COLUMNPeter Middendorp

De mens geworden wat hij in wezen altijd al was: ongewoon, gevaarlijk en met een vreemde geur

Het is afhankelijk van hoe de wind staat en van de manier waarop je wordt gepasseerd, lopend, rennend of op de fiets, maar in feite doet iedere tegenligger met de lucht wat een boot met water doet: nadat hij je voorbij is, komt er nog een luchtgolf over je heen, die potentieel gevaarlijk is om te diep in te ademen.

Nadat deze aerosole boeggolf over je heen is gewaaid, de virusdeeltjes op je hoofd en schouders zijn afgezet, en je weer voorzichtig kunt beginnen met ademhalen – altijd door de neus – ben je nog niet van de tegenligger af, want hierna volgt vaak nog het een en ander aan geursporen: zweet, tabak, natte was, droge tanden en soms, als je geluk hebt, een beetje parfum.

In de afgelopen maanden is de mens geworden wat hij in wezen altijd al was: ongewoon, gevaarlijk en met een vreemde geur. De buitenlucht komt me steeds vaker voor als de atmosfeer in het café op de eerste dag dat er niet meer mocht worden gerookt. Eerst dacht je: wat een frisse lucht, wat een licht en een ruimte. Daarna ging je zitten en riep je ineens verschrikt: wat stinkt iedereen!

Mijn persoonlijke ruimte is ook groter geworden. Om mij heen is een onzichtbare bufferzone gegroeid, zuilvormig, met een straal van anderhalve meter, waar iedereen evengoed de hele tijd met zijn gore moddersloffen doorheen komt banjeren. Hey, wil ik dan zeggen, de handen open bij de heupen. Kom op hee. Doe even zeg. Tsss. Pfff.

In de supermarkt vragen klanten aan medewerkers waarom ze een mondkapje dragen, medewerkers niet aan klanten waarom ze zonder komen winkelen. Een vrouw gaat voor me staan. ‘Dus jij hebt ook een mondkapje op?’ Ze wijst naar de bedrijfsleider, Tjeerd, waarna ze alle virusletters die ze kent in mijn gezicht begint te sproeien: ‘Tjeerd heeft er ook een op! Ik zeg net tegen Tjeerd, ik zeg: het staat je wel sexy hoor Tjeerd, maar je bril beslaat wel op deze manier!’

Ik vroeg me af of zij zo iemand was die luchtbellen maakt met haar stembanden. Die mensen bestaan, het is net ontdekt – waarschijnlijk staan hun stembanden te strak afgesteld, zodat hun tijdens het praten allemaal grote luchtbellen ontsnappen die, voordat ze uiteindelijk knappen, ik weet niet hoelang door binnenruimten kunnen blijven zweven. Beknepen stembandjes, stel ik me voor, mensen die het gevoel hebben dat ze iets tekortkomen, laten vermoedelijk de meeste virusballonnen op.

Buiten komt er nog een bellenblazer door mijn onzichtbare voorpui denderen: ‘Is het hier betaald parkeren? Is het hier betaald parkeren?’ De volgende keer zeg ik: Ja, achter je, zodat hij achteromkijkt en mijn vuist niet ziet aankomen. Want het is niet kracht of snelheid, heb ik uit een boek over Mohammed Ali geleerd, maar het gebrek aan communicatie tussen vuist en ontvanger die voor een snelle knock-out zorgt.

Thuis extra goed de handen wassen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden