genoemd – kom je het tegen: in de bouw, de politiek, de psychologie, het bankwezen en zelfs in de wereld van de snackbar. Er bestaat bijna geen activiteit meer of de menselijke maat waart erin rond als een zon die zich nog achter de wolken bevindt. Want dat is meestal de makke van de menselijke maat: die is vaak zoek. Grote groepen beleidsmakers zijn dag en nacht op zoek naar de menselijke maat. Helaas zij wij die ergens kwijt geraakt en nu is het een speurtocht geworden, die de hele maatschappij in zijn greep houdt.

Even een paar voorbeelden.

De Algemene Rekenkamer heeft uitgerekend dat de richtlijnen over persoonsgebonden budget zo ingewikkeld zijn dat de menselijke maat geheel is verdwenen. Inzake de toeslagenaffaire heeft de Belastingdienst inmiddels ‘alle grenzen van de menselijke maat overschreden’. Bij de Volksbank moest topvrouw Mirjam Verhoeven vertrekken, omdat ‘bankieren met de menselijke maat hartstikke mooi is’, maar vervolgens ‘niemand weet waarmee je geld gaat verdienen’. Ook las ik dat door de coronacrisis niemand meer friet eet, waardoor zo’n enorme aardappelberg is ontstaan dat de menselijke maat zijn limiet heeft bereikt.

Onlangs schreef Sander van Walsum in deze krant over de kracht van het politieke midden: ‘Middelmaat is de menselijke maat. Daarbij past geen heroïek of grote gebaren. Daarbij past fatsoen, de burgerlijkste van alle deugden.’ En Leonard Geluk, directeur van de Vereniging Nederlandse Gemeenten, oppert in een commentaar ‘dat ons land klaar is voor een nieuw paradigma’ en dat overheidsbeleid zich moet laten leiden ‘door de waarde van de menselijke maat’.

Al die laag- en hooggestemde verwachtingen doen de vraag rijzen wat die menselijke maat eigenlijk inhoudt en of die überhaupt wel bestaat. Het begrip de menselijke maat suggereert dat er iets te meten valt, volgens vastgelegde richtlijnen. Om een proportieleer te ontwikkelen, gingen de oude Grieken en Egyptenaren uit van de afmetingen van het menselijk lichaam. Dat is logisch, want aan een stoel van 3 meter hoog heb je niets. De gemiddelde man was 1,75m, maar er zijn ook mannen langer dan 2 meter en korter dan 1,50m. Voor vrouwen gelden weer andere normen, wat het extra lastig maakt van een algemeen menselijke maat te spreken.

Maar daarmee beginnen pas de problemen. Op YouTube staat een aardig filmpje, waarin ontwerper Jurgen Bey lyrisch spreekt over ‘de menselijke maat van het Rietveld Schröderhuis’. Inderdaad, Rietveld was een interessante kerel en zijn werk de moeite waard, maar in de beroemde Rietveld-stoel kun je niet zitten. Ooit heb ik eens een ander Rietveldhuis te huur aangeboden gekregen – het vakantiehuisje van de kinderboekenschrijver A. Hildebrand – maar het was me al snel duidelijk dat het onmogelijk was daar comfortabel in te wonen. Spartaans was het woord. Om je daar prettig in te voelen, moet je over een geestesgesteldheid beschikken die ver afstaat van de menselijke maat.

Hoogbouw wordt altijd beschouwd als in strijd met de menselijk maat. Toen ik onlangs door de Bijlmer fietste, waar ik ooit in zo’n torenflat heb gewoond, zag ik dat een aantal flats was ‘onthoofd’ en teruggebracht tot vier verdiepingen. Het zag er wat vriendelijker uit. Toch zou ik liever in Manhattan wonen, waar je tussen de wolkenkrabbers omhoog moest staren om een stukje hemel te zien, maar waar ik mij toch onmiddellijk thuis voelde.

Als het in de architectuur al zo moeilijk is de menselijke maat vast te stellen, hoe zorgelijk moet het er dan niet voorstaan in het overheidsbeleid? Zo’n begrip als menselijke maat begint meteen te verkruimelen als je je afvraagt wat er werkelijk moet worden gemeten. Mensen zouden menselijker met elkaar moeten omgaan – ja, zo kan ik ook beleid opstellen.

Het veelvuldig gebruik van de menselijke maat, het aanroepen van de menselijke maat om iets te veranderen, lijkt vooral een poging om de werkelijke problemen te verhullen. De menselijk maat is een toegeworpen stuk vlees en ik zou willen voorstellen het voortaan helemaal te weren uit het ambtelijk taalgebruik. Niemand weet precies wat het is, echt te meten valt het ook nauwelijks en het is een dooddoener voor wie fatsoenlijk wil overkomen. Maar het is intussen wel tot de politieke mores gaan behoren als nevel rond de planeet Venus.

Bent u al klaar voor een nieuw paradigma? Ik zie ambtenaren met een pannetje soep en vragenlijst langs de deuren gaan. Was ik slachtoffer van de Belastingdienst, dan had ik liever een klerk die per computer berekent hoeveel ik terugkrijg en die dat bedrag nog dezelfde dag overmaakt. De rest hoef ik niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden